Laatste update 15:17
2.496
24

eindredacteur Joop

Francisco van Jole is journalist en eindredacteur van Joop.
Verder is hij politiek commentator bij De Nieuws BV en presentator van Draad, een politieke talkshow in Arminius te Rotterdam.

Hoe met hulp van corona de auto verdwijnt uit de stad

Auto sneuvelt als eerste in ’corona-proof’ Amsterdam, kopte De Telegraaf vorige week

cc-foto: Jeroen Kransen

Ik durf het bijna niet te zeggen, verzuchtte de vriend, want het is natuurlijk allemaal erg en vreselijk maar ik vind het best lekker, die coronacrisis. De rust die over me is gekomen. Het niet meer reizen naar kantoor. De lege agenda. Het zelf koken. Ik knikte en moest denken aan de oude man die ik ooit hoorde zeggen dat hij de Tweede Wereldoorlog voornamelijk spannend had gevonden, als een jongensboek. Je mocht het niet zo zeggen maar ik geloofde hem.

Kort daarvoor sprak ik een kennis die een bescheiden, verantwoorde levensmidddelenzaak runt. Ik heb het nog nooit zo druk gehad, zei ze. Veel mensen blijken niet meer naar de supermarkt te willen of durven om daar hun auto vol te laden met boodschappen. Ze hebben ook wat meer geld over omdat ze niet meer uit eten gaan en ontdekken nu dat die kleine winkeliers in de buurt veel lekkerder spullen hebben. Ik hoor ook van veel andere zaken dat ze het druk hebben.

Ik bezocht een kledingwinkel die na weken weer open was gegaan. Met een maximum aantal klanten, afstand houden, etcetera. Het was zaterdag bijna net zo druk als op een gewone zaterdag, zei de verkoper glunderend. Mensen staan keurig in de rij voor de deur. Had ik nooit verwacht. Niemand heeft meer haast.

Dat was het, realiseerde ik me plots. Dat was wat me de afgelopen weken opviel als ik op woensdag met de auto naar Hilversum reed voor Kee & Van Jole. Het was niet alleen dat er minder verkeer reed. De cruise control stond op 100 kilometer per uur en niemand haalde me in. Geen gejakker meer op de weg. De haast was verdwenen nu voorzichtigheid alom won.

Het is verleidelijk om dergelijke ervaringen te componeren tot een toekomstbeeld. In die zin zijn toekomstbeelden nogal eens omgekeerde complottheorieën. Een complotdenker rijmt losse gebeurtenissen aaneen tot een samenhangend geheel om een beeld te vormen van het onbegrijpelijke verleden. Wie fantaseert over de toekomst bouwt al gauw met opvallende, welkome gebeurtenissen een scenario dat goed past bij de eigen droom of nachtmerrie, om maar een vooruitzicht te krijgen.

Auto sneuvelt als eerste in ’corona-proof’ Amsterdam, kopte De Telegraaf vorige week. De Telegraaf ziet een verandering al snel als een oorlog. Wat in dit geval niet zo gek is want auto’s lijken inderdaad steeds meer op tanks maar ik geloof dat de redactie dat niet zo bedoelde. Ik werd helemaal vrolijk van de krantenkop, al had ik persoonlijk de aanhalingstekens ergens anders geplaatst. Auto ‘sneuvelt’ als eerste in corona-proof Amsterdam, want uit het verhaal werd duidelijk dat de auto helemaal niet in de shredder verdwijnt maar dat de bestuurders gewoon wat langzamer moeten gaan rijden en wat meer ruimte moeten afstaan aan voetgangers en fietsers.

Het is niet alleen in Amsterdam dat de auto terrein verliest. In mijn eigen Rotterdam, waar het nog steeds goed gebruik is om op zaterdag en zondag met de auto massaal tot aan de rand van de Lijnbaan te rijden om daar te parkeren en dan de eerste autovrije winkelpromenade ter wereld (1953) te betreden, worden ook ingrijpende maatregelen genomen. De auto’s worden geweerd uit de Hoogstraat om plaats te maken voor terrassen. Prompt willen horecaondernemers in de uitgaansstraat Witte de Withstraat dat nu ook, terwijl een dergelijk plan jarenlang juist kon rekenen op verzet van de middenstand. Corona maakt alles anders.

In andere steden gebeurt hetzelfde. Van Milaan tot San Francisco. Door de anderhalvemeter samenleving is er meer ruimte nodig en dan ligt het voor de hand auto’s te verdrijven, die nemen immers ongekend veel ruimte in beslag. In Parijs is berekend dat het aandeel van de auto in verplaatsingen slechts gering is maar het blik wel meer dan 50 procent van de publieke ruimte in gebruik neemt. De automobilist eist in die zin al vanaf het prille begin veel meer dan anderhalve meter voor zichzelf op.

Voeg daarbij dat een stad zonder auto’s een stuk aangenamer is, minder gejakker, minder op je hoede zijn om van je sokken gereden te worden, minder agressie, minder stress. In Parijs, waar de gemeente het autogebruik al jaren drastisch terugdringt, is sinds 2010 het aantal verkeersongelukken met 40 procent afgenomen. Zo kun je ook bezuinigen op de kosten voor de gezondheidszorg.

Gezondheid is ook in het geding omdat de auto zorgt voor schadelijke uitstoot. Een bekende van mij moest uit Rotterdam verhuizen omdat zijn vrouw, die met ademhalingsproblemen kampt, de stad niet meer kon verdragen. Stadsbewoners met gezondheidsklachten aan de luchtwegen genezen langzamer omdat de vervuiling ze heeft aangetast. In die zin past het autovrij maken ook in de bestrijding van covid-19.

Dat gezondheidsaspect is ook interessant in het kader van de publieke ruimte die nu omgetoverd wordt door terrassen. Want als terrasbezoek de nieuwe vorm van de horeca gaan wordt dan ligt het voor de hand dat de terrassen rookvrij worden. Nu is het terras vaak nog een gebruikerszone voor nicotineverslaafden maar dat is dan niet meer vol te houden. Ongewenst meeroken, en dat doe je op een terras al snel, is een belangrijke oorzaak van longziekten. Wie longproblemen heeft loopt meer risico en rookvrij maken past dus ook in het corona-proof maken. Zelfs als je geen longproblemen hebt, het gekuch van rokers klinkt nu al snel even onrustbarend als het gegil van een brandalarm.

De horeca moet wel toevlucht nemen tot terrassen want de zaken zelf, onafhankelijk van de grootte, zijn altijd te klein om voldoende omzet te draaien met het door de coronamaatregelen geringe aantal beschikbare tafels binnen. Of je moet strakke roosters gaan hanteren. Maximaal 90 minuten aan een tafel en wegwezen. Hup daar gaat je stressvrije avond. Dan liever op het terras. Dus worden parkeerhavens ingenomen door tafels en stoelen. Want waarom zou je een auto de omzetmogelijkheden letterlijk in de weg laten staan?

Natuurlijk zijn er de ‘ja maars’ bij het terugveroveren van de publieke ruimte op de auto. Ja maar, hoe dan met mensen die slecht ter been zijn bijvoorbeeld. Daar zijn allemaal oplossingen voor te bedenken als je het principe maar omdraait. Nu geldt dat de auto overal welkom is tenzij wordt aangegeven dat het niet mag. Draai dat om: de stad is voor de auto verboden gebied, tenzij er sprake is van een noodzakelijke uitzondering. Dat klinkt drastisch maar we worden er allemaal beter van. Door de coronacrisis wandel ik nu veel door de stad en eens te meer valt op hoe ongelofelijk veel prettiger autoluwe of -vrije straten zijn. Je ziet elkaar niet alleen beter, je hebt ook meer ruimte om elkaar te passeren. Het is het verschil tussen een bloeiende tuin en een bedompte kast gevuld met blikken.

In Rotterdam staan overal elektrische scooters die je tegen betaling kunt gebruiken. Sinds die er zijn is het aantal ritten dat ik met de auto in de stad maak tot praktisch nul gereduceerd. Zonder dat het specifiek mijn bedoeling was, ik vind de scooters gewoon handig en prettig. Het resultaat is te zien aan de maandelijkse rekening van de parkeerkosten-app, die bedraagt nu een paar euro. Dat was overigens al voor de coronacrisis zo. Het parkeergeld gaat inmiddels op aan scooterhuur en opvallend genoeg is dat maandbedrag ongeveer hetzelfde.

Als de auto verdwijnt maakt de natuur opmars. Daarvan verschijnen spectaculaire beelden, denk aan de wilde zwijnen in Barcelona (die al langer op de verlokkingen van de stad afkwamen), maar je merkt het ook als je luistert. Zonder autoverkeer hoor je de vogels beter zingen. De coronacrisis lijkt in al zijn gruwelijkheid een Summer of Love voor de natuur in de stad te worden.

Gaat het lukken? Worden steden dan eindelijk autovrij? De strijd tegen roken leerde dat het terugdringen van de sigaret al snel op luidruchtig verzet stuit, veelal aangejaagd door de tabaksindustrie. De laatste keer dat ik een volksopstand in dit land meende te ontwaren was toen de horeca rookvrij werd gemaakt. Een soortgelijk effect zie je bij maatregelen tegen auto’s.

Die strijd leert echter ook dat je eenmaal veroverd terrein nooit meer prijs hoeft te geven. Niemand wil meer dat roken in vliegtuigen, treinen, restaurants, ziekenhuizen, weer wordt toegestaan. De strijd tegen de auto en de machtige autolobby – hallo ANWB en Bovag – stuit op net zoveel verzet maar daarvoor lijkt hetzelfde te gelden. Rond de Lijnbaan meer parkeerterreinen maken, vindt niemand nu meer een goed idee. In 1954 verkondigde de vanuit de VS ingevlogen Viktor Gruen, de architect die de eerste shopping malls omgeven door parkeerterreinen ontwierp en daarmee de inrichting van de Amerikaanse steden in de 20e eeuw bepaalde, nog dat er bij de Lijnbaan juist meer parkeerplaatsen moesten komen. Anders zou het centrum van de stad niet overleven. Dat denken werd bepalend. Het is als de bestrijdingsmiddelenproducent die zegt dat hij de natuur beschermt.

Het is verleidelijk om te denken dat door corona, de naam zou een type Opel uit de jaren zeventig kunnen zijn, de auto definitief overwonnen wordt maar de strijd is nog verre van beslist. De lockdown-maatregelen worden versoepeld maar die voor het openbaar vervoer juist aangehaald. Woensdag, op weg naar Hilversum, merkte ik hoe auto’s weer vaak passeerden terwijl ik me aan de maximumsnelheid hield. Op de A12 bij Utrecht scheurde er een zo hard voorbij dat mijn auto heen en weer schudde. De BMW reed denk ik wel meer dan 200 kilometer per uur. Ik zag de stip verdwijnen aan de horizon en dacht: wordt de toekomst weer van hem?

Geef een reactie

Laatste reacties (24)