485
12

Coördinator Internationale Socialisten

Maina van der Zwan (1978) is landelijk coördinator van de Internationale Socialisten en hoofdredacteur van De Socialist.

Hoe kunnen de schoonmakers winnen?

Treinen, stations en andere publieke instellingen waar gestaakt wordt, zouden veel en veel viezer moeten worden

Nog even en de schoonmakers hebben hun record van negen weken staken uit 2010 verbroken. Toen wonnen ze glansrijk. Nu liggen de zaken er wat anders voor. Voor ondernemers staat er meer op het spel, en dus spelen ze het harder. De groep stakers is twee keer zo groot, maar tegelijkertijd is de staking voor het grote publiek minder zichtbaar. De treinen en stations, toen het epicentrum van de staking, zijn nu schoon. De vraag is hoe ze zonder die troef wel kunnen winnen.


De ‘doodnormale dingen’ die de schoonmakers vragen hebben ze nog niet, maar één ding hebben ze al wel afgedwongen: respect. Al negen weken lang staken ze vastberaden. Door regen en wind hebben ze gedemonstreerd. Ze hebben gebouwen bezet, zalen toegesproken en harten veroverd. Zoals de staker Abdel zijn medebezetters op de Universiteit Utrecht toesprak: ‘Wij zullen en kunnen onze eigen toekomst maken.’

De positieve media-aandacht voor de stakers is dus meer dan terecht. Maar sterke beeldvorming alleen is niet voldoende om deze staking te winnen. Er staat namelijk meer op het spel dan in 2010. Ondernemers eisen van alle werknemers een nullijn (wat met inflatie en stijgende vaste lasten dus een fors verlies van koopkracht zou betekenen). Een voorbeeld waarin schoonmakers door strijd een loonsverhoging en betere arbeidsvoorwaarden afdwingen is het laatste wat ze willen. Dat zou namelijk een inspirerende werking op sectoren zoals de thuiszorg, het onderwijs en de ambtenarij kunnen hebben: ‘Als de schoonmakers het kunnen, waarom wij niet?’ Daarom oefent ondernemersvereniging VNO-NCW volgens insiders ook grote druk uit op de schoonmaakbedrijven om de staking uit te putten. 

Stakingsbrekers
Dus zien we op allerlei plekken waar er wordt gestaakt dat er uitzendkrachten worden ingezet om het schoonmaakwerk over te nemen. Opdrachtgevers zeggen het ene moment te sympathiseren met de schoonmakers, om vervolgens alles in het werk te stellen om de staking te breken. Zo roept het bestuur van de VU haar medewerkers via posters en emails op zelf de gebouwen schoon te houden tijdens de staking. Feitelijk gaat het hier om een oproep tot het doen van besmet werk. De directie van de NS heeft in ruil voor haar toezegging tot steun aan de Code Verantwoordelijk Markgedrag bedongen dat de ‘hoogstnoodzakelijke schoonmaak’ op de stations en in de treinen mag plaatsvinden. De interpretatie daarvan hebben ze echter zo ver opgerekt dat er op stations en in treinen niets van de staking te merken is.

De bazen spelen het dus hard en er staat veel op het spel. Voor de schoonmakers zelf, voor andere sectoren en voor het vraagstuk van vakbondsvernieuwing rijst nu de urgente vraag: hoe kan deze staking gewonnen worden?

Hindermacht uitbouwen
De grootste prioriteit is het vergroten van de kracht van de staking zelf. Als fabrieksarbeiders het werk neerleggen, wordt er niets geproduceerd en gaat er winst verloren. Die stakers hebben wat ze noemen een grote ‘hindermacht’. Als een schoonmaker een dag niet werkt, wordt de werkplek iets smeriger, maar kunnen anderen nog steeds gebruik maken van de ruimte. Voor hen is het vervelend, maar voor de schoonmaakbedrijven vormt het geen verliespost. Schoonmakers hebben daarom weinig hindermacht. Zij moeten het hebben van publieke steun en toenemde rotzooi. Druk vanuit de werkvloer naar de opdrachtgever moet zich naar de schoonmaakbedrijven vertalen. Hoe viezer de ruimte, hoe beter.

Deze kracht wordt beperkt op het moment dat anderen de werkvloeren schoonhouden, zij het door uitzendkrachten, overige personeel of studenten, zoals dit tenenkrommend filmpje laat zien. Dit is de grote troef van de bazen. Als de staking zelf weinig effect heeft, kunnen zij het lang volhouden. De schoonmakers en hun sympathisanten zouden daarom meer moeten doen om de staking te versterken. Iedereen die stakingsbrekers ziet kan daarover klagen bij de directie, er moeten mailbombardementen naar opdrachtgevers komen en vakbondsafdelingen moeten aan hun bedrijf vragen om de rechtvaardige eisen van de stakers in te willigen. En als de NS zich niet aan afspraken houdt, zou daar ook tegen opgetreden moeten worden. Treinen, stations en andere publieke instellingen waar gestaakt wordt, zouden veel en veel viezer moeten worden. Dat zet druk op de onderhandelingen.

Zichtbaarheid vergroten
Daarnaast is het belangrijk dat de staking zichtbaarder wordt, en dat gaat hand in hand met een verdere uitbreiding van actiemethoden. De succesvolle bezetting van de Universiteit Utrecht is hier een uitstekend voorbeeld van. Opdrachtgevers houden geen rekening met een verstoring van hun dagelijkse gang van zaken. Wanneer hun slechte behandeling van schoonmakers opeens breed wordt uitgemeten in de pers is dat pijnlijk voor hun duur aangemeten imago. Zeker wanneer het gaat om publieke instellingen zoals universiteiten waar veel studenten en medewerkers achter de eisen van schoonmakers staan. Het feit dat de besturen van andere universiteiten in de dagen na de bezetting in Utrecht bij het minste of geringste hun deuren op slot gooiden, bevestigt hun angst voor dit soort acties. Daar zitten dus de openingen: op universiteiten, gemeenten, stations en natuurlijk de kantoren van de schoonmaakbedrijven zelf. Wie niet luisteren wil moet voelen.

Strijd verbreden
Als laatste is er urgent meer concrete solidariteit nodig. De morele steun voor de stakers is enorm, maar daar worden de bazen niet zo snel bang van. De schoonmakers hebben er iets aan als sympathisanten zich actíef inzetten, bijvoorbeeld door actie te voeren tegen het doen van besmet werk. Ze hebben er iets aan als werknemers uit andere sectoren zichtbaar aanwezig zijn op acties en hun solidariteit komen betuigen, net zoals de schoonmakers de acties in het openbaar vervoer hebben gesteund. Maar het meest hebben de schoonmakers aan een verbreding van verzet. Want zoals gezegd: dit gaat om meer dan de schoonmaak-cao. Zo zien de bazen het en zo zou de andere kant het ook moeten zien.

De inzet achter dit conflict gaat om wie de rekening van de crisis betaalt. Ondernemers willen dat  werknemers vergaande bezuinigingen op publieke instellingen èn een nullijn accepteren. Dit terwijl er meer dan genoeg geld is, zowel bij multinationals als de schoonmaakbedrijven. Dit gevecht om de rekening van de crisis gaat iedereen aan en schoonmakers laten zien dat we de mantra van ‘harder werken voor minder geld’ niet gedwee hoeven te gehoorzamen. Het is nu aan studenten, docenten en ambtenaren om een voorbeeld te nemen aan hun moed en doorzettingsvermogen. Hun strijd is onze strijd.&nb

Geef een reactie

Laatste reacties (12)