Laatste update 13:38
3.248
70

Docent Erasmus Universiteit Rotterdam

Gijsbert Oonk (1966) is universitair hoofddocent geschiedenis van Afrika en Azië aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is redactielid van Geschiedenis Magazine en als onderzoeker verbonden aan de School of Oriental and African Studies (SOAS, London) en de Centre for Indian Studies in Africa (CISA), University of the Witwatersrand (Wits), Johannesburg. Hij is gespecialiseerd in migratie, burgerschap, identiteit, beeldvorming, gelijkheid en ongelijkheid, sport, nationalisme, kolonisatie en dekolonisatie en wereldgeschiedenis. In het Nederlandse publieke debat schrijft hij over belangrijke leermomenten uit de geschiedenis. Zijn motto is: if you don’t know your past, you get lost in the future. Met andere woorden: geschiedenis is de morele navigatie van onze samenleving

Hoe je PVV en GroenLinks op één lijn kunt krijgen over het vluchtelingenprobleem

Een plan voor een mondiaal vluchtelingenbeleid, autonome nationale grenzen en hulp aan hen die het nodig hebben

cc-foto: UNHCR/Brian Sokol

Informateur Tjeenk Willink hoopt op nieuwe ideeën waarbij politieke partijen uit hun comfortzone stappen. Is het mogelijk om tot een oplossing te komen over het migratievraagstuk in Nederland, Europa en wellicht de wereld? Ik denk het wel. Is het mogelijk om de VVD/PVV en GroenLinks te verenigen op het vluchtelingenvraagstuk? Zeker. Ik denk dat de meeste Nederlandse partijen zich kunnen vinden in een mondiaal verdelingsmodel, zoals dat wordt voorgesteld door de Amerikaanse hoogleraar politieke filosofie Joseph Carens. Dit is een model dat voorbij gaat aan de dichotomie ‘open’ of ‘gesloten’ grenzen. Carens stelt dat we de vluchtelingenproblematiek als een gezamenlijke mondiale uitdaging moeten zien, waarbij individuele landen het recht houden om zelf te bepalen hoeveel en welke vluchtelingen ze opnemen. Maar dat heeft wel een prijs.

Carens stelt voor dat de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties – de UNCHR – een verdeelsleutel maakt voor alle vluchtelingen in de wereld. Vluchtelingen zijn geen Europees of Afrikaans probleem, het is een mondiaal probleem dat mondiaal moeten worden aangepakt. Opvang in de regio is het meest wenselijk. De culturele verschillen zijn dan relatief klein, de kans op terugkeer bij vrede is groter en de kosten voor opvang zijn veelal lager. Verreweg de meesten vluchtelingen worden opgevangen in de regio (meer dan 95%) en dat blijft ook zo in het model van Carens. Maar als conflicten, armoede en hongersnood langer duren, zullen steeds meer vluchtelingen hun bestaan in vluchtelingenkampen willen verlaten en op zoek gaan naar een betere oplossing.

Het vluchtelingenverdeelmodel heeft twee eenvoudige en doeltreffende uitgangspunten: (1) (bijna) alle landen doen mee aan een mondiaal verdelingsmodel dat de Verenigde Naties (UNHCR) zou kunnen initiëren. In dit model krijgt ieder land een quotum toebedeeld voor de hoeveelheid vluchtelingen die het moet accepteren. Dat quotum is gebaseerd op een aantal variabelen. Op de eerste plaats blijven landen in de nabijheid van conflicten voor de meeste vluchtelingen zorgen. Rijkere landen en grotere landen kunnen meer mensen op vangen dan kleinere en armere landen.

Het tweede (2) uitgangspunt is dat landen zelf bepalen hoeveel en welke vluchtelingen er worden binnengelaten. Mocht een land minder vluchtelingen willen opnemen dan het toegewezen krijgt, dan kan dat worden afgekocht door compensatie te geven aan landen die meer vluchtelingen opvangen. Zo houden landen de autonomie in eigen hand. Stel dat Japan in het verdeelmodel 5000 Syrische vluchtelingen moet opnemen, maar zij vinden dat niet opportuun. Een ander land, bijvoorbeeld Oeganda, kan dan de 5000 Syriërs opnemen. Japan betaalt dan compensatie aan Oeganda voor de opvang van die extra vluchtelingen.

Een belangrijk voordeel van dit systeem is dat vluchtelingen geen incentive meer hebben om naar een rijker land te reizen. Vluchtelingen worden opgevangen, maar ze kunnen niet kiezen waar ze worden opgevangen. Ze worden door een onafhankelijk instituut – de Verenigde Naties of de UNHCR – toegewezen aan een land. Daarnaast houden individuele landen de autonomie over het aantal en welke vluchtelingen ze opnemen. Hierdoor zijn ze beter in staat dat af te stemmen met de lokale wensen en mogelijkheden. De regeling lijkt een beetje op de afspraken die zijn gemaakt over de CO2 uitstoot. Landen die meer CO2 uitstoten dan afgesproken moeten een hoger quotum kopen bij landen die minder uitstoten. Hierdoor betalen rijkere landen aan arme landen een compensatie voor het feit dat ze meer CO2 uitstoten.

Het mondiale verdelingsmodel van vluchtelingen is niet zonder problemen. Allereerst staat of valt het model met de wil van landen om hieraan mee te doen. Bij de CO2 uitstoot is dat gelukt, de vraag is of het bij de vluchtelingen ook gaat lukken. Zelfs als de meeste landen meedoen rijst de vraag of er geen onethische ‘handel’ in migranten en vluchtelingen gaat ontstaan. Maar ook nu is de situatie verre van ideaal.  Een andere vraag is of families gescheiden kunnen worden met een dergelijke verdeling. Hoe ga je om met gezinshereniging? Het zijn vragen die geen makkelijke antwoorden hebben.

Hiertegenover staan de voordelen. Het grote voordeel is dat de opvang van vluchtelingen een mondiale oplossing krijgt en dat niet alleen de landen in de regio de kosten dragen. Daarnaast geeft het de ontvangende landen de economische middelen om een humaan migrantenbeleid op te zetten. Ze krijgen de middelen om dat te doen. Alle landen houden tenslotte de autonomie over het aantal vluchtelingen dat ze willen toelaten. Hierdoor kunnen ze zich ook beter voorbereiden op de toekomst.

Nederland kan zichzelf op de kaart zetten door nu het voortouw te nemen. De vraag is niet of de grenzen open of dicht moeten. De vraag is welke grens is humaan, betaalbaar en acceptabel voor Nederland, voor Europa en voor de vluchtelingen. Het mondiale verdeelmodel biedt ruimte voor zowel het VVD/PVV perspectief als het GroenLinkse perspectief.

Geef een reactie

Laatste reacties (70)