1.438
10

Kunstenaar

TINKEBELL is kunstenaar. In 2005 studeerde zij af aan de afdeling design van het Sandberg Instituut te Amsterdam. In 2004 verkreeg ze landelijke bekendheid met een handtas die zij gefabriceerd had van het bont van haar eigen kat. Begin 2008 deed ze opnieuw van zich spreken met de tentoonstelling Save the pets, waarbij ze in galerie Masters in Amsterdam, 95 hamsters tegelijk liet rondlopen in zogenaamde hamsterballen. Zij wilde hiermee laten zien hoe mensen omgaan met hun huisdieren. Haar werk leverde meermalen een storm aan publiciteit en kritiek op, inclusief haatmail en doodsbedreigingen. Een deel van deze haatmail en doodsbedreigingen werden gepubliceerd in het boek Dearest TINKEBELL uit 2009. Ook publiceerde zij het boek 'De Duitsers zijn uitgeschakeld'. In 2018 publiceerde ze een boek over haar ervaringen in het Japanse kernrampgebied: Het gevaar van angst – hypochonderen in Fukushima.

Hoe kunst de wereld redt

Door bestaande hulpacties te herhalen en ze in een andere context te tonen, kunnen we een beter oordeel vormen over of iets wel of niet een goed idee is

‘Hoe kunst de wereld redt’ – Dat is de subtitel van de afgelopen weekend door aankomend koningin Máxima geopende tentoonstelling ‘Ja-Natuurlijk’ in het GEM in Den Haag.

Ik was er bij en mocht zelfs even met Máxima praten over hoe kunst ons soms een ander beeld van de werkelijkheid kan laten zien en hoe dat, índerdaad, niet alleen onze blik, maar daarmee ook de wereld kan veranderen. Ook overhandigde ik haar mijn nieuwe boek ‘De Duitsers zijn uitgeschakeld’ met het nadrukkelijke verzoek aan haar het ook te gaan lezen omdat niet alleen mijn werk in het algemeen, maar ook dit boek in het bijzonder, een verhaal vertelt over de Nederlandse norm. Met mijn boek onder haar arm en de belofte het te lezen vertrok ze weer.

Pas in de trein naar huis drong tot mij door hoe wáár die subtitel van de tentoonstelling in het GEM is en hóe erg het verhaal wat ik Máxima vertelde ook echt klopt. Want, ik moet bekennen dat ik natuurlijk naar een aanleiding had gezocht om haar mijn boek in de handen te drukken, en ik herinnerde mij natúúrlijk de hele rel rondom haar conclusie dat er niet zoiets bestaat als de Nederlandse identiteit.
Soms zeg of schrijf je iets en komt het besef over de inhoud pas daarna.

Toen ik werd gevraagd mijn installatie ‘On Amy taxidermy – From a true fan’, een verzameling van tien jaar documentatiemateriaal uit het persoonlijke weblog van een Amerikaans meisje dat vanaf haar dertiende jaar dieren opzet en op e-bay verkoopt met daarbij mijn privé collectie van haar opgezette beesten, te tonen, wist ik niets over het bestaan van de subtitel van de tentoonstelling. De titel ‘Ja-Natuurlijk’ en de eerste ideeën van curator Ine Gevers waren voor mij voldoende om enthousiast toe te zeggen.

Nu, een kleine week na de opening, betrap ik mijzelf er op dat de zin ‘Hoe kunst de wereld redt’ mij niet meer los laat en hóe erg ik zelf overtuigd ben van de waarheid in deze zin. En niet alleen binnen de ‘Ja-Natuurlijk’ tentoonstelling die je inderdaad zo’n andere visie op ons bestaan kan geven dat je je leefwijze gaat veranderen, jawel, ten gunste van de wereld.

Toevallig werk ik zelf al een aantal jaar aan een project met als titel ‘SAVE THE WORLD’. Aanleiding voor dit project is dat wij in Nederland meer dan 5000 kleine, particuliere NGO’s (niet van overheid afhankelijke hulporganisaties) hebben. Hiermee bedoel ik niet een Greenpeace of een Unicef, maar echt kleine organisaties en ‘stichtinkjes’ die door particulieren zijn opgezet. Vaak na een vakantie waar mensen dan een vorm van armoede of onrecht tegenkomen en waardoor dan wordt besloten ‘iets’ te doen. Zo interveniëren we met zijn allen wereldwijd op talloze plaatsen om situaties een beetje beter te maken. Om de wereld een beetje te redden.

Wat veel van die kleine organisaties gemeenschappelijk hebben is dat ze vaak vanuit een onderbuikgevoel worden geboren en op eerste intuïtie worden opgezet. In die hulpacties gaan we er heel vaak vanuit dat ieder mens en ieder dier recht heeft op een situatie zoals wij die kennen in Nederland.

Om een lang verhaal kort te maken: We redden de wereld vanuit onze eigen norm.

En zo ontstaan er nog wel eens vreemde situaties. Er bestaan bijvoorbeeld verschillende stichtingen die mensen oproepen zwerfhonden vanuit Afrika mee te nemen naar Nederland, omdat elke hond immers het recht heeft op een thuis bij een Nederlands gezin.

In mijn SAVE THE WORLD-project boots ik bestaande hulpprojecten na, om te onderzoeken of mijn onderbuikgevoel, namelijk dat sommige acties wel goed bedoeld zijn, maar de situaties niet oplossen of beter maken, correct is. En ja, zo haalde ik inderdaad een zwerfhond uit Gambia die door het Amsterdamse dierenasiel in een Nederlands gezin is geplaatst.

Waar ik in geloof is dat door bestaande hulpacties te herhalen en ze in een andere context te tonen, we ze beter kunnen bekijken en zo ook een beter oordeel kunnen vormen over of iets wel of niet een goed idee is. En doordat we hier een beter idee over kunnen vormen, zullen toekomstige acties wellicht anders opgezet worden, waardoor hulp ook door kleine organisaties verbetert.

Maar soms vergis ik mij ook. Dan denk ik dat ik een hulp-vorm heb gevonden waar iets mis mee is en dan blijkt het ineens wél te werken. Dit overkwam mij in Lima, Peru, nu ongeveer anderhalf jaar geleden.

Ik had al vaker van zogenaamde ‘Favela Paintings’ gehoord: Kunstenaars die de Favela’s (hele arme door bewoners zelf gebouwde wijken) ingingen om de huizen daar in felle kleuren te schilderen, meestal in samenwerking met bewoners om zo op sociaal vlak een wijk positief te veranderen, maar ook in uitstraling en aandacht voor de problematiek van buitenaf. Ook in Nederland zelf hoor je het vaak: Er is weer ergens een sociaal probleem in een wijk en hoppa, er worden wat kunstenaars opgezet die het beter moeten maken. Ik werd er soms wel eens een beetje onpasselijk van.

Dus ik besloot exact dát te doen wat ik bekritiseerde, zodat zichtbaar zou worden wat niet deugt aan het idee dat kunstenaars wel even iets kunnen doen aan de sociale problemen in een achterstandswijk. In een favela in de bergwand aan de rand van Lima bedacht ik een enorm roze hart. Enkele tientallen huizen moesten hiervoor overgeschilderd worden en het resultaat zou uitzichtbepalend zijn voor de gehele stad. Het idee klonk in mijn eigen oren te afschuwelijk voor woorden.

Maar het werkte. Binnen een paar dagen had ik niet alleen de wijk, maar ook de burgemeester en iedereen die iets te zeggen had in de stad, enthousiast en nog geen drie weken later werden de huizen door meer dan honderd vrijwilligers voorzien van een dikke laag roze verf. Voor het eerst in jaren kwamen politici in de wijk en was er aandacht voor de bewoners. Er werd gefeest en iedereen, íedereen was blij. Het bleek het begin van een nieuwe periode waarin de wijk werd betrokken bij de stad. Het was voor mij een ongelofelijk gebeuren, dat mijn kijk op de impact van een kunstenaarsinitiatief, hoe cliché soms ook, totaal heeft doen veranderen. De komende, misschien wel twintig jaar, zal het uitzicht op de wijk ‘Rimac’ vanaf het centrum van Lima positief bepaald worden door een enorm roze hart in de bergwand.

Dat kunstenaars de minder aangename plekken op de wereld kunnen redden, hadden sommigen al eerder door dan ik. Woningbouwvereniging Stadgenoot bijvoorbeeld. In de nummer één van de lijst Vogelaarwijken (u weet het vast nog wel) stelden zij een paar jaar geleden, bij wijze van uitprobeersel, acht woningen beschikbaar aan kunstenaars. De deal was dat deze kunstenaars daar met wat korting op de huur mochten wonen en in ruil daarvoor zouden ze iets doen om de wijk beter te maken. Dit resulteerde in een stichting ‘The Bookstore Foundation’ die nu ruim 50 kunstenaars huisvest in twee -voorheen niet zo fijne- wijken in Bos en Lommer, Amsterdam. En het werkt: Er onststonden initiatieven als ruilwinkels, filmavonden, tentoonstellingen, craftymarkten en allerlei workshops. Kinderen leren over de buurt, organiseren zélf schoonmaakacties en vrouwen die voorheen weinig contacten hadden in de buurt ontmoeten elkaar tijdens de haak en brei ochtenden. Klinkt dat cliché en kneuterig? Ja. Maar het werkt wel. Mensen kennen elkaar. Groeten elkaar.

De tuintjes worden bijgehouden en het brood van de luxe bakker om de hoek dat aan het einde van de dag over is, wordt uitgedeeld aan iedereen die het kan gebruiken, want het blijft een buurt van mensen met weinig geld.

De positieve invloed op de buurt is zo groot dat wanneer je er nu rondloopt en mensen vertelt dat dit een paar jaar geleden nog werd gemarkeerd als armste buurt van Nederland ze je met grote ogen aankijken. Onlangs nam burgemeester Van der Laan er zelf ook een kijkje en ondertussen hebben ook de gemeente Amsterdam en woningbouwvereniging Rochdale zich aangesloten bij het project. Ze hebben beiden een eerste pand ter beschikking gesteld.

Trouwens. En passant zijn de kunstenaars in het project zélf ook gered, want zo gemakkelijk is het niet om je geld te verdienen in de cultuursector, dus die korting op de huur komt ze goed van pas. Blijft er mooi tijd en geld over voor andere kunstprojecten die op ándere manieren de wereld kunnen redden. Een win-win situatie.


Laatste publicatie van Tinkebell

  • Het gevaar van angst

    Hypochonderen in Fukushima

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (10)