8.362
145

Dichter/kunstenaar

Quinsy Gario (Nederlandse Antillen, 1984) heeft Theater-, Film- en Televisiewetenschap gestudeerd aan de Universiteit Utrecht en is begonnen aan Comparative Women's Studies in Culture and Politics. Hij heeft zijn eigen radioprogramma genaamd Roet In Het Eten dat twee wekelijks op Mart Radio wordt uitgezonden.

Hij is lid van het Pan-Afrikaans kunstenaars collectief State of L3, het Antilliaans schrijverscollectief Simia Literario, redactielid van Andy's Art & Culture Market en redacteur bij Space Invaders. Van zijn hand zijn twee dichtbundels uitgekomen. In november 2011 won hij MC Theater's Hollandse Nieuwe Theatermakersprijs 2011. Een week later werd hij gearresteerd in Dordrecht voor zijn kunstproject Zwarte Piet Is Racisme.

Op 30 oktober 2012 kwam zijn theaterstuk uit genaamd Geit In Blik bij Podium Mozaïek dat over de formatie van het nieuwe kabinet gaat.

Hoe we online racisme écht kunnen bestrijden

Asscher verkoopt knollen voor citroenen omdat zijn antidiscriminatiegesprek slechts om een cosmetische ingreep gaat

In het Algemeen Dagblad stond zaterdag dat minister Lodewijk Asscher heeft gesproken met sociale media Twitter, Facebook en YouTube. Een interessante berichtgeving die het heeft over indammen van racistische reacties online en over de geschiktheid van Nederlandse organisaties om in contact te brengen met die bedrijven.

Wat ik raar vind aan de berichtgeving is dat de namen van ministers Ard van der Steur (Justitie) en Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) ontbreken. Wanneer racisme alleen vanuit een sociaal economische invalshoek wordt bestreden, dus in commissies over werkgelegenheid, wordt de schade van racisme in alle facetten van het dagelijks leven verdonkeremaand.

Cosmetische ingreep
Het taalgebruik in de berichtgeving laat al zien wat er mis is met dit initiatief van de minister. Het gaat om het ‘verwijderen’ van de uitingen en het ‘indammen’ van de strafbare uitingen. Waarom niet over het straffen van de daders? Is er gesproken over de verwijdering van hun accounts? Of over het delen van informatie voor politie onderzoeken? Waarom kan de AIVD de inboxen van Facebookprofielen maandenlang observeren maar is het niet mogelijk om informatie te leveren over mensen die met naam en profielfoto racistische uitingen doen? Bij de terugkoppeling over mijn aangiftes tegen 770 racistische, bedreigende en smadelijke uitingen kreeg ik te horen dat het onderzoek mede stokte omdat Facebook en Twitter niet mee werkten. Asscher verkoopt knollen voor citroenen omdat zijn gesprek slechts om een cosmetische ingreep gaat. Hij stelt een oplossing voor die geen zoden aan de dijk zet en enkel accumulatie van data zorgt.

Op de Nederlandse websites komt er een link naar het Meldpunt Internet Discriminatie. Een overheidsdienst waar afgelopen jaar nog naar het functioneren ervan is uitgehaald in de commissievergadering over antisemitisme en discriminatie omdat bijna niemand er gebruik van maakt. En net als andere meldpunten en antidiscriminatiebureau’s heeft het geen bevoegdheid om op te treden.
Symboolpolitiek
Dat de staat slachtoffers van racisme nog naar antidiscriminatiebureau’s en meldpunten blijft sturen is paradoxaal genoeg een manier om het probleem uit zicht te halen. De meeste rapporten die deze lokale organisaties produceren leiden niet tot wezenlijke en structurele verandering van onze racisme- en discriminatieaanpak. Die rapporten verdwijnen namelijk vaak geruisloos in een la van de verantwoordelijke wethouder of minister. En de meldpunten beoordelen niet op dezelfde manier racistische bejegeningen. Dit jaar nog werd een oordeel van de College voor de Rechten van de Mens teruggefloten door een rechter. En vorig jaar kreeg ik een foto toegestuurd van het politiebureau Paardenveld in Utrecht waar een ‘We Love Zwarte Piet’ banner was opgehangen. En dit is maar om te zwijgen over de uitingen van sommige BN’ers die gevraagd worden om in antidiscriminatiespotjes te figureren.

Definities zijn belangrijk
Uit niets blijkt dat Asscher ook met de bedrijven heeft gesproken over hun definities van racisme en wanneer er gegrond reden is om iets te verwijderen. Ik heb aan den lijve ondervonden dat bijvoorbeeld Facebook en Twitter een heel eigen en niet te volgen definitie van racisme en bedreiging bedrijven. Deze Amerikaanse entiteiten hebben weliswaar kantoren in Nederland, maar trekken zich niets aan van de wetgeving rondom racistische uitspraken. Ze zijn er slechts om in het Nederlands te vertalen en lokaal advertentieruimte te verkopen. In hun gebruiksvoorwaarden staat ook dat zij zich op de Amerikaanse wetgeving beroepen. Waarom heeft Asscher het niet daarover met ze gehad? Zeker nu er een Europees precedent is dat men gegevens van Europese burgers niet op Amerikaanse servers mag plaatsen.

Om racisme op sociale media te bestrijden moeten we allemaal dezelfde definities hanteren van racisme en welke uitingen strafbaar zijn. Waar nodig moet er opgetreden worden om deze aan te scherpen en te verversen met nieuwe inzichten uit sociaal wetenschappelijk onderzoek en juridische precedenten. Het moet niet zo zijn dat mensen nu denken dat ons rechtssysteem er eerder op uit trekt om bijvoorbeeld politicus Hilbrand Nawijn te beschermen tegen iemand die hem een racist noemt op Twitter, dan bij racistische uitingen van de achterban van Nawijn of Nawijn zelf. 
Bedrijven in andere Europese landen hebben maatschappelijke partners gevonden om een stevig tegengeluid tegen racisme en discriminatie te ontwikkelen. Wat verstaan deze bedrijven onder ondersteuning van de strijd tegen racisme? 

Objectiviteit en whiteness
Asscher heeft nu tegen de Tweede Kamer gezegd dat er in Nederland geen geschikte maatschappelijke organisaties zijn om aan Facebook, Twitter en YouTube te koppelen. Maar wat maakt een maatschappelijke organisatie geschikt? Wat zijn de criteria die Asscher hanteert? Moeten ze ‘objectief’ zijn over racisme en wat er tegen gedaan kan worden?

De term ‘objectiviteit’ refereert aan een bepaalde kundigheid. Objectiviteit wordt vaak van stal gehaald om organisaties of mensen die racisme bestrijden aan te vallen. Men meent dat een slachtoffer van racisme niet feitelijk kan reflecteren op wat haar of hem is overkomen. Asscher is dus op zoek naar een organisatie van iemand die of geen slachtoffer van racisme kan zijn of iemand die het dominante discours onderstreept. In Nederland wordt het probleem geïndividualiseerd en ligt bij ‘de racisten’ en niet aan ons onderwijssysteem, onze rechtstaat, de inrichting van het Koninkrijk, het publieke omroepbestel enz. Er wordt niet gesproken over de uitsluiting die al in keuzes voor de inrichting van onze systemen ligt besloten.
En wie in complot theorieën gelooft zou kunnen denken dat nu het antidiscriminatieproject Onderhuids afloopt, Asscher een deur lijkt te openen voor dezelfde projectleiders om een nieuw project te lanceren. Alle lof voor wat Onderhuids heeft geprobeerd in beweging te krijgen in Nederland het afgelopen jaar, maar als je naar het personeelsbestand kijkt van de organisaties achter het project lijkt men zelf niet naar hun uitgesproken wereldbeeld te handelen. De Familie Film & TV, Critical Mass, Dietz Dröge & van Loo en Ijsfontein lijken zelf organisaties te zijn met een P&O voorkeursbeleid voor witte mensen. Dat zij al het geld bij elkaar hebben gekregen om het project te voltooien heeft natuurlijk te maken met hun kundigheid en expertise, maar waarschijnlijk ook met het feit dat sommigen van die fondsen de ‘objectiviteit’ van deze organisaties vertrouwden. Ik heb Onderhuids en de organisaties erachter daar jammer genoeg zelf nog niet over gehoord. Hierdoor dragen ook zij, goede intenties ten spijt, bij aan het normaliseren van het beeld dat een project of organisatie over anti-racisme door witte mensen geleid moet worden.
Vertrouwen en mouwen opstropen
Dan nog de vraag waarom nog in Asscher of überhaupt de staat een oplossing zien om racisme aan te pakken? Waarom niet volledig hen de rug toekeren en op je eigen manier uitsluiting aankaarten? Er zijn mensen die inderdaad stellen dat men volledig moet terugtrekken in de eigen gemeenschap. Voor sommigen is dat een verleidelijke boodschap en voornamelijk witte mensen lukt het ook om in etnische enclaves te blijven zitten en totaal geen contact met iemand van een andere etnische afkomst te hebben. Maar het is een onhoudbare, ongeïnformeerde en onjuiste strategie om de problemen in de samenleving aan te kaarten. Niet alleen omdat contact met andere etnische gemeenschappen gewoonweg belangrijk is voor een evenwichtig en gezond wereldbeeld, maar ook omdat je nooit vrijwillig je inspraak in gemeenschappelijke issues moet opgeven. De politiek gaat juist daarom en politieke besluiten raken ons allemaal.
Sociale media zijn inmiddels onderdeel geworden van hoe de samenleving issues aan de kaak stelt. Er zijn geen gatekeepers zoals bij de krant of televisieprogramma’s, waardoor iedereen evenveel ruimte kan nemen om van zich te laten horen. Jezelf daarvan onttrekken of anderen vertellen om er geen gebruik van te maken, door het racisme dat er is, is het ontkennen van de noodzaak van een veilig publiek debat waar ieders stem gehoord moet kunnen worden.

Als de beveiliging van en het proces tegen Geert Wilders wat duidelijk maakt, is het dat we in Nederland niet alleen iedereen de veiligheid gunnen om te zeggen wat ze willen maar ook optreden wanneer ze hun boekje te buiten gaan. Nu is het zaak dat Asscher, Van der Steur en Plasterk tegen online racisme optreden en in te zien dat het niet slechts een probleem is van de slachtoffers, Facebook, Twitter en YouTube. Dit gaat om het kweken van een gezond publiek debat en daar heeft iedereen baat bij.

Na publicatie kreeg ik te horen dat Luc Dietz, van Dietz Dröge & van Loo dat een van de initiatiefnemers is bij Onderhuids, de voorzitter is van Stadsontspanning Utrecht dat ook dit jaar de Sinterklaasintocht met Zwarte Pieten en zal organiseren

Dit artikel verscheen eerder op Roet in het Eten

cc foto: Jason Howie

Geef een reactie

Laatste reacties (145)