21.591
81

Documentairemaker

Sunny Bergman studeerde filosofie en politicologie. Ze is documentairemaker en schrijver. Sinds 1995 maakt ze films voor de VPRO, zoals 'Beperkt Houdbaar' en 'The Sunny side of sex'. Ook maakte en schreef ze de film en het boek Sletvrees.

‘Hoer! Ik kan gewoon in je kruis kijken!’

De film Sletvrees? van Sunny Bergman. Op Joop een voorproefje uit haar gelijknamige boek

Ik was 23 en ik droeg een kort, vintage leren rokje en hoge laarzen. Ik fietste een brug op en zag een magere blonde man staan. Kijkt hij nou onder mijn rokje? vroeg ik me af.

‘Hoer!’ schreeuwde de man. ‘Ik kan gewoon in je kruis kijken!’
Ik trapte door en probeerde deze gek te negeren.
‘Vuile slet! Het sperma druipt gewoon langs je benen!’ klonk het op de achtergrond.
Ik kreeg een rood hoofd. Mijn lichamelijkheid werd door de blik van een ander tot iets schaamtevols gemaakt. In plaats van boos te worden op de man die mij uitschold, geneerde ik me tegenover omstanders, die onverschillig toekeken. Ik had de grens van het betamelijke overschreden door iemand onder mijn rokje te laten kijken en werd gereduceerd tot een slet. En zo wordt er een ambivalent seksueel zelfbeeld gecreëerd. Want dat lichamelijke, waar je voor afgestraft wordt, is ook wat je tot seksueel wezen maakt.

Doordat ‘slet’ een zelfstandig naamwoord is, wordt het gedrag van de zogenaamde slet tot de kern van haar identiteit gemaakt. Als je het concept ‘slet’ of ‘sletterig’ ter discussie wilt stellen zou je kunnen zeggen: zij wordt gesletteerd – alhoewel ‘gesletteerd’ wel een beetje lijkt op ‘gewatteerd’. In het Engels klinkt het beter: enslutted. En-slutted. Het is immers een kwaliteit die van buitenaf op iemand geprojecteerd wordt. Het woord zegt eigenlijk meer over degene die het in de mond neemt dan over degene die ermee bestempeld wordt. Als je het woord ‘slet’ gebruikt om iemand te beschrijven, betekent dat dat je het systeem onderschrijft dat vrouwen verdeelt in goede/niet-sletterige, en slechte/sletterige vrouwen.

Geen mannelijk woord voor slet
Nadenkend over het concept ‘slet’ besluit ik dat het woord en de gedachten erachter de kern van het probleem zijn. Een slet is vies, treurig, verderfelijk, laag-bij-de-gronds. Omdat ze seks heeft wanneer en met wie ze wil. Of omdat ze een te kort rokje draagt. Omdat ze te veel flirt. Een slet gebruikt haar lichaam om iets te bereiken, of om status te verwerven. Ze is niet te vertrouwen, ze gaat vreemd bij de vleet. Tegelijkertijd is een slet wel weer lekker geil, porno wordt verkocht met teksten als ‘Geile sletjes die altijd willen neuken!’ Er bestaat geen mannelijk woord voor slet, immers de beschrijving ‘playboy’ of ‘player’ is niet noodzakelijkerwijs negatief, soms juist pocherig.

Uit meerdere onderzoeken blijkt dat mannen en vrouwen verschillend tegenover vrijblijvende seks staan. In een experiment werd studenten een scenario voorgelegd waarin een student een andere student benadert met de vraag of diegene zin heeft in vrijblijvende seks. De student stemt in. Bij de helft van de ondervraagden heette die student Lisa, bij de andere helft Mark. Vervolgens werd er gevraagd hoe de deelnemers dachten over Mark en Lisa. Wat bleek: Lisa werd niet alleen gezien als promiscuër dan Mark, maar ook als minder intelligent, minder competent en zelfs geestelijk ongezonder. Dus een vrouw die zich als ‘een slet’ gedraagt, wordt niet enkel gediskwalificeerd door haar seksuele handelingen, maar wordt in het algemeen als een minder soort mens gezien.
Daarom besloot ik mijn nieuwe film Sletvrees te noemen. Waar komt het concept ‘slet’ vandaan, en waarom zijn we bang voor zogenaamde sletten? Wat voor effect heeft dit op het seksleven van vrouwen? Hoe dringt de dubbele moraal ons bewustzijn en ons seksleven binnen?

Nu heb ik aids!
Ik ben niet vaak ‘de jager’ geweest. Onwillekeurig heb ik me de norm dat de vrouw flirt, lonkt en dan afwacht tot ze benaderd wordt, eigen gemaakt. Mijn meest jagerachtige actie ondernam ik toen ik op mijn zevenentwintigste voor een documentaire in Kenia was. Ik zat aan de bar van een goedkoop hotel, in een uithoek waar nooit toeristen komen. De barman was een oogverblindende jongen die me verlegen aankeek, waarschijnlijk had hij nooit blanke klanten. Toen ik mijn whisky ophad, schoof ik hem zonder iets te zeggen een papiertje toe met daarop mijn kamernummer. De jongen klopte een uur later op mijn deur. Hij was in eerste instantie erg timide – bang om mijn blanke huid aan te raken. Maar na een tijdje ontspande hij. Onze seks was onbekommerd, we zouden elkaar erna nooit meer zien en er waren geen verwachtingen of remmingen. Nadat hij was klaargekomen, bleek het condoom gescheurd te zijn. Ik schrok en rende naar de douche om zijn sperma met ladingen water weg te spoelen. Deze regio stond bekend als de plek met het hoogste aidspercentage van Afrika. Van heel Afrika! Het stadje lag op een vrachtwagenroute, en de chauffeurs die onderweg met prostituees naar bed gingen hadden de ziekte in een rap tempo verspreid.
Nu heb ik aids! dacht ik panisch. Als een karmische straf. Vanwege mijn sloerie-actie. Ik liep huilend terug naar het bed.
De barjongen begon ook te huilen.
‘Waarom huil jij?’ vroeg ik verbaasd. Was hij zo bezorgd om mij? Dat betekende niet veel goeds.
‘Ik ben zo bang voor aids!’ snikte hij. ‘Weet je dan niet wat ze zeggen over blanke vrouwen die met Afrikanen naar bed gaan? Die zijn allemaal besmet.’
Verstrikt in mijn eigen angsten had ik niet stilgestaan bij het feit dat hij volcontinu de dreiging van het aidsvirus voelde. Waarschijnlijk had hij familieleden die eraan overleden waren en was seks altijd een soort Russische roulette. We probeerden elkaar gerust te stellen. Hij had nog nooit zonder condoom geneukt, bezwoer hij me. En ik had onlangs nog een test gedaan. Terug in Nederland bleef de dreiging van aids als ‘straf’ voor mijn seksuele escapade door mijn hoofd spoken. Ik durfde me niet te laten testen. Pas toen ik zwanger was en een verplicht bloedonderzoek deed, bleek mijn angst ongegrond: ik was niet besmet met hiv.
In Kenia had ik mijn geluidsman verteld over mijn seksuele avontuur en de paniek rond het gescheurde condoom. Op de laatste dag, tijdens een werkoverleg zei hij: ‘Sorry, maar ik keek net per ongeluk onder je rok. Toen zag ik je onderbroek. En nu heb ik zin in seks.’

Ik was totaal van mijn à propos. Hij zei het op een terloopse manier, zo van: ik leg het probleem gewoon even op tafel. Alsof het ‘mijn verantwoordelijkheid’ was dat hij zin in seks had omdat ik onder mijn rok had ‘laten’ kijken. En hoe onprofessioneel – zo vlak voor we een belangrijk interview moesten draaien. Ik had op geen enkele manier blijk gegeven van erotische interesse in hem, sterker nog, ik vond hem totaal onaantrekkelijk. Ik zei op een onderkoelde toon dat ik niet gediend was van zo’n opmerking en probeerde me weer op mijn werk te concentreren. Later realiseerde ik me dat mijn collega door mijn actie met de barjongen waarschijnlijk de indruk had gekregen dat ik een ‘makkelijke vrouw’ was. Maar – en dit is misschien voor sommige mannen moeilijk te begrijpen – het feit dat ik casual seks had, dat ik zomaar een wildvreemde man oppikte, dat betekende nog niet dat ik met elke man wilde neuken.

Dit is een stuk uit het boek ‘Sletvrees, inzoomen op uiterlijk, seks en cultuur’ van Sunny Bergman, dat nu in de winkels ligt. Daarin meer over o.a. testosteron, hysterische nymfomanen, neuroseksisme, fantoomfronzen, porno-bazen, sekstantes, vagina operaties en de volmaakte glimlach.
Vanavond wordt Sletvrees? uitgezonden bij de VPRO, op Ned 3 om 20.55.

Geef een reactie

Laatste reacties (81)