489
15

Journalist en student politicologie

Ralf de Jong (1990) studeert politicologie en journalistiek. Hij werkt daarnaast als freelance journalist voor Trouw en schrijft zowel korte als langere verhalen. Op zijn blog Tegenbeeld bespreken verschillende fictieve personages – van een chagrijnige Amsterdamse taxichauffeur tot een Franse spindoctor – nieuws en achtergronden.

Hoe Obama geschiedenis kan schrijven

Met minimale middelen zo effectief mogelijk optreden

Hoe beland je over vijftig jaar in een boek over grootste en meest invloedrijke presidenten van de Verenigde Staten, wanneer je niet een grootschalige oorlog kunt beginnen om ‘de wereld veilig te maken voor democratie’? Barack Obama toont op welke manier dit misschien zou kunnen: door met minimale middelen zo effectief mogelijk op te treden.

Voor Obama is het niet genoeg om als 44ste én als de eerste Afrikaans-Amerikaanse president  de geschiedenis in te gaan, schreef The New York Times een dag na zijn herverkiezing vorig jaar. Slechts twee jaar nadat hij plaatsnam in de Amerikaanse Senaat, sprak Obama ongegeneerd de wens uit om als één van de grootste presidenten van de Verenigde Staten te worden herinnerd. Hij wilde in navolging van Abraham Lincoln en Franklin Roosevelt een transformatie bewerkstelligen door de meest cruciale problemen aan te pakken. Zo zou hij zijn land een nieuwe, veelbelovende kant op sturen.

‘Leading from behind’
De Arabische Lente en de (mogelijke) ontwikkeling van kernwapens in Iran en Noord-Korea boden Obama genoeg kansen om, net als zijn voorganger George W. Bush,  de Verenigde Staten te storten in een nieuwe en uitzichtloze conflictsituatie. In plaats daarvan erkent Obama de zwakte van zijn land; het onvermogen om de volledige, financiële verantwoordelijkheid voor een nieuwe oorlog op zich te nemen. In plaats daarvan focust hij zich op de middelen die hij wél tot zijn beschikking heeft: de strategie van ‘leading from behind’ in Libië en de inzet van drones. Hoewel er aan deze manier van oorlog voeren in moreel opzicht genoeg verwerpelijke kanten plakken, blijven de economische kosten achter op bijvoorbeeld de oorlog in Afghanistan. Deze oorlog, waarin tweeduizend Amerikaanse soldaten om  kwamen en die vijfhonderd miljard dollar heeft gekost, viel bovendien ook niet te winnen.

Privacy als slachtoffer
Het continueren van het door Bush ingezette PRISM-programma sluit goed aan op deze minimale inzetstrategie. De verzameling van een gigantische hoeveelheid aan internetgegevens  zou zelfs kunnen worden beschouwd als wijze van oorlog voeren, met de terrorist als vijand en de privacy van de burger als slachtoffer.
Een groot deel van de Amerikaanse publieke opinie lijkt echter niets tegen de afluisterpraktijken te hebben. Je kunt je ook afvragen hoe de Amerikaanse burger zou reageren wanneer terroristen succesvol een aanslag weten te plegen die met PRISM had kunnen worden voorkomen. Vertrouwen zij een overheid die de middelen heeft om over de gegevens van miljoenen personen te beschikken en hier géén gebruik van maakt, terwijl internetgiganten als Google, Yahoo, Apple en Facebook over zoveel meer informatie van ons beschikken? Terwijl iedere burger ondertussen met Google Analytics eveneens over een gigantische berg aan informatie beschikt over bezoekers van zijn of haar website?  

Obamacare
PRISM vormt voor Obama een kleinschalig middel om in ieder geval een deel van de publieke opinie voor zich te winnen. Daarmee voorkomt hij het verwijt dat zijn regering te weinig zou hebben gedaan om een eventuele aanslag te verhinderen. Door zijn middelen te besteden aan Obamacare en andere projecten die écht zullen bijdragen aan de transformatie van de Verenigde Staten, kan hij wellicht een plek in de geschiedenis weten te bemachtigen. De vraag blijft echter of Obama ondertussen niet door de werkelijkheid wordt ingehaald. Kan hij duidelijk maken dat het toezicht op PRISM goed functioneert? En hoe gaan de VS om met Edward Snowden? Zelfs indien de Amerikaanse president in zijn missie slaagt, zullen de antwoorden op deze vragen minimaal via een voetnoot in de geschiedenisboeken vermeld worden.  
Volg Ralf de Jong ook via zijn weblog en op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (15)