Laatste update 12:10
6.737
82

Hoogleraar sociologie UvA

Jan Willem Duyvendak (1959) is sinds 2003 hoogleraar in de algemene sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde sociologie en filosofie in Groningen en is geïnteresseerd in maatschappelijke vraagstukken als de multiculturele samenleving, emancipatie, homoseksualiteit, politiek en sociale bewegingen.

Hoezo wordt er ‘nooit’ naar de burger geluisterd?

Joris Luyendijk neemt het Fortuynse cliché dat geen van de partijen de zorgen van ‘het Nederlandse volk’ over migratie serieus neemt kritiekloos over

Door Saskia Bonjour en Jan Willem Duyvendak

Foto: CC Roel Wijnants

Joris Luyendijk was zelf ook ongelukkig met de kop boven zijn artikel in het NRC van zaterdag jongstleden: “Anderhalf miljoen Wilders-kiezers kunnen geen ongelijk hebben”. Dat had hij nu ook weer niet willen beweren, dat die kiezers per se inhoudelijk gelijk hebben, maar ze hebben in de ogen van Luyendijk wel een punt: er wordt nooit naar de inwoners van Nederland geluisterd als het er echt op aan komt, zoals in belangrijke beslissingen over migratie en de Europese eenwording. En omdat er bij cruciale kwesties niet naar hen wordt geluisterd, zijn zij het vertrouwen in de politiek kwijt geraakt.

Luyendijk kan zich, na zijn eigen onderzoek naar de bankencrisis en de tekortschietende rol van de politiek, wel iets voorstellen bij het gebrek aan vertrouwen van de Wilders-stemmen. Om te onderzoeken of ze inderdaad veel gemeen hebben, is hij met ze in gesprek gegaan. Hij voegt zich daarmee in een respectabel gezelschap van met name Amerikaanse sociologen die proberen het populisme beter te begrijpen en over de empathy wall (Arlie Hochschild) heen te klimmen.

In een gepolariseerd klimaat, zoals ook Nederland kent, is dat toe te juichen. Maar het begrijpen van Wilders-kiezers hoeft niet nog niet te leiden tot het overnemen van hun klachten (Luyendijk: “Er zijn hele goede redenen voor dat verlies aan vertrouwen”) of van hun ongefundeerde clichés  (Luyendijk: “Als jij niet vond dat immigratie goed was voor je land, moest je wel een racist zijn”). Helaas gebeurt dat in Luyendijks stuk herhaaldelijk. Zo stelt hij ook dat “de gevestigde orde decennialang in politiek en media geweigerd heeft ruimte te bieden aan een inhoudelijk debat over de voordelen, nadelen, dilemma’s, risico’s en onzekerheden van verdere immigratie.” Het staat er echt: er is de afgelopen decennia in Nederland NIET over immigratie gediscussieerd. Dat is toch wel heel opmerkelijk, want wordt er niet permanent over de voor- en nadelen van immigratie, de Nederlandse identiteit en botsende normen en waarden gediscussieerd? Luyendijk schrijft dat het NOOIT ging over de vraag of een “open en op gelijkheid gebaseerde samenleving honderdduizenden mensen kan absorberen uit sociaal-conservatieve landen zonder enige ervaring met gelijkheid en openheid”, terwijl Frits Bolkestein al in 1991 precies die vraag centraal stelde.

Ook in de recente verkiezingscampagne was niet het klimaat of geopolitiek maar ‘de Nederlandse identiteit’ weer het dominante thema. Sinds dertig jaar gaat het in de Nederlandse publieke en politieke discussie onafgebroken over immigratie en integratie. Vanaf de jaren negentig speelden Frits Bolkestein en Paul Scheffer daarin een belangrijke rol, daarbij voortdurend dezelfde vragen stellend als Luyendijk nu. Na de eeuwwisseling radicaliseerde het politiek debat verder. In politicologisch onderzoek wordt de impact van de ‘Fortuyn revolte’ op het politiek landschap vergeleken met een meteorietinslag. Standpunten over de multiculturele samenleving die in 1998 alleen nog door de Centrumdemocraten van Janmaat werden ingenomen werden na 2002 gemeengoed. De ‘kloof’ tussen burger en politiek die leek te zijn blootgelegd, moest worden gedicht, en dus deden alle politieke partijen hun uiterste best om te laten zien dat zij de onvrede en zorgen over migratie en integratie die klaarblijkelijk onder de bevolking leefden begrepen en deelden. Sindsdien is ‘politiek correct’ in het Nederlandse debat over migratie en integratie een scheldwoord.

Deze verschuiving in het politieke debat heeft ook geleid tot drastische wijzigingen in het beleid, waardoor migratie naar Nederland veel moelijker is geworden. Terwijl arbeidsmigratie al vanaf mid-jaren zeventig (!) aan scherpe controle onderhevig is, wordt vanaf de jaren negentig ook gezinsmigratie en asiel bemoeilijkt. In het gezinsmigratiebeleid worden steeds hogere inkomens- en leeftijdseisen gesteld. Asielaanvragen die ‘klaarblijkelijk ongegrond’ zijn kunnen zeer snel worden afgewezen. Geleidelijk aangescherpte visumvereisten maken het buitengewoon moeilijk om zonder toestemming naar Nederland te reizen. En een migrant die niet snel genoeg inburgert, loopt het risico zijn verblijfsvergunning te verliezen.

Het gaat ons er hier niet om of dit verstandig beleid is, of het te ver gaat, of wellicht nog tekort schiet. Ons punt is dat het op het terrein van migratie niet is vol te houden dat er geen intensieve debatten zijn geweest en dat de politiek niet responsief zou zijn geweest naar veranderende opvattingen in de samenleving.

Populistische politici doen al sinds Fortuyn electoraal goede zaken met het argument dat geen van de andere partijen de zorgen van ‘het Nederlandse volk’ over migratie serieus neemt. Luyendijk neemt het Fortuynse cliché dat er zo’n ‘taboe’ bestaat kritiekloos over: “De gevolgen van de taboeïsering zijn desastreus geweest”. Serieus? Is er enig taboe in dit land als het gaat om kwesties van migratie en integratie? Het herstellen van het vertrouwen van PVV-kiezers in de politiek is tot mislukken gedoemd als we dergelijke mythes over ‘taboes’ in stand houden (“zie je wel, ze luisteren nooit”).

Saskia Bonjour is universitair docent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Zij doet onderzoek naar de politiek van migratie en burgerschap in Nederland en Europa.

Jan Willem Duyvendak is faculteitshoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet onder meer onderzoek naar de emancipatie van minderheidsgroepen, nativisme en ‘belonging’.

Geef een reactie

Laatste reacties (82)