2.497
20

Eigenaar van TransCity en Auteur

René Romer is eigenaar van TransCity, een bureau gespecialiseerd in multiculturele marketing. Hij sprak op marketingcongressen in binnen- en buitenland en is auteur van de boeken ‘Dé consument bestaat niet, inspiratieboek voor marketeers in een multiculturele wereld’ en ‘Thuis in Nederland, praktisch handboek voor diversity marketing’. Hij adviseert bedrijven en overheidsorganisaties.

Hoe het personage Zwarte Piet ons van jongs af aan socialiseert

De consequentie is dat als je iets in het leven wilt bereiken, je maar beter op goede voet kan staan met de witte heersende klasse

Enkele jaren geleden organiseerde ik een expert meeting diversiteit voor een van mijn opdrachtgevers. Ik had aan marketing-, communicatie- en media professionals met een biculturele achtergrond gevraagd hun visie te laten schijnen op de voor mijn opdrachtgever belangrijke thema’s. Na afloop constateerden ik en enkele collega’s dat een hijab-dragende professional op genuanceerde wijze de beste bijdrage van de dag had geleverd. Een paar dagen later evalueerde ik met mijn opdrachtgever. Men vond het een uitstekende bijeenkomst maar had zich gestoord aan de bijdrage van genoemde vakvrouw, de enige deelnemer die een hoofddoek droeg.

Een paar jaar eerder ontmoette ik een wetenschapper uit Iran, de zus van een in Nederland woonachtige kennis. Zij verricht onderzoek naar (de ontwikkeling van) cosmetische producten. Op het gebied van huid- en haarcosmetica is zij zó vooraanstaand, dat zij op enig moment voorzitter werd van een internationale groep van experts met vertegenwoordigers van onder meer L’Oréal, Revlon, Nivea en andere prominente merken. Klein probleempje: ze draagt een hoofddoek. Daardoor ervoer ze telkens weer hoeveel moeite mensen hadden om haar autoriteit te accepteren.

Een prachtig voorbeeld van hoe moeilijk sommige witte mensen de autoriteit van hoogopgeleide burgers met – in dit geval – een Afrikaanse achtergrond kunnen accepteren, is het befaamde BBC Newsnight interview met Chimamanda Ngozi Adichie en journalist R. Emmet Tyrell op de avond na de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten: “I can’t even open my mouth here because I’m a white male” roept de hoofdredacteur van The American Spectator op enig moment vertwijfeld uit. Hieronder een kort fragment.

Mijn bureau TransCity is al 16 jaar gespecialiseerd in multiculturele marketing. Elk jaar komen we ergens in het land weleens mensen tegen die burgers met een Surinaamse, Marokkaanse of andere biculturele achtergrond lief en aardig vinden zodra ze hun kantoor schoonmaken; maar wanneer Nederlandse professionals met een migratieachtergrond hen aanspreken op hún vakgebied, of zelfs hun báás zijn, kunnen ze daar maar moeilijk mee overweg.

Het lijkt sterk op de wijze waarop veel mannen moeite hebben met een vrouw als baas: liefst 73 procent van de mannen onder de dertig zegt ‘liever te werken voor een man’, zo bleek eerder dit jaar uit een onderzoek van Kien in opdracht van HR-dienstverlener Pay for People. Ook veel vrouwen bleken de voorkeur te geven aan een man, want van de vrouwen in dezelfde leeftijdsgroep werkt 51,5 procent liever voor een man.

Hoe we van jongs af aan worden gesocialiseerd
Dit alles heeft te maken met de wijze waarop we van jongs af aan worden gesocialiseerd. Toen de Britse transgender Munroe Bergdorf vorig jaar werd verwijderd als een van de gezichten van L’Oréal’s #allworthit campagne nadat ze op ongenuanceerde wijze had gezegd dat ‘alle witte mensen racisten’ zijn, kwam ze met een scherpe toelichting:

“Mannen zijn van jongs af aan zijn gesocialiseerd om seksistisch te zijn. Vrouwen zijn gesocialiseerd om onderdanig te zijn. Homoseksuelen zijn gesocialiseerd om zich te schamen voor hun seksualiteit als gevolg van de homofobie van heteroseksuelen. Cisgenders zijn gesocialiseerd om transfobisch te zijn. En iedereen is gesocialiseerd om mensen met een lichtere huidskleur als superieur te beschouwen aan mensen wier huidstint donkerder is.”

En daarmee zijn we aangeland bij onze sinterklaastraditie. Want het meest bekende voorbeeld van de wijze waarop dat socialiseren in ons land werkt, is het personage van Zwarte Piet. Tijdens het sinterklaasfeest gaan met kroeshaar, gouden oorbellen, rode lippen en zwarte schmink opgemaakte witte Nederlanders als vrolijk dansende en atletisch door het leven gaande zonderlingen de straat op als knecht van de grote witte leider. Sinds de jaren tachtig zien we bovendien dat sommige van hen zich een Surinaams accent aanmeten en dat veel kinderen en volwassenen met een Afro-achtergrond weleens als Zwarte Piet zijn aangesproken.

Als kinderen in ons land van jongs af aan worden gesocialiseerd met het beeld dat hun zwarte medeburgers lieve, leuke en aardige mensen zijn zolang ze maar dansen, sporten, zingen of hun witte baas helpen, hoe moeten Nederlanders met een Afro-achtergrond zich dan in hemelsnaam ‘invechten’ als CEO van Unilever, directeur bij KPN, manager bij ABN Amro of minister in de Nederlandse regering?

‘Mijn Surinaamse buurman vindt Zwarte Piet ook leuk’
Als tegenargument wordt vaak opgeworpen dat ‘mijn Surinaamse buurman’ Zwarte Piet ook leuk vindt. Voor het becommentariëren van dat argument ga ik even terug naar bovengenoemd citaat van Munroe Bergdorf: ‘Iedereen’ is gesocialiseerd om mensen met een lichtere huidskleur als superieur te beschouwen aan mensen wier huidstint donkerder is.

Met ‘iedereen’ worden dus ook zwarte mensen bedoeld. Want ook zij zijn gesocialiseerd met het beeld van witte superioriteit. Toen enkele decennia terug de televisie in Afrika werd geïntroduceerd, werden hoofdzakelijk goedkope tweede- en derderangs films en series uit de Verenigde Staten en Europa uitgezonden. De rolmodellen op televisie waren bijna allemaal wit, net zoals in Nederland en vroeger in de (voormalige) Nederlandse Antillen en Suriname.

De consequentie is dat als je iets in het leven wilt bereiken, je maar beter op goede voet kan staan met de witte heersende klasse. Vaak is dat overigens helemaal geen bewúste keus, het wordt je vaak onbewust met de paplepel ingegoten.

Dáárom vinden sommige Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders Zwarte Piet prima. Dáárom stemt zo’n 20% van de Surinaamse Nederlanders die naar de stembus gaat op de PVV. Dáárom heb ik in Afrika geregeld meegemaakt hoe trots ouders waren als hun zoon of dochter was getrouwd met een partner met een lichtere huidskleur dan henzelf; de trouwfoto van hun donker getinte dochter met witte man hing op posterformaat in de woonkamer, die van hun zoon met een nog donkerder getinte vrouw was in geen velden of wegen te bekennen.

Verandering in Afrika, niet in Nederland
In Afrika begint het maatschappij-ontwrichtende effect van te veel witte rolmodellen pas de laatste jaren enigszins te veranderen, onder meer door de grote populariteit van AfroBeat en de pan-Afrikaanse muziekvideozenders, Nollywood en de snel groeiende lokale Afrikaanse filmindustrie, de opkomst van een lokale Afrikaanse game-industrie, succesvolle Afrikaanse politici als Nelson Mandela, Kofi Annan en Abiy Ahmed Ali, en in bredere zin de steeds gevarieerdere content die online is te vinden. Er is een groeiend aantal lokale Afrikaanse helden.

Maar buiten Afrika gaat de verandering traag. Toen een privévliegtuig in december 2012 Chris Brown en zijn tijdelijk bij hem teruggekeerde partner Rihanna in Barbados ging ophalen voor een optreden tijdens de Kora All African Music Awards in Abidjan, Ivoorkust, wilde Chris Brown volgens hardnekkige geruchten niet instappen omdat de piloten zwart waren. Een halve dag later vlogen Chris Brown en Rihanna alsnog naar Abidjan in een ander privévliegtuig. Zelfs Nelson Mandela zou ooit, in de eerste jaren na zijn vrijlating, hebben getwijfeld in een vliegtuig te stappen met zwarte piloten. Dát is hoe de beeldvorming over witte superioriteit zich in onze hersenen nestelt.

In Nederland zijn de veranderingen nog nauwelijks merkbaar. Onze media zijn wit, worden vrijwel volledig gemaakt vanuit een wit perspectief, en de rolmodellen die zich in de grote landelijke media presenteren zijn ook overwegend wit, met uitzondering van rappers, voetballers en anderen uit de sportwereld en entertainmentindustrie. Maar hóe vaak zien we artsen, economen, biologen, sociologen of bijvoorbeeld juristen met een biculturele achtergrond? Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat Nederland geen enkel Kamerlid heeft met een Afro-achtergrond? En waarom zijn de rollen van leidinggevenden in Nederlandse speelfilms en tv-series bijna zonder uitzondering wit?

De intelligentsia in onze media is wit, de dansers en atleten zijn zwart
In 2014 werd de Engelstalige promotiefilm ‘Rotterdam. Make It Happen’ gelanceerd als een van de uitingen in een gezamenlijke promotiecampagne van de stad Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam, Erasmus Universiteit en Rotterdam Partners. Een mooie promotiefilm, op één belangrijke uitzondering na: de zwarte mensen in de film waren carnavalsvierder en marathonloper, daar waar de witte mensen ‘in the lead’ bleken. Hoe stereotiep wil je het hebben? Alle leiders zijn wit, de intelligentsia in de stad is wit, zwarte mensen zijn er slechts om te dansen en te hollen. Anders gezegd: om in de hoofden van de makers van deze film de rol van Zwarte Piet te vervullen.

Onze sinterklaastraditie werkt onbewust door in de hóófden van mensen! Het socialiseert ons om Nederlanders met een Afro-achtergrond als deel van een bedienende klasse te zien, waaronder de rol van entertainer.

Als we dus ooit een inclusieve samenleving willen, rest ons geen andere keus dan afstand te doen van het personage Zwarte Piet.

Niet morgen. Maar vandaag!

Dit artikel verscheen eerder op etnomarketing.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (20)