3.490
27

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Heus niet alle moslims worden steeds religieuzer

Zes vraagtekens bij het SCP onderzoek naar de religieuze beleving van moslims

De uitkomsten van het recent verschenen onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau naar de religieuze beleving van moslims kunnen kort en duidelijk samengevat worden onder een noemer die voor velen geen verrassing zal lijken: moslims worden religieuzer. De conclusie van het onderzoek is dat onder zowel Turkse, maar met name ook Marokkaanse, Nederlanders de religiositeit toeneemt.

Dit in tegenstelling tot de verwachting van veel wetenschappers dat de religiositeit van veel groepen in een overwegend seculiere samenleving geleidelijk aan afneemt. Dit is echter voor moslims niet het geval. De onderzoekers verklaren dit onder meer door segregatie, moslims wonen vaker in ‘enclaves’ bij elkaar, en door de negatieve beeldvorming en bejegening van de islam, waardoor juist de religieuze identiteit wordt versterkt.

Toch zijn er ook een aantal vraagtekens die we kunnen plaatsen bij het onderzoek. Allereerst is de conclusie, dat moslims alleen maar religieuzer worden, volgens het onderzoek zelf incorrect. De onderzoekers concluderen namelijk dat er met name onder Turkse moslims ook sprake is van een groep die daadwerkelijk minder en zelfs niet meer religieus is. Er is dus sprake van twee trends die in het onderzoek vastgesteld worden.

Daarnaast is er de groep die de onderzoekers omschrijven als cultuurmoslims, en die in het onderzoek tot de moslims worden gerekend. Dit is interessant. Want cultuurchristenen worden namelijk lang niet altijd geziens als ook daadwerkelijk levensbeschouwelijke christenen. De bekende atheïst Richard Dawkins omschreef zichzelf bijvoorbeeld ook als cultuurchristenen. In hoeverre zijn culturele religieuzen ook daadwerkelijk gelovigen? En tot welke levensbeschouwelijke categorie kunnen ze worden gerekend? Dit is zeker een debat in de wetenschap waard.

Een derde kanttekening die we kunnen maken is dat er ook een groep van ex-moslims bestaat die naar zich naar de buitenwereld toe presenteert als moslim, terwijl men zichzelf niet als dusdanig beschouwt. Een belangrijke motivatie hiervoor komt in het onderzoek al terug, namelijk de negatieve houding van de samenleving ten opzichte van de islam. In mijn eigen onderzoek kom ik geregeld met ex-moslims in aanraking die aangeven zichzelf eigenlijk niet meer als moslim te beschouwen maar die naar buiten toe moslim blijven vanwege alle negativiteit omtrent de religie.

Ook is het de vraag in hoeverre er in het onderzoek de negatieve stereotypen over atheïsten in islamitische hoek hebben meegenomen. Onder bijvoorbeeld Marokkaanse moslims bestaat er geen seculiere traditie die Turkse moslims wel kennen, en wat meer ruimte biedt om zich vanuit de eigen identiteit toch te kunnen identificeren als bijvoorbeeld atheïst, agnost of humanist. Dit kan het voor sommigen moeilijk maken om zich als iets anders dan moslim te identificeren.

Een vraag die hier weer uit voortvloeit is of de onderzoekers ook rekening hebben gehouden met groepsdruk en het geven van sociaal wenselijke antwoorden. Er bestaat een groot taboe op geloofsafval in islamitische hoek, met name onder Marokkaanse moslims. We kunnen ons afvragen in hoeverre het ook niet dit taboe is dat de veronderstelde religiositeit van moslims zo hoog uit doet vallen, zeker gezien het feit dat de onderzoekers zelf als concluderen dat veel van hun onderzoekssubjecten als gevolg van segregatie veelal in ‘enclaves’ bij elkaar wonen. Bovendien hebben de SCP-onderzoekers nota bene enquêteurs die zelf een Turkse en Marokkaanse achtergrond hebben erop uit hebben gestuurd. Het is buitengewoon waarschijnlijk dat dit het geven van sociaal-wenselijke antwoorden in de hand heeft gewerkt, en daarmee de percentages van wie moslim is en wie praktiseert in zekere mate verhoogt heeft.

De laatste vraag is in hoeverre de onderzoekers rekening hebben gehouden met het feit dat moslims wereldwijd in vele opzichten religieuzer worden. Wetenschappers stellen al langer dat er wereldwijd sprake is van een religieuze revival, zowel onder moslims als onder andere geloofsgroepen. In dit onderzoek wijten de onderzoekers de toenemende religiositeit van moslims vooral aan de ervaring negatieve beeldvorming en discriminatie. Maar waarom hebben zij niet ook geprobeerd te kijken hoe de toenemende religiositeit in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, waar Nederlandse moslims vaak sterke culturele en religieuze banden mee onderhouden, de religiositeit van moslims van Turkse en Marokkaanse komaf hier beïnvloedt?

Om in antwoorden op deze vragen te voorzien is meer diepgaand kwalitatief onderzoek nodig. Alleen kwantitatief onderzoek volstaat hierbij niet. Er is zeker sprake van een toename van religiositeit onder een aanzienlijk deel van de Nederlandse moslims. Maar we moeten niet te snel de conclusie trekken dat dit de enige levensbeschouwelijke trend is onder Nederlandse moslims, waarbij we de groeiende groep ongelovigen, die nu vooral dankzij het taboe dat hierop rust niet als zodanig naar buiten treedt, vergeten.

Geef een reactie

Laatste reacties (27)