1.575
31

Historicus

Historische beelden zijn juist geheugensteun voor zwart verleden

Nederland is altijd heel erg goed geweest in het onder het tapijt vegen van onwelvoeglijke historische feiten.

Rhodes, Lenin, Stalin, Ceaucescu, Saddam Hussein en Jan Pieterszoon Coen hebben gemeen dat hun beelden werden beklad en/of omvergehaald tijdens of na een revolutie die het einde maakte aan hun aandeel in de geschiedenis. Alleszins begrijpelijk gezien de bloedbaden waar ze stuk voor stuk verantwoordelijk voor waren.

Nu de storm van discussie over het weghalen van beelden is opgestoken, eerst in de VS waar het erestandbeelden betreft van de vertegenwoordigers van de confederatie en hun aandeel in de slavernij en onderdrukking van zwarte mensen, toen in het VK, België maar nu ook bij ons, drukt deze ons land met onze neus op onze eigen kijk op heden en verleden. Deze beelden zijn de ezelsbruggetjes van ons collectieve geheugen.

cc-foto: GerardM

Stel dat we hier in Nederland alle beelden, bordjes, welja gevels, gedenktekens van onze foute helden, weghalen. Afhankelijk van je politieke kleur eindigen ze of op de schroothoop of in een museum (bezocht door happy few). De publieke ruimte wordt dan witgewassen van een verleden dat vaak doordrenkt was met bloed. Is dat juist niet wat Nederland zo lang heeft gedaan met onze eigen mythe van een verleden waar veel ‘groots werd verricht’? Door alle geheugensteunen weg te halen, zouden we het juist die machthebbers gemakkelijk maken die het slecht voor hadden met hun eigen bevolking.

De vergelijking met de Holocaustherdenkingen ligt voor de hand. Jaarlijks terugkerende ceremonies hebben tot doel bij bezoedelde plaatsen, van razzia’s, executies, gaskamers stil te staan en bewust te worden van de gruwelijke gebeurtenissen. Opdat zij nooit meer zullen voorkomen.

De roep om het neerhalen van de standbeelden is in de eerste plaats een uitlaatklap van woede tijdens een revolutie. Toch vraagt een revolutie ook om zelfbeheersing om doelen te bereiken op de langere termijn. En juist om kennis over hoe racisme ook in de Nederlandse samenleving diep heeft kunnen wortelen. Het is al overal geconstateerd, dat te erkennen voelt ongemakkelijk. En het vernietigen van de symbolen van het verleden maakt ontkenning van racisme juist gemakkelijker. Machthebbers en regeringen hebben hun best gedaan om zich zo weinig mogelijk herinneren van grote fouten. Dat er miljoenen mensen tot slaaf zijn gemaakt door Nederlandse voorouders, dat er honderdduizenden, misschien wel miljoenen Indonesische doden vielen door die Nederlandse overheersing in Indië over een periode van 350 jaar, vanwege uitbuiting, tewerkstelling en neerslaan van verzet. Dat er oorlogsmisdaden zijn gepleegd tijdens de oorlog tegen Indonesië (dat mag pas sinds een paar jaar, dus 70 jaar na de afloop ervan, zo worden genoemd).

Nederland is altijd heel erg goed geweest in het onder het tapijt vegen van onwelvoeglijke historische feiten, van al deze grote gruweldaden (zie alleen al de term politionele acties, die niets anders waren dan een koloniale oorlog). Dat past in de traditie van koopmanschap: het niet eerlijk willen delen van welvaart met hen die het voor Nederland met hun eigen bloed verdienden, met het niet willen uitkeren van schadevergoedingen, maar vooral van het gevoel van superioriteit. Het toegeven van fouten haalt Nederland van zijn eigen zorgvuldig geconstrueerde voetstuk.

Van het weghalen van collectieve geheugensteunen als teksten op sokkels van beelden of schilderingen (bijvoorbeeld van de Gouden Koets) en die overbrengen naar de catacomben van het Rijksmuseum, leren we niets. Het is shooting messengers.

Hoewel er de laatste jaren goede stappen zijn gezet, moet de fundamentele discussie over de Nederlandse geschiedenis, kolonialisme en slavernij, superioriteit en racisme nog breed gevoerd worden. Maar grondige kennis daarover bij een groot publiek ontbreekt. Daar moet in worden geïnvesteerd. Laten historici, scholen, journalisten, politici, lokale overheden de handen ineenslaan. Zorg dat er een breed debat in ons land plaats vindt waardoor kennis wordt verspreid. Zorg dat beelden en symbolen, Coen en Koets, niet bij wijze van eerbetoon en praalwagen, maar als schandvlekken daarin een plaats krijgen, juist in de publieke ruimte. Laat Nederland de drinkbeker van zijn eigen schaamte tot de laatste druppel opdrinken.

Geef al deze artefacten hun historische context met uitleg en bijsluiter terug. Organiseer schoolbezoeken en excursies om ze te bestuderen in onze pleinen, in onze straten. Juist zij kunnen helpen bij de bewustwording over Neerlands kolonialisme en slavernij, dit zwarte verleden. Juist deze overblijfselen horen ter lering in het collectieve geheugen te zijn gebrand.

Geef een reactie

Laatste reacties (31)