4.927
141

hoogleraar aan de Universiteit Gent, directeur Centrum voor EU-studies.

Hoe duur is de Europese Unie?

Ze zeggen dat de EU een geldverslindende machine is, maar klopt dat eigenlijk wel?

cc-foto: Europees Parlement
cc-foto: Europees Parlement

Laatst liep ik in een supermarkt en ik werd herkend door een andere klant. Door de rayon van de zuivelproducten riep hij, voor iedereen die het wilde horen: “zeg, zo af en toe wat lullen over Europa, dat verdient nogal wat zeker?” Ik was niet zeker of het echt als vraag bedoeld was, en maakte me snel uit de voeten, naar de droge voeding. Ik ben er zeker van dat Carl Devos, mijn collega die de Belgische politiek bestudeert, ook wel eens herkend wordt in een supermarkt. Maar het zou me verbazen als hij daar vragen over centen krijgt. Om een of andere reden is het toch vooral de Europese Unie die gelinkt wordt aan het grote geld.

Maar is dat Europese budget wel zo groot? Het antwoord is simpelweg neen. Het is te zeggen: in absolute cijfers is de 140 miljard die de Europese Unie ieder jaar uitgeeft natuurlijk een groot bedrag. Maar het is iets minder dan wat een land als Denemarken jaarlijks uitgeeft. De Belgische overheidsuitgaven liggen een stuk boven de 200 miljard. Het Europese budget komt overeen met ongeveer 1% van het totale Europese BBP. Lidstaten werken met budgetten die variëren van ruim 35% tot een kleine 60% van hun BBP. Dat komt in de eerste plaats omdat de sociale zekerheid, een belangrijke uitgavenpost, op nationaal niveau georganiseerd wordt en niet Europees.

Uitgaven
Waar gaat het Europese geld dan naartoe? Vroeger ging haast het hele budget naar de landbouw. Vandaag is dat weliswaar minder dan de helft, maar het blijft een belangrijke uitgavenpost. Daar staat tegenover dat lidstaten zelf amper nog geld moeten vrijmaken voor hun landbouw.

Als er geen subsidies zouden gaan naar deze sector, dan zou landbouw in Europa wellicht niet meer leefbaar zijn. Het grootste deel van het voedsel zou dan ingevoerd moeten worden uit landen die massaal en goedkoop voedsel produceren, bijvoorbeeld op uitgestrekte plantages in Latijns-Amerika of Azië. Daar gelden dikwijls echter minder strenge normen voor het gebruik van hormonen, pesticiden of genetisch gemanipuleerde gewassen. Als de Europese Unie zelf een landbouw overeind wil houden die aan strengere normen voldoet, dan hangt daar ook een prijskaartje aan vast.

Een andere belangrijke uitgavenpost is de steun aan achtergestelde gebieden. Dat gaat dikwijls om grote infrastructuurwerken. Met Europees geld worden er wegen, luchthavens, communicatienetwerken of waterzuiveringsinstallaties gebouwd in Oost-Europa. Maar ook bij ons zijn er heel wat projecten die door de Unie gesubsidieerd worden. Dat kan gaan om de aanleg van dorpskernen, of om wegen die industrieterreinen ontsluiten. De treinverbinding naar Zaventem kwam bijvoorbeeld mee met Europees geld tot stand.

Daarnaast zijn er nog talrijke subsidiepotten om specifieke programma’s te financieren. Het Erasmusprogramma, waarmee studenten op uitwisseling kunnen, is een bekend voorbeeld. Universiteiten werken dikwijls met de Europese Horizon 2020-budgetten, voor grootschalig, grensoverschrijdend onderzoek. Er gaat wat geld naar culturele hoofdsteden, naar de ondersteuning van Europese films, naar campagnes om obesitas te bestrijden en naar een hele waaier van andere bekende of minder bekende projecten die zonder Europese centen wellicht niet levensvatbaar zouden zijn.

Er is ook geld voor humanitaire hulp en voor Europese ambassades, overal in de wereld. Nieuwe uitdagingen, zoals de uitbouw van een Europese grensbewaking vragen uiteraard ook om een budget.

Dikbetaalde ambtenaren
In totaal wordt ongeveer 6% van het Europese geld opgeslorpt door de administratie: gebouwen, vertalingen in de 24 officiële talen, de organisatie van alle activiteiten. Iets minder dan de helft van dat bedrag gaat naar de lonen van de ambtenaren. Per Europeaan kost dat personeel ons jaarlijks een kleine 17 euro.

Er zijn niet zoveel ambtenaren die voor de Europese Unie werken – voor alle instellingen samen zijn dat er ongeveer 40.000. Ongeveer drie kwart hiervan werkt voor de Commissie. Er zijn heel wat steden in Europa die meer personeel in dienst hebben dan de Unie. Maar de Europese ambtenaren worden wel bijzonder goed betaald. De lonen liggen nog wel veel lager dan die van topvoetballers, filmsterren of grote bazen in het bedrijfsleven, maar het blijven voor de meeste mensen toch waanzinnig hoge bedragen. De ambtenaren betalen wel belastingen, maar die zijn beperkt. Eigenlijk verschillen de Europese lonen niet zoveel van die bij andere internationale instellingen zoals de NAVO of de Verenigde Naties.

Of de hoogte van die lonen altijd zo verantwoord is, is moeilijk te zeggen. Er is natuurlijk wel een reden waarom deze ambtenaren goed betaald worden: de examens zijn zwaar en men probeert de knapste koppen uit heel Europa ertoe te motiveren om voor de Unie te werken. Meestal betekent dit dat ze hun familie en zeker hun vrienden moeten achterlaten. Ze moeten een streep trekken onder hun leven bij de Scandinavische fjorden, aan de Zuid-Europese kusten, in gezellige stadjes overal in Europa, en moeten een heel nieuw bestaan opbouwen in Brussel. Wie Brussel wat kent, vindt het een charmante stad, maar in vergelijking met vele andere plekken, is het er toch wat grijzer en regenachtiger. De files zijn er lang en de straten niet altijd proper. Wie slimme mensen wil motiveren om zo’n ingrijpende carrièrestap te zetten, zal ze onvermijdelijk goed moeten betalen.

Draaideur
Ook Europese politici, zoals Commissarissen of Parlementsleden, moeten niet klagen: ze verdienen meestal meer dan nationale politici in vergelijkbare functies. Ook zij moeten natuurlijk verhuizen en over het algemeen in Brussel een nieuw leven beginnen. Europarlementsleden gaan dikwijls ook een belangrijk deel van hun loon moeten afdragen aan hun politieke partij.

Mensen stellen er zich wel terecht vragen bij dat sommige Commissarissen snel na het einde van hun mandaat aan de slag gaan bij allerlei bedrijven waar ze tijdens hun mandaat al contact mee hadden. Ze stappen als het ware in een draaideur, om aan de andere kant snel veel geld te verdienen. Daar hangt dan ook onvermijdelijk een zweem van belangenvermenging rond en de Unie zou er goed aan doen om hier veel strenger op toe te kijken. Recent kreeg de vorige Commissievoorzitter, José Manuel Barroso een postje bij Goldman Sachs en de manier waarop de Nederlandse ex-commissaris Neelie Kroes communiceerde over haar functie bij taxidienst Uber was ook niet bepaald gelukkig.

Straatsburg
De maandelijkse verhuis van het Europees Parlement naar Straatsburg is nog zo’n bron van verontwaardiging bij veel Europeanen: twaalf keer per jaar trekt alle parlementsleden naar Straatsburg, dikwijls met enkele medewerkers en een heleboel dossiers. Dat is niet goed voor het klimaat, en al zeker niet voor het budget. Het is gewoon ook tijdverlies. Lang geleden was het misschien wel zinvol om het Parlement in Straatsburg te laten vergaderen: Europees parlementslid was men slechts deeltijds, het parlement kwam dus niet zo vaak bijeen, en er was ginds aan de Rijn een gebouw waar men goedkoop gebruik van kon maken. Bovendien stond Straatsburg symbool voor de verzoening tussen Frankrijk en Duitsland.

Maar doorheen de jaren won het Europees Parlement spectaculair aan macht en sinds 1979 worden de Europese parlementsleden rechtstreeks verkozen. De parlementsleden willen snel contacten kunnen leggen met andere beleidsmakers, zoals ambtenaren, commissarissen en vertegenwoordigers van de lidstaten. Die huizen over het algemeen in Brussel, en dus is het Parlement zijn dagelijkse werking ook in Brussel gaan organiseren. Maar de plenaire vergaderingen bleven doorgaan in Straatsburg. Dat was zo bepaald in een protocol dat onder de lidstaten was overeengekomen. Dat protocol kan slechts bij unanimiteit onder die lidstaten veranderd worden. En hier ligt vooral Frankrijk dwars. Voor de Fransen is het symbolisch en vooral economisch erg belangrijk dat het Europees Parlement in Straatsburg blijft vergaderen.

Tijdens de weken waarin de parlementsleden in Brussel zijn, is Straatsburg niet zoveel meer dan een gezapig provinciestadje. Maar als het Parlement er langskomt voor de maandelijkse vergadering, met in zijn zog een heleboel journalisten, lobbyisten, medewerkers en bezoekers, floreert de horeca en daarmee de hele stad.

De meeste parlementsleden vinden die maandelijkse trip ook maar niks. Al meerdere keren stemde het Parlement een resolutie, waarin het aangaf dat het niet meer wil verhuizen. Maar zolang Frankrijk zijn verzet niet opgeeft, blijft het protocol overeind en daarmee dus ook de verhuizing. Dat leidt nu tot een hoogst absurde situatie: het Parlement verwierf in de loop van de voorbije jaren bijzonder veel macht en heeft nu haast altijd het laatste woord als er Europese wetten worden gemaakt. Maar er is één zaak waarover het Parlement zelf niets te zeggen heeft, en dat is over de plek waar het vergadert. Daarover beslissen de lidstaten, en dan nog bij unanimiteit. Het ziet er dan ook niet naar uit dat er in de nabije toekomst veel zal veranderen.

De centen van Europa
Met Europees geld worden er ongetwijfeld een aantal uitgaven gedaan die moeilijk verantwoord kunnen worden. Met nationaal of zelfs stedelijk of gemeentelijk geld zal dat trouwens ook wel zo zijn. Toch slaagt de Europese Unie erin om met relatief weinig centen dikwijls het verschil te maken. De Europese landbouw wordt ermee overeind gehouden, allerlei programma’s zouden nooit kunnen doorgaan zonder Europese subsidies en er wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van achtergestelde gebieden.

Maar omdat het altijd om relatief beperkte bedragen gaat, zit de impact van de Unie zeker niet in het geld dat ze uitgeeft. Als Europa ons leven beïnvloedt, is dat vooral omwille van de eengemaakte markt en de regels en wetten die worden afgesproken, en opgelegd aan de lidstaten.

Als de Britten straks uit de Unie stappen, is de kans trouwens groot dat ze zullen moeten blijven betalen. Waarschijnlijk willen ze nog altijd meedoen met Erasmus of met de Europese programma’s rond wetenschappelijk onderzoek. En als ze met hun producten en diensten toegang willen tot de Europese markt, zal de Unie eisen dat ze blijven bijdragen tot de projecten van regionale ontwikkeling. Als er met Europees geld snelwegen worden aangelegd in Polen of Estland, dan profiteren de Britten daar immers mee van: ook hun producten raken dan sneller ter plekke.

Hetzelfde geldt voor die twee andere landen die geen lid zijn van de Unie, maar wel een vlotte toegang tot de markt kregen: Noorwegen en Zwitserland. Allebei krijgen ze jaarlijks een factuur in de bus, waardoor ze mee de Europese begroting financieren. Als we alles in rekening brengen, zoals het feit dat zij in principe geen landbouwsubsidies krijgen, ligt hun bijdrage trouwens amper of zelfs helemaal niet lager dan wat een normale lidstaat betaalt.

Dit artikel verscheen er op De Redactie, de site van de Vlaamse omroep VRT


Laatste publicatie van Hendrik Vos

  • Besluitvorming in de Europese Unie

    een survival kit

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (141)