551
2

Leerkracht basisonderwijs

Maddy Hulshof is leerkracht, ze schrijft regelmatig over het opgroeien van haar zoon Gijs (16 PDD-NOS). Over mooie verrassende momenten maar ook over moeilijke keuzes. Gijs zit in het examenjaar van het regulier voortgezet onderwijs.

Hola Sinterklaas

'Denk je dat Sinterklaas genoeg geld heeft om al die kinderen cadeaus te geven?', antwoordde hij: 'Nou ik denk dat de belasting ook wel meebetaalt, hoor.'

De Sinterklaas-tijd is voor alle gelovige kinderen spannend, voor kinderen met autisme geldt dit in het bijzonder. Hun zintuigen staan anders afgesteld, waardoor overgevoeligheid en/of ondergevoeligheid veel voorkomt. Dit heeft gevolgen voor de verwerking van de waarneming: het creëren van de afzonderlijke onderdelen tot een geheel verloopt vaak anders en vertraagd. Tijd voor een vrolijk Sinterklaas-verhaal

De eerste keer dat ons iets opviel aan Gijs’ scherp gestelde zintuigen was toen we met hem naar de speeltuin gingen. Hij zal een jaar of 2 geweest zijn. De veilige speeltoestellen, bestemd voor zijn leeftijd, sloeg hij vastberaden over. Gijs ging voor gevaar! Zich niet bewust van enige hoogte, diepte of snelheid, stuiterde hij (met een van ons in zijn kielzog) overal op af. Elk toestel waar hij in ging, betastte hij eerst, daarna rook hij eraan, beet erin en vervolgens likte hij eraan.

Likken leek voor hem het meest verfijnde zintuig, de grove inschatting van materiaal en mogelijkheden konden zijn andere zintuigen wel aan, maar zijn tong leek de finale, gedetailleerde bepaling van soort materiaal te doen. Als er dan ook nog een beetje spanning bij kwam, was er geen houden aan. Zoals in de Sinterklaastijd.

Bij ons in het dorp wordt jaarlijks een kamer in het bejaardenhuis ingericht als logeerkamer van Sinterklaas. De kamer van de Sint is voorzien van alle gemakken en ieder kind kan zien dat Sinterklaas hier logeert, maar er nu helaas tijdelijk even niet is. Te druk. Ieder gelovig jaar gingen we even kijken. Gijs leek niet echt onder de indruk van het halve mandarijntje dat de Sint had laten liggen, of van de onderbroeken die te drogen hingen in de badkamer. Gijs geloofde pas dat Sinterklaas hier ook echt sliep als hij aan het kussensloop van de Sint mocht likken.

Gelukkig vroeg hij hiervoor wel mijn toestemming, en als er dan verder niemand in de kamer was, knikte ik dat het mocht. Tevreden constateerde hij na zijn likje aan het kussen: ‘Ja hoor, hij is er.’

Daarna volgden voor Gijs de drie meest spannende, onoverzichtelijke,
stressvolle weken van het jaar. Zo’n Zwarte Piet die zich ’s nachts voortbeweegt over het dak, dat doen dieven ook. En hoe kon Gijs, met zijn uitstekende gehoor, ’s nachts nu rustig slapen als hij niet wist of hij misschien Zwarte Piet hoorde of een dief. Daarnaast hielp zijn oudste broer ook niet mee. Die klopte om de haverklap tegen de onderkant van het houten tafelblad, net alsof Piet tegen de deur klopte. Gijs verstijfde steeds van schrik. Waarna hij woest werd op zijn broer, die rollend van de lach zich niet kon indenken dat zijn kleine broertje daar voor de tiende keer die dag weer was ingetrapt.

Gijs had ons op zijn vierde al gezegd dat hij zoveel verschil zag in Sinterklaas. De ene dag een lange baard, de andere dag een kortere, dan weer een grote neus, dan weer een kleine. Hij signaleerde slechts details en vroeg ons niet om opheldering. Toen hij tien werd hebben we hem zelf verteld dat Sinterklaas niet bestond. Dat was nog niet zo gemakkelijk.

Wij wilden graag dat Gijs, aan de hand van vragen die wij hem stelden, er zelf achter zou komen dat Sinterklaas bedacht was. Op vragen van ons zoals ‘Denk je dat Sinterklaas genoeg geld heeft om al die kinderen cadeaus te geven?’, antwoordde hij: ‘Nou ik denk dat de belasting ook wel meebetaalt, hoor.’ Kortom, zelf zou hij niet al deze losse zaken kunnen combineren tot de eensluidende conclusie dat Sint niet bestond. En uiteindelijk hadden we slechts drie woorden nodig om hem dit mee te delen. ‘Sinterklaas bestaat niet’, zeiden we hem. ‘Oh’, was zijn droge reactie, ‘dat heb ik altijd wel gedacht, want het is toch vreemd dat een Spanjaard in zo’n korte tijd zo goed Nederlands leert spreken.’

Geef een reactie

Laatste reacties (2)