6.908
64

Presentator / Journalist / Projectmanager / Debatleider

Abdellah Dami (Tiel, 1982) is journalist en presentator. Hij schrijft met liefde over wat schuurt. Eerder was Dami columnist voor de Men's Health en hij schreef in 2003 het boek Couscous met appelmoes.
In november 2009 werd Dami door het Royal Islamic Strategic Center in Jordanië uitgeroepen tot een van de vijfhonderd meest invloedrijke moslims wereldwijd door zijn inzet voor projecten ter bevordering van interreligieuze tolerantie. Hij is daarnaast ook actief als debatleider.

Hoe de moord wantrouwen baarde

Joop-redacteur Abdellah Dami hield het laatste tv-interview met Theo van Gogh en merkte hoe de moord zijn wereld veranderde

Joop-redacteur Abdellah Dami over hoe de moord op Theo van Gogh niet alleen een bijzondere man, briljante interviewer en goede regisseur het leven kostte maar ook de onschuld vernietigde.

Eind oktober 2004 had ik Theo van Gogh te gast. Ik werkte destijds bij de regionale zender RTVNH en presenteerde een wekelijks debatprogramma, SHOOT. Ik moest en zou Theo in mijn programma hebben. Na al zijn columns en interviews, was ik nieuwsgierig naar de mens achter de (naar ik vermoedde) façade. Het was mijn eerste jaar als presentator en dus was ik ijverig om het gesprek vlekkeloos te laten verlopen. Een naïeve gedachte want Theo was als een ongeleid projectiel: hij zei en deed wat hij wilde. En niet waar de interviewer naar toe werkte. 

Op de bovenste verdieping bij RTVNH was een lounge. Daar zat ik, pen en papier in de aanslag, in totale afsluiting het draaiboek voor het programma nog een keer door te nemen. Mijn collega’s wisten dat ik die concentratie nodig had. Er zou een multicultureel panel in debat gaan met een omstreden opiniemaker. Dat moest goed gaan. 

Gezellig
Theo kwam naar boven (hij wist de weg), stapte als een soort Henry Stanley met uitgestoken hand op mij af en zei met enigszins hese stem: “Dus jij bent Abdellah.”

Geheel tegen mijn verwachting in bleek het een aimabele man. Gezellig, durf ik zelfs te zeggen. In zijn hand had hij ‘Hard Gras’, het literaire voetbaltijdschrift met in die editie informatie over Johan Cruijff. Als man zonder voetbalkennis vertelde hij uitgebreid over Cruijff. Wat hij zei weet ik niet meer, ik was te gefascineerd door zijn verschijning. Wat is blijven hangen is het verschil tussen Theo die tegenover me zat, en de Theo die ik kende van televisie. Het zou zijn laatste tv-optreden worden.

Een doodse stilte hing er in de studio. Mijn presentatiekaartjes waren als gevolg van de hitte van de studiolampen bezoedeld met zweetvlekken, de panelleden (allemaal tieners en twintigers) keken beurtelings naar hem en mij. Wat zou er komen?

Onder de op mij gerichte camera floepte het lampje op rood, de uitzending was begonnen en Theo veranderde terstond. In een sneltreinvaart transformeerde hij van de ‘aardige’ Theo tot de ‘treiterende’ Theo. Een verbazingwekkend fenomeen dat later vele bekenden van hem zouden opbiechten. De man had meerdere gezichten. Theo wierp zich op voor een absolute vrijheid van meningsuiting en zei aan tafel zaken als “je moet kunnen zeggen dat Geert de kogel verdient”. Hij was buitengewoon scherp en wist precies wat hij deed. Na de show volgde zoals altijd een nagesprek aan de bar. En zoals dat gaat, ebde de uitzending waar ik zo vol spanning naar uitgekeken had vervolgens weg uit mijn gedachten. Op naar de volgende show. Tot 2 november 2004.

Mohammed
Mijn telefoon ging over, het was een collega van het nieuws. Ik sliep nog want het was mijn vrije ochtend. Of ik wist dat Theo mogelijk vermoord was en dat de moordenaar een djellaba zou hebben gedragen. Ik schrok van de afschuwelijke daad maar tijd om na te denken over de gevolgen had ik niet. Er moest waarschijnlijk een programma in elkaar getimmerd worden.  

Eenmaal op de redactie stapte direct een collega op mij en een andere presentator af. “Kennen jullie die Mohammed?” Ze stond pontificaal tegenover ons met haar handen in haar zij. “Wie?” We wisten toen nog niets van die man. En hoezo zou ik hem kennen? Die collega redeneerde dat ik hem had kunnen kennen ‘want wij waren twee Marokkanen’. Zo ging dat dus. Van collega die Theo had geïnterviewd werd ik in één klap de collega die mogelijk de moordenaar had gekend. En plots was er ook het wantrouwen. Zij riep in alle openheid, wat velen erna ook bleken te denken: ‘jullie kennen elkaar vast maar jullie komen er niet voor uit.’ De toon was gezet.

De schreeuwVoor ik het wist werd ik verscheurd door verpletterende indrukken en wervelende krachten. Mijn werkgever wilde Submission opnieuw uitzenden. Als daad van protest. Het was zíj tegen wíj geworden. Maar wie was ik? Wie was zij? Er kwam beveiliging voor de redactie. Wie moest er beschermd worden? Vertegenwoordigden die collega en ik beiden een kamp?

Vrijheid
Theo werd in de dagen daarna neergezet als de voorvechter van de vrijheid van meningsuiting die strijdend ten onder was gegaan. Theo was een man die soms zinnige dingen zei en soms niet maar vooral hield van treiteren. Hij was een briljante interviewer, goede regisseur en een volwassen kind. Zijn werk en inzet werden na zijn dood als een soort heilige jihad voor het vrije woord gebracht. Niet vreemd als een leven op weerzinwekkende en criminele wijze wordt ontnomen. Maar dat maakt de heiligverklaring van Theo nog niet gegrond. 

De voorvechters van de vrijheid van meningsuiting zijn voor mij de vrouwen die dagelijks hun man vertellen wat zij zelf willen in het leven, eisen dat hun man gedeelde verantwoordelijkheid neemt voor het gezin om daarmee hun geluk na te jagen. En daarvoor brengen zij offers, wetende dat het ieders recht is om gelukkig te zijn.

Het zijn de moeders die tegen de wil in van school vechten voor een goede positie van hun kinderen. Geen lagere normering, nee. Gelijkheid! Zonder dat het uitmaakt welk geloof, geaardheid, aandoening of cultuur hun kind heeft. 

Het zijn de moslims die in een verwarde en bevooroordeelde omgeving OPNIEUW vertellen waarom zij moslim zijn en dat zij niets op hebben met extremisme, ook al weten ze dat er bij die woorden niet meer naar hen geluisterd wordt. 

Het zijn de joden die keer op keer het verschil uitleggen tussen Israël en het joods-zijn, in een omgeving waarin die nuance ontbreekt. Waardoor antisemitisme doorwoekert in Nederland, in standgehouden door radicalen uit alle groepen die daar belang bij hebben omdat kritiek op excessen dan niet meer getolereerd wordt 

Het zijn de buurtbewoners die, wanneer iemand weggepest dreigt te worden uit hun buurt, zich solidair verklaren omdat ze begrijpen dat de vrijheid van de een ook de vrijheid van de ander betekent. 

Het zijn zij die niet alleen opkomen voor de rechten van henzelf maar ook die van de zwakkeren in de samenleving. Die mensen zijn de ware strijders voor onze vrijheden.

cc-foto: Shiratski

Geef een reactie

Laatste reacties (64)