1.276
6

Campagnemaker in Mali

Maarten is partner bij campagnebureau BKB in Amsterdam en werkt in Mali aan BKB Africa. Inspecteert Bamako en omstreken elke dag vanaf zijn racefiets en schrijft over alles wat hem opvalt in West-Afrika op www.medium.com/@maartenvanheems. Foto door Merlijn Doomernik

Hoe China de Afrikaanse droom mogelijk maakt

Als de Chinezen niet zo goed konden kezen…

Vaandrager dichtte in de jaren ’60 van de vorige eeuw: ‘Als de Chinezen / niet zo goed konden kezen / dan zouden er niet zoveel Chinezen wezen.’ Anno 2014 zijn er nog altijd meer Chinezen dan Afrikanen. Maar Afrika heeft veel meer land en grondstoffen. Zie daar de ingrediënten voor een steeds inniger band.

‘Het westen’ paait Afrikaanse leiders al tientallen jaren met geld in ruil voor mensenrechten en basale dienstverlening aan hun bevolking. China wil boter bij de vis. Goud, koper, hout. En hun ruilwaar is al net zo concreet. Luxe cadeaus voor de leiders en wegen voor het volk.

Het belang van die infrastructurele bijdrage mag niet onderschat worden. Bij gebrek aan sociaal vangnet moet de gemiddelde Afrikaan zichzelf vooruit helpen. En dat gaat vaak makkelijker wanneer diens plaatselijke economie is aangesloten op de rest van de wereld.

Wij vertrokken westwaarts uit Bamako na berichten dat er zo’n nieuwe weg onderlangs naar Senegal zou zijn. In het slechtste geval zouden we honderden kilometers moeten hobbelen over ongeasfalteerde piste, in het beste geval dachten we de 500 km tot de grens in een uur of 10 te tackelen. We waren er in 6,5 uur.

Over gloednieuw asfalt zoefden we. Op een weg die nog op geen enkele kaart staat en die niet op Google Maps te vinden is. Honderden kilometers door een soort niemandsland. Geen bereik, geen tankstations, geen winkeltjes in de berm. De dorpjes lagen nog met hun rug naar de weg. Alsof ze zich nog niet helemaal bewust waren dat de poorten naar de rest van de wereld waren geopend. De TomTom gaf gemengde signalen af, die neerkwamen op: ‘je komt op de een of andere manier steeds dichter in de buurt, maar probeer om te draaien want je moet nog meer dan 24 uur omrijden om je bestemming te bereiken.’

We reden voort. Met samengeknepen billen en een droge mond. Geen leeftocht ingeslagen in Bamako en onderweg waren alleen versgebakken baguettes (!) te krijgen. Stoppen en echt zoeken durfden we niet. Wat als de weg toch ineens ophield, zouden we dan voor het donker terug kunnen keren in de bewoonde wereld?

Maar hij hield niet op. De hele ochtend en het begin van de middag raasden we met 120 per uur door een eindeloos landschap. Tot ineens midden in de bush een rood stoplicht opdoemde.

Zonder dat we het door hadden stonden we midden op het enorme terrein van een moderne goudmijn. De echte reden voor de weg? In ieder geval was het ook meteen het voorportaal van de grens met Senegal.

Aan de Malinese zijde van de grens konden we in de auto blijven zitten. Een blij verraste agent kwam aan ons raam staan en wenste ons een goede reis. Hij had geen stempel dus wij hoefden ons paspoort niet te laten zien. Aan de Senegalese kant hoefden we zelfs niet te stoppen. Niemand te zien bij wie we terecht konden. We zijn nu stempelloze bezoekers omdat deze ingang kennelijk nog niet telt. Maar met de voortdurende onrust in het noorden van Mali maakt deze weg denk ik goede kans om uit te groeien tot de nieuwe doorgaande route tussen Dakar en Bamako.

Behalve die wegen hebben de Chinezen nog iets belangrijkers te bieden aan hun Afrikaanse broeders. Iets dat aangeduid zou kunnen worden als ‘succesful living’. Wat in Europa als Chinese namaak te boek staat, geldt in Afrika als toegang tot een nieuw leven. Een leven waarin je je wel een brommer kunt veroorloven, waarin je kan drinken uit een glas in plaats van uit een mok, waarin je een eigen tv in huis kan halen.

Het is denk ik niet zozeer de geopolitiek, als wel de micro economie waar China de rest van de wereld ver achter zich laat in Afrika.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)