6.834
75

Filosoof, docent Sociale Studies bij Avans Hogeschool

Rutger van Eijken is filosoof en docent Sociale Studies bij Avans Hogeschool in Breda. Verder schrijft hij boeken over ethiek, politiek en burgerschap.

Hoe het positieve CBS-verhaal over inkomensongelijkheid ons verleidt en verblindt

Wie zich laat verblinden en misleiden door het rapport over inkomensongelijkheid, kan naar hartenlust champagne drinken en cake eten

cc-foto: Alexandre Prevot

Soms wordt er zoveel zand in mijn ogen gestrooid dat ik lang moet schudden om dingen weer helder te zien, maar nu en dan merk ik bij iedere korrel dat er iets niet klopt. Het laatste is het geval bij het rapport van het CBS en de Universiteit van Leiden over de zogenaamde inkomensongelijkheid in ons land. Volgens de onderzoekers valt het met die ongelijkheid wel mee en is het niet zo dat die ongelijkheid groeit. Die zou al veertig jaar gelijk zijn. Dat komt dan vooral doordat de overheid via belastingen aan de knoppen draait en zo de koopkracht van de verschillende inkomensgroepen enigszins in balans houdt.

Het is een prachtig verhaal. In het programma Nieuwsuur lieten ze meteen beelden zien van politici die door de jaren heen hebben geroepen dat de rijken steeds rijker worden en de armen steeds armen en dat dit dus niet klopt. Die conclusie lijkt me wat voorbarig. Het rapport spreekt immers over ongelijkheid door inkomen uit werk, pensioen en uitkeringen, terwijl mensen als Piketty al jaren geleden hebben aangetoond dat de ongelijkheid vooral komt door inkomen uit kapitaal. Wat inkomen en belastingdruk betreft kunnen de groepen dan wel redelijk in balans zijn, maar de mensen met hogere inkomens kunnen meer geld opzij zetten en dat geld via beleggingen en allerlei constructies voor zich laten werken. Deze zogenaamde passieve geldstromen uit kapitaal zijn in dit rapport niet meegenomen.

In het rapport staat dus niets over huisjesmelkers, investeerders in bitcoins, mensen met grote aandelenpakketten of geld dat via belastingparadijzen wordt weggesluisd of via slimme trucjes helemaal niet langs de genoemde knoppen van belastingdienst komt. Ook staat er weinig over flexibele arbeidscontracten waardoor een werknemer als een soort moderne dagloner alleen kan komen opdraven als de werkgever daadwerkelijk werk heeft en dus in grote onzekerheid leeft en amper rondkomt. Over deze groeiende groep werkende armen wordt in het rapport met geen woord gerept. Eerder dit jaar verscheen er bij hetzelfde CBS een rapport over vermogensongelijkheid en dat schetste een heel ander beeld dan dit rapport over inkomensongelijkheid. Uit dat eerste rapport blijkt wel degelijk dat rijken steeds rijker worden en de armen steeds armen.

Die kloof ontstaat alleen dus niet door arbeid of uitkeringen, maar door kapitaal. Los van deze kloof lijkt het me nog altijd niet normaal dat een werknemer op de werkvloer zo’n 1700 euro bruto per maand verdient en dat menig bestuursvoorzitter/president-directeur – dikwijls ook gewoon een werknemer – met ongeveer 100.000 euro per maand naar huis gaat en daarbij ook nog bonussen krijgt die het inkomen dikwijls verdubbelen naar meer dan twee miljoen per jaar. En dan hou ik het nog netjes, want de topmannen van Philips, Shell en PostNL strijken vaak nog veel meer op. Het is best pijnlijk te bedenken dat een postbode die door weer en wind onze brieven bezorgt ruim 650 euro per uur minder verdient dan degene die op kantoor de baas zit te spelen. Maar blijkbaar is dat heel normaal en moeten we blij zijn dat de verschillen in inkomen in dit land niet al te groot zijn.

Ik begrijp daar niets van. Met zulke verschillen in inkomen leven de mensen immers in compleet andere werelden. In de ene moet je aan het eind van de middag naar de markt op met flinke korting de restje te kopen en in de andere overweeg je een tweede of derde vakantiehuis te kopen of een interessante belegging in te doen in bijvoorbeeld teakhout. Ik noem maar iets. Ik begrijp in ieder geval niets van het optimisme.

Of eigenlijk begrijp ik het wel. Er wordt zoals zo vaak een zeer gefragmenteerd verslag gepresenteerd waaruit moet blijken dat het eigenlijk heel goed gaat met het land. We laten de cijfers uit een bepaalde hoek spreken – in dit geval inkomen – en laten andere cijfers – in dit geval kapitaal – buiten beschouwing en vieren een feestje over het succes van veertig jaar overheidsbeleid. En tijdens dit feestje vergeten we even dat heel veel mensen geen huis kunnen krijgen, dat kinderen vanwege armoede niet mee kunnen op schoolreisje, dat mensen bang zijn voor stijgende voedsel- en energieprijzen omdat ze nu al amper rondkomen, dat het aantal daklozen stijgt, de voedselbanken steeds meer aanmeldingen krijgen en dat de wachtlijsten in vrijwel alle domeinen van de zorg uit hun voegen barsten.

Het gaat inderdaad heel goed in dit land. Zolang je maar de andere kant op kijkt en het zand niet uit je ogen wrijft. Alleen wie zich laat verblinden en misleiden door rapporten als deze over het meevallen van de inkomensongelijkheid, kan naar hartenlust champagne drinken en cake eten.

Geef een reactie

Laatste reacties (75)