2.971
89

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Hoe de publieke omroep stap voor stap wordt ontmanteld

Werkelijk democratische omroepverenigingen zijn het enige bastion tegen de verdomming

In de avond van maandag op dinsdag kwam ik na twaalf uur thuis omdat er in café Pleinzicht tegenover station Schiedam Centrum een jam session was met meer dan voortreffelijke rockers van allerlei slag. Deze avonden zijn zeer aan te bevelen. Daarna ging ik naar Uitzending Gemist om daar aflevering 2 te aanschouwen van de BBC-serie Patrick Melrose, die dankzij de VPRO op de publieke omroep wordt vertoond.

Dat werd een dikke tegenvaller. Achteraf kijken kan alleen via iets dat NPO Start Plus heet. Je moet er voor betalen. Net als voor Netflix. En dat terwijl ik via de fiscus al mijn bijdrage aan de publieke omroep heb geleverd. Ik verdom dat. Ik doe dat niet. Ik begin daar niet aan. Het maandelijks abonnement voor de schotel is genoeg. Gelukkig heb ik nog zo’n oude DVD-recorder uit het eerste decennium van deze eeuw. Dan moeten we maar weer net als vroeger het automatisch opnemen van de programma’s instellen die we anders zouden missen. Fuck NPO Start Plus

Wanhoopsstrategie
Toch is deze actie van de NPO voorstelbaar en begrijpelijk. Het Nederlandse omroepstelsel ligt al jaren onder vuur. Er wordt vooral vanuit rechtse partijen continu aan gebikt en gedaan om te bereiken dat het op den duur instort.

In hun pogingen om het fort te verdedigen zijn de omroepen en hun koepelorganisaties overgegaan tot een wanhoopsstrategie die alleen maar aan hun eigen ondergang kan bijdragen. NPO Plus is daar een voorbeeld van. De publieke omroep zal nooit met een aanbod kunnen komen dat tegen de grote internationale spelers op kan. Dit is waarschijnlijk geen goed verdienmodel.

Laten we echter eerst eens zien waarom de omroep in zo’n benauwde veste zit.

Beschaafde landen laten de elektronische media niet over aan uitsluitend commerciële aanbieders maar beschikken bovendien over een uit overheidsmiddelen gefinancierde omroep met een breed programma-aanbod. Deze omroep moet immers de hele bevolking bedienen. Als het land heel erg beschaafd is, is die publieke omroep bovendien onafhankelijk. Ze hoeft haar oren niet te laten hangen naar wat de overheid graag op de zenders wil zien en horen. Ook Nederland kent zo’n systeem.

Organisaties van luisteraars en kijkers
Het is in zijn oorsprong zelfs het beste ter wereld. De zendtijd werd voor een belangrijk gedeelte verdeeld onder omroepen naar rato van hun aantal betalende leden. Dat waren dus organisaties van de luisteraars en de kijkers zelf. Een gedeelte van de zendtijd was gereserveerd voor een overkoepelende organisatie, de NOS, die de gezamenlijkheid vertegenwoordigde en dan ook niet afhankelijk was van leden. Daarnaast kregen levensbeschouwelijke organisaties beperkte zendtijd toegewezen om hun gezicht te laten zien.

Zo representeerde de omroep in Nederland de verschillende smaakschakeringen binnen de Nederlandse bevolking. In de jaren tachtig waren de TROS en Veronica, allebei op vermaak gericht maar elk met een eigen toonsoort, verreweg de grootste omroepen. Tegelijk was er ruimte voor de VPRO aan de andere zijde van het spectrum.

Linkse NPO
Rechtse politici hebben zich altijd tegen deze gang van zaken verzet. Ze hoorden en zagen te veel dat niet paste in hun denkraam. Zij wilden bovendien ruim baan voor commerciële aanbieders van radio en televisie, mede omdat die vanwege hun financiële belangen niet al te voorlijke of maatschapppijkritische geluiden konden dulden. Bij de publieke omroepen was die gelegenheid er wel. Dat is de reden waarom de aanval op de NPO is ingezet.

De echo van die kritiek is nog steeds dagelijks te horen als Wilders en Baudet tekeergaan tegen de linkse NPO ondanks het feit dat De Telegraaf erin slaagde met Wij Nederland een eigen omroep in het officiële bestel te krijgen nadat GeenStijl ditzelfde kunststukje geleverd had met Powned. De nieuwste tactiek bestaat uit pogingen om de publieke omroep te ontdoen van kijkcijferkanonnen omdat de commerciëlen dit net zo goed zouden kunnen.

Nu wordt de publieke omroep niet alleen gefinancierd uit de belastingen maar in toenemende mate ook uit reclame. Die kijkcijferkanonnen zijn nodig om genoeg budget bij elkaar te krijgen voor een behoorlijke programmering. Als de publieke omroep zich – zoals de critici suggereren – zou beperken tot documentaires, nieuwsvoorziening en liefst hoge cultuur, dan lopen de kijkcijfers gegarandeerd dramatisch terug. Dan zal rechts ongetwijfeld zeggen, dat de belastingbetaler niet zoveel geld zou moeten steken in een marginale omroep, waar alleen de elite naar kijkt. Waarom zou Jan de Arbeider mee moeten betalen aan programma´s die hem geen zier interesseren? Dan wordt de publieke omroep een skelet, een marginaal gebeuren zoals het Public Broadcasting System (PBS) in de Verenigde Staten dat nauwelijks geld heeft om behoorlijke programma´s te maken.

In Brazilië hebben ze ook zo’n netwerk dat bestaat uit schorre zendertjes die zijn ondergebracht bij universiteiten of de ministeries van cultuur van de deelstaten. Die komen niet veel verder dan eindeloze interviews, onderbroken door een of andere gitarist op een barkruk. Het is de bedoeling dat dit in Nederland ook gebeurt.

Netmanagers
In de afgelopen decennia zijn de omroepen – de ledenorganisaties dus, de massabewegingen van kijkers en luisteraars – steeds meer van hun greep op het publieke bestel kwijtgeraakt. Zij moeten steeds meer dansen naar het pijpen van de top van de NPO en zich voegen naar de schema’s die worden opgesteld door netmanagers. Dit alles wordt verdedigd met de smoes dat het oude bestel met zijn primaat voor de omroepen uit de tijd zou zijn. Benoemingen in het bestuur en de Raad van Toezicht van de NPO behoeven toestemming uit Den Haag.

Onder Rutte II zijn de omroepen bovendien min of meer gedwongen om fusies aan te gaan zodat hun aantal sterk terugliep. Tegelijkertijd kreeg de NPO te maken met zware bezuinigingen. Nu de reclame-inkomsten ook nog sterk teruglopen omdat adverteerders steeds grotere gedeeltes van hun budget naar de sociale media verplaatsen, wordt de spoeling nog dunner. De verantwoordelijke minister, Arie Slob van de ChristenUnie, wil geen hulp bieden. De omroepen moeten hun reserves maar aanspreken, vindt hij. En je hoort bij de middenpartijen steeds duidelijker het geluid dat de publieke omroep zich inderdaad verre moet houden van wat de commerciëlen volgens sommigen dan zoveel beter zouden kunnen.

Jort Kelder
Of de NPO het redt, is zeer de vraag. Ze heeft nog steeds een meer dan behoorlijk marktaandeel maar dat speelt in een Den Haag waar rechts de dienst uitmaakt geen enkele rol. Ook het naar voren schuiven van presentatoren en studiogasten met een duidelijk rechts karakter leidt niet tot genade en vergeving van zonden. Dat een Jort Kelder wordt bevorderd tot de heerlijkheid van Buitenhof, dat men nu tracht Hans Goedkoop en Andere Tijden de helft van de zendtijd te ontnemen, dat Wierd Duk overal als deskundige wordt opgevoerd, dat Geert Wilders in staat wordt gesteld zijn poezen aan het idolate volk te presenteren, laat de kritiek niet verstommen.

Rechtse partijen zullen niet rusten voor de NPO volledig is gemarginaliseerd. Ze hebben de gehate Hilversumse vijand net zo lekker in het nauw gebracht. Om te zorgen dat de reclame-inkomsten niet helemáál instorten, is de omroep gedwongen de kijkcijferkanonnen te ontzien en daar te bezuinigen waar ze minder hoog zijn. Anders komt de NPO immers in een door rechts zeker gewenste spiraal naar beneden terecht waarin de ene bezuiniging de andere uitlokt.

Momenteel worden op grote schaal krokodillentranen gestort vanwege de aanslag op de kwaliteitsprogramma’s. Lui die anders bezig waren met het bashen van de omroep als een links bolwerk, zingen nu ineens de lof van Andere Tijden en die prachtige documentaires allemaal. Ondertussen verkneuteren zij zich om de door de NPO zelf ingezette koers die zeker naar de klippen leidt.

Wat kun je daar tegen doen? Om te beginnen: weet dat je belazerd wordt. De onafhankelijkheid en de veelkleurigheid van het bestel hangt uitsluitend en alleen af van de ledenomroepen. Malle plannen als die van meneer Römer om de omroepen te reduceren tot productiehuizen naast alle andere, zijn in hun uitwerking fataal. Ze leiden slechts tot marginalisering van wat het Nederlandse omroepsysteem uniek maakte. Daardoor raakt de macht helemaal in handen van netmanagers en ongekozen bestuurders.

De positie van de omroepverenigingen dient niet verder te worden verzwakt maar te worden versterkt. Ledenaantallen dienen de hoeveelheid zendtijd te bepalen. Net als vroeger. Belemmeringen die zijn opgeworpen om nieuwe toetreders het leven zo zuur mogelijk te maken en dan vooral de ministeriële toets of zo’n nieuwkomer wel iets toevoegt, dienen van het toneel te verdwijnen. Als Thierry Baudet en Theo Hiddema de omroep zo links vinden dan staat niets hen in de weg om te proberen het succes van de Tros of Veronica te herhalen.

Alle gelul van dat omroepen uit de tijd zijn – en dan vooral uit kringen die anders zo geporteerd zijn voor referenda – is alleen maar bedoeld om het karákter uit de publieke omroep te halen. Het is een poging tot castratie. Als er al iets hervormd moet worden, dan zou dat eventueel de interne structuur van die omroepen moeten zijn. De wet mag wél de harde eis stellen dat zij een transparante verenigingsstructuur hebben waarin de leden uiteindelijk het laatste woord hebben.

Geloof evenmin in de sirenezang van de kwaliteitsomroep. Een houdbare publieke omroep spreekt alle publieksgroepen aan met een brede programmering waarin amusement een belangrijke rol speelt. Wat is het verschil met de commerciëlen? Daar zijn het de externe marktpartijen die de grenzen stellen aan vorm en inhoud van het amusement. Bij de publieke omroep is het niet zo en gaat het om de creativiteit.

Zo’n publieke omroep houdt er geen Netflixachtige producten op na. Het is helemaal niet erg als de aflevering van een serie na een dag of twee verdwijnt omdat de producent anders veel te hoge bedragen vraagt om dit mogelijk te maken, maar mensen beboeten omdat ze moderne kijkers zijn en dus binnen een behoorlijke marge zelf willen bepalen op welk tijdstip ze naar een programma kijken, dat hoort niet bij een publieke omroep en je maakt er geen vrienden mee.

Ook niet met fraaie verhalen dat kwaliteit nu eenmaal geld kost. Het is het doel van een publieke omroep om kwaliteit breed beschikbaar te stellen aan iedereen en niet slechts aan de gelukkigen die er het geld voor hebben.

En vrienden heeft de publieke omroep nodig. Anders is de ontmanteling niet meer te stuiten.
Progressieve partijen zouden zich met hand en tand moeten verzetten tegen de aanval op de omroepen en niet meehuilen met de wolven in het bos omdat dat zogenaamd modern is of omdat het zogenaamd door het internet allemaal zo anders is geworden.

Rechts doet een aanval op werkelijke diversiteit om ruim baan te geven aan de koekoek eenzang van hun commerciële vrienden. Principieel verzet daartegen is een kwestie van beschaving. Werkelijk democratisch georganiseerde omroepverenigingen waarin de kijkers en de luisteraars de dienst uitmaken zijn het enige bastion tegen de verdomming in de ether.

Amusement is altijd een wezenlijk onderdeel geweest van de publieke omroep in Nederland. Luister zelf naar de Bonte Dinsdagavondtrein uit 1938 met een luid applaudisserend, meezingend en lachend luistervinkenpubliek dat uit heel Nederland naar de AVRO-studio was komen reizen.

O… en dit is de tune van de Rimboe Radio oftewel Phohi, Philips Omroep Holland Indië.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (89)