4.604
22

Voorzitter dierenrechtenorganisatie Bite Back

Het zuivelsprookje van de lage landen

Als kind kon ik mij wellicht nog beroepen op mijn jeugdige naïviteit, maar als volwassene is er geen excuus

Als kind werd ik vrij jong al vegetariër. Ik wilde niet dat dieren gedood werden voor mij en ik dacht dat ik door die keuze meer melk moest drinken voor belangrijke voedingsstoffen. Ik dacht ook dat koeien standaard melk gaven en dat het geen dierenleed veroorzaakte. Immers, er hoeft voor zuivel geen dier dood, toch? Vlakbij waar ik als kind woonde stonden boerderijen van Campina. Fietsend langs de herkauwende koeien of tijdens open dagen op de boerderijen zag ik toen niet de horror achter de zuivelindustrie, laat staan de impact die deze sector heeft op de maatschappij. Het was toen nog een sprookje gecreëerd door de industrie en bevestigd door de sociale omgeving waar ik in opgroeide. Gelukkig gingen mijn oogkleppen uiteindelijk af.

zuivelsprookje
cc-foto: kdsphotos

Ik leerde hoe het sprookje niet een happy end had voor de kalfjes en de koeien. Waar zwangerschap voor veel dieren een mooi gegeven is, was dat niet zo voor de koeien. Ze worden middels reproductief geweld, kunstmatige inseminatie, steeds gedwongen zwanger gemaakt. Als kalfje word je in de praktijk vrijwel direct weggehaald bij je moeder. De (stier)kalfjes gaan op ijzerarm dieet – om de kleur van het vlees te bepalen – en ze gaan meestal op (lang) transport naar landen waar meer kalfsvlees wordt gegeten, om vetgemest en gedood te worden.

De moeder-kindband die we zo appreciëren in de samenleving is ver te zoeken binnen de (melk)veehouderij. Maar ook de moeders zullen niet veel later hun einde vinden. Melkkoeien worden gemiddeld maar 6-7 jaar, terwijl koeien wel 20-25 jaar kunnen worden. Geboren worden, misbruikt worden, uit elkaar gerukt worden en dan sterven tussen je zusters of broeders met een zelfde lot. Aspecten die in het sprookje van de zuivelindustrie angstvallig geheim gehouden worden. Dit sprookje bleek dus uiteindelijk een horrorshow.

En het sprookje beperkt zich niet alleen tot het verhaal van de blije koe. Op de verpakkingen van zuivelproducten en in de commercials van de zuivelgiganten prijkt het geschetste beeld dat de zuivelindustrie een mooie wisselwerking is met de natuur. De blije koe in een groen landschap met rondvliegende vogels afgewisseld met termen als ‘natuurlijk’ of ‘puur natuur’. In realiteit is de zuivelindustrie desastreus voor de natuur. Naast dat zuivel (e.a. dierlijke producten) zorgt voor een hoop uitstoot van broeikasgassen tast het ook nog nabije fauna aan door de uitstoot van ammoniak door de mest, resulterend in te veel stikstof in de natuur die de flora en fauna aantast.

Het is ook niet alleen de koe die uitgemolken wordt. Ook de consument. Waar deze in de supermarkt goedkoop zuivel kan kopen, betaalt de consument eigenlijk de dubbele prijs. Ten eerste wordt de melkveesector financieel enorm gesteund door Europa met veel subsidies en geld voor promotie. In Nederland komt ongeveer 20% van het inkomen van de melkveehouder uit subsidie. De melkveesector fietst dus dagelijks met zijwieltjes van de overheid door de markt, terwijl de meeste andere sectoren niet diezelfde hulp krijgen. Hoe is dat fair tegenover bijvoorbeeld zorgpersoneel dat steeds weer actie moet voeren voor meer loon? En hoewel de boer aan de ene kant veel subsidie krijgt, wordt de boer zelf ook weer uitgeknepen door de supermarkten die goedkoop willen afnemen, resulterend in dat een boer vaak moet bezuinigen en opschalen om rond te komen ondanks de subsidies. Het toont het probleem en falen van dit hele systeem aan.

En ondanks dat de Wereldgezondheidsorganisatie eerder al aangaf dat de promotie van vlees en zuivel door de EU niet verstandig is en tot meer doden zou kunnen leiden, blijft de geldkraan voor de zuivelsector wagenwijd open, of dat nou is voor directe steun aan de boer óf voor het bieden van schoolmelk op scholen (over indoctrinatie gesproken..). En wanneer de sector geraakt wordt door fluctuatie op de markt, hoeft de sector alleen maar te klagen en krijgt men extra geld. Dit alles is toonaangevend voor hoe de (melk)veesector stelselmatig de hand boven het hoofd gehouden wordt.

Daarnaast wordt de consument secundair geraakt door de maatschappelijke kosten van de sector. De Q-koorts ligt nog vers in het geheugen. De zorgkosten als gevolg hiervan, zijn iets wat we als samenleving extra moeten dragen, terwijl dit ook te voorkomen was geweest. De afwikkeling bleek bovendien ook dramatisch. Veeboeren kregen snel extra geld, terwijl slachtoffers nog steeds vechten voor genoegdoening.

Als kind kon ik mij wellicht nog beroepen op mijn jeugdige naïviteit, maar als volwassene is er geen excuus. Juist nu ook de overheid erkent dat er een plantaardige transitie nodig is, vanwege de grote impact op het milieu, zou de overheid de plantaardige revolutie moeten omarmen. Ook is de toekomst voor veeboer onzekerder geworden door technologische ontwikkeling, zoals kweekvlees, kweekmelk en plantaardige vervangers. De overheid moet daarom alle middelen in zetten om zowel de veeboer als de consument verder te helpen naar een plantaardige samenleving. Als we dat doen komt er wellicht wel een happy end voor mens, dier en natuur.

Geef een reactie

Laatste reacties (22)