Laatste update 22:55
2.298
53

schrijver

vroeger: sociaal ondernemer - nu: schrijver - straks: profvoetballer/filmster

Hoe de EU impopulair wordt gehouden

De EU is nergens echt populair, ontdekte ik tijdens mijn tour langs de 28 EU-hoofdsteden

Om het referendum over het EU-associatieverdrag met Oekraïne af te dwingen, voerde GeenPeil vorig jaar campagne met een aantal posters. Bijvoorbeeld eentje met de beeltenis en een citaat van Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie: ‘De meeste Europeanen begrijpen toch niet wat er beslist wordt’. Een andere van Alexander Pechtold, ‘Europa is te complex om in een referendum te proppen’. Dubieus misschien, beide uitspraken zijn helaas waar, zo merkte ik ook tijdens mijn tweejarige rondgang langs EU-hoofdsteden.

Het is GeenPeil gelukt: over een week mag Nederland stemmen. Maar nog steeds weten weinigen wat het verdrag precies behelst, een onwetendheid waarvan juist het Nee-kamp profiteert: het referendum kan zo wat hen betreft niet slechts gaan over samenwerking met Oekraïne, maar zoals ook ten tijde van het referendum over een Europese grondwet in 2005 is een stem tegen meestal een stem tegen de regering of tegen ‘Europa’. Verstandige strategie, want ‘Europa’ is impopulair.

Rutte
Schoorvoetend en halfslachtig voert het kabinet campagne (die eerst vooral niet zo mocht heten). Niet op straat, wel wil het in debatten uitleggen waarom er ja moet worden gestemd. Dus is niet de minister-president de voorman van het Ja-kamp, maar oud-PvdA-voorzitter en Europarlementariër Michiel van Hulten middels Stem voor Nederland, een burgerinitiatief. Het klinkt bijna logisch dat de regering zich onthoudt van ‘overheidspropaganda’, zoals dat vanuit het Nee-kamp wordt genoemd, maar dat is het natuurlijk niet. Het was toch echt minister-president Rutte die in juni 2014 een handtekening zette onder het akkoord, die dat naar je mag aannemen deed omdat hij het een goede zaak vond voor Nederland. Dan mag je toch ook verwachten dat zijn regering zich er volmondig achter schaart en niet de kastanjes uit het vuur laat halen door een burgerinitiatief.

cc-foto: Europees Parlement
cc-foto: Europees Parlement

Een zelfde soort houding zie je ten aanzien van het EU-voorzitterschap. Mocht u het gemist hebben: dat is Nederland sinds januari, tot 1 juli. Er is gekozen voor een ‘sober voorzitterschap’. Niet te veel toeters en bellen, het mag niet te duur overkomen, want dat zou het bestaande beeld bevestigen: die EU kost alleen maar geld. In mijn woonplaats Amsterdam zie je af en toe een vlag met het voorzitterschaplogo en hangen er kunstwerken tegen de muur van het voorzitterschapterrein naast het Scheepvaartmuseum. Da’s alles. Geen ruchtbaarheid, geen reden voor enthousiasme. Het lijkt op hopen dat het snel juli wordt en die hete kroket kan worden doorgegeven, aan Slowakije.

De EU is nergens echt populair, ontdekte ik tijdens mijn tour langs de 28 EU-hoofdsteden. Natuurlijk, het vrije reizen wordt geprezen, ouderen danken de vrede aan een verenigd Europa, maar er is toch vooral veel kritiek. Over incapabele politici en dure ambtenaren. Over de bemoeizucht: ‘beslissen zij hoe de olijfolie op tafel moet staan/dat we onze kaas niet meer mogen maken/etc., steevast eindigend met ‘terwijl er toch niemand aan doodgegaan is’.

Impopulair
Volgens mij deugt er veel niet aan de EU. Zijn de namen van al die instituties slecht gekozen, is de besluitvorming complex en stroperig, maar vaak genoeg krijgen broodjes aap alle ruimte, is de kritiek niet terecht. En heeft die impopulariteit veel te maken met onbekendheid, die onbemind maakt. Wilders kennen we, maar wie kent er meer dan vier Europarlementariërs? De media helpen niet: die hebben de afgelopen jaren weinig bericht over de EU, en zo blijven de uitspraken van Juncker en Pechtold waar.

De regering had daar veel aan kunnen doen, door het Oekraïne-referendum en het voorzitterschap juist aan te grijpen om Nederland te enthousiasmeren voor de EU. Om Europa te vieren. Door bijvoorbeeld de verschillende Europtops aandacht te geven, spectaculairder te maken. Door een groot concert met grootheden uit elk land. En het tv-programma College Tour was vast wel te porren voor een uitzending met Jean-Claude Juncker. Het waren kansen om iets te winnen, nu probeerde de regering vooral niet te verliezen. En als die er geen zin in heeft, wat kun je dan nog verwachten van haar burgers? De regering presenteert de EU als een vader die zijn zoontje een nieuwe fiets geeft en hem zegt: ‘Ja, hij doet ’t, maar verwacht er verder niet te veel van’: die moet ook niet gek opkijken wanneer het jochie het ding vervolgens als een barrel behandelt.

Maar dat de burger niet zoveel weet van Brussel, dat het impopulair is, is misschien juist wat de Nederlandse politici in stand willen houden. Want meer Brussel is minder Den Haag. Of minder Parijs, Zagreb, Kopenhagen, Warschau. Het is niet in het belang van nationale politici om macht af te staan, maar wellicht wel in het belang van de kiezers. De EU zou een eerlijke kans moeten krijgen en dat vraagt om nationale politici die zichzelf overbodig durven maken, verkiezingen en referenda durven verliezen, als dat is waar hun kiezers, het werelddeel, beter van worden. En van dat slag zijn er te weinig.

Mark Schalekamp is schrijver, zijn laatste boek Dit is Europa verscheen in maart.


Laatste publicatie van Mark Schalekamp

  • Dit is Europa

    Volgens zijn kappers, dokters, politieagenten, sekswerkers en andere deskundigen

    maart 2016


Geef een reactie

Laatste reacties (53)