848
36

Journalist

Johannes Dolislager (1989, Groningen) heeft al zijn hele leven iets met de journalistiek. Via de radio en de krantenwereld kwam hij uiteindelijk bij de VARA terecht waar hij werkt als internetredacteur. Toch kruipt het krantenbloed waar het niet gaan kan en daarom werkt hij in de avonden, vrijdagen en weekenden nog voor diverse huis-aan-huisbladen in Noord-Nederland. Gedurende zijn 7-jarige carrière daar heeft hij een netwerk opgebouwd en kwam daardoor op plekken die voor anderen gesloten bleven. Wat hij overgenomen heeft van het gebied is de nuchtere kijk op de wereld. Een feestje is leuk, maar hoeft zeker niet met kaviaar.

Hoe lang gaan we nog door met splinterpartijen?

Kleine minderheden maken het regeren lastig

Bij veel politicologen begonnen de ogen te glunderen op de uitslagavond van de verkiezingen van 2012. Voor het eerst in jaren wist één partij meer dan 40 zetels te halen.

Niet dat die politicologen het nou per se zo eens waren met die partij. Nee, ze verbaasden zich er vooral over dat het in deze tijd nog mogelijk is om zoveel stemmen binnen te halen. Zou dit het einde betekenen van de vele splinterpartijen?

Sinds enkele jaren zien we dat het aantal partijen in de Tweede Kamer toeneemt. Partijen als 50Plus, PVV en Partij voor de Dieren hebben hun weg naar Den Haag weten te vinden. Soms met een kleine fractie, maar ook in grotere formatie. Tegelijk zien we dat de gevestigde partijen langzaam kleiner worden. Het CDA is al enkele jaren koploper krimpen, maar ook een partij als GroenLinks ziet haar zetelaantal langzaam verdampen.

Op zich zijn die minderheden niet erg, want hoe klein een partij ook is, het laat een deel van de stem van het volk horen. Iets waar we in Nederland trots op zijn: ook minderheden weten het te redden tot de Tweede Kamer. Hoewel minderheden? Voor één zetel waren vorig jaar september toch nog 62.829 stemmen nodig.

We zien dat die kleine minderheden dagelijks een kabinet het regeren lastig kunnen maken. Doordat de huidige regering in de Eerste Kamer geen meerderheid heeft, moet constant gezocht worden naar samenwerking. De ene keer is dat met het CDA, een andere keer zijn D66 en GroenLinks aan de beurt om een plan te steunen. In het vorige kabinet lag er nog een glansrol voor de SGP in de Tweede Kamer. Het zorgt voor vele uurtjes onderhandelen. Niemand is toch het avontuur van Kees van der Staaij op de achterbank van Mark Rutte’s dienstauto tijdens zijn eerste kabinet vergeten?

De vraag die nu hardop gesteld mag worden is of Nederland dit moet blijven willen. Het vertegenwoordigen van minderheden is belangrijk, maar in hoeverre mag dit het proces van besluitvorming vertragen? Zeker in tijden van crisis is het nodig dat de overheid met een visie komt waar voldoende draagvlak voor is in zowel de Eerste als de Tweede Kamer. Als het kabinet voor elk plan continu moet onderhandelen met verschillende partijen kost dat niet alleen heel veel tijd, maar moeten in ruil voor die steun ook zaken ingewisseld worden.

Een voorbeeld: jaarlijks subsidieert deze regering met 10 miljoen euro ongeveer 6000 kinderen wiens ouders vanwege hun geloof voor een andere school kiezen dan die in hun eigen dorp. PvdA en VVD willen hier graag van af, maar kunnen dan steun van de christelijke partijen bij andere plannen vergeten.

Een einde kan hieraan gemaakt worden door een kiesdrempel in te voeren. Hierdoor worden na de verkiezingen splinterpartijen uitgesloten van een plek in de Kamer. Een voorschot hierop nam Henk Krol (50Plus) tijdens de vorige verkiezingen. In een interview met Nieuwe Revu, dat te lezen valt op de website van zijn partij, zegt Krol het volgende:  

We spelen het spel met de regels van nu. Maar als we in de Kamer zitten, zullen we pleiten voor een kiesdrempel van 3 procent. Daar moet je eerlijk in zijn. Ik vind dat te veel kleine partijen slecht zijn voor een land.

Een kiesdrempel van 3 procent betekent dat voor partijen met minder dan vijf zetels geen plek meer is in de Kamer. In de huidige samenstelling kan dan in één keer afscheid worden genomen van GroenLinks, SGP, Partij voor de Dieren en Krol’s eigen partij. Rek je het op naar 5 procent dan is het ook einde oefening voor de ChristenUnie. Hoewel de voorman van 50Plus in het interview deze uitspraak doet, lijkt hij er niet meer aan herinnerd te willen worden. In de afgelopen maanden vroeg ik hem via Twitter driemaal of hij nog steeds achter zijn standpunt staat en of hij er nog iets mee gaat doen. U raadt het: geen reactie. Ook andere partijen kon ik niet betrappen tot enig aanzet tot een kiesdrempel.

De vraag is nu wat Nederland wil: houden we het huidige systeem met oog voor kleine minderheden of voeren we de kiesdrempel juist wel in, zodat besluitvorming sneller gerealiseerd kan worden en het land niet langer afhankelijk is van de wensen en eisen van kleine splinterpartijen? Het is aan u.

Geef een reactie

Laatste reacties (36)