1.259
8

Journalist, politicoloog

Sonja Alferink (1984) is journalist en politicoloog. Ze schrijft over seksuele minderheden en genderissues: de politieke debatten, de opvattingen in de samenleving en de persoonlijke verhalen. Daarnaast interviewt ze (inter)nationale jazz- en soulzangers voor onder meer Jazzism.

Homo-emancipatie 3.0: gelijkwaardig, maar niet per se gelijk

'Het erkennen van verschillen staat niet gelijk aan een ongelijkwaardige behandeling'

Deze week verschenen er twee krantenartikelen (in Trouw en in de Volkskrant) waarin blijk werd gegeven van een niet-alledaagse kijk op de gelijkheid van homoseksuele mannen en vrouwen. Promovenda Wendy Schrama zei in Trouw dat het gelijkheidsdenken te veel is doorgeschoten en er nu eenmaal verschillen bestaan tussen tussen hetero’s en homo’s, evengoed als tussen mannen en vrouwen

Op de opiniepagina’s van de Volkskrant betoogde Anouk Kootstra dat homo’s en lesbiennes minder krampachtig moeten doen over het feit dat we als groep opvallen bij anderen: dat dat menselijk is en niet zo erg.

Heersende moraal
De heersende moraal stelt dat we allemaal gelijk zijn. Dat benadrukken we liefst zo vaak mogelijk. Ons maaiveld bestaat steevast uit gelijke koppen en waarom zou je de koning niet mogen beledigen als ieder ander? De wet maakt geen onderscheid: man, vrouw, homo, hetero, blank, zwart, iedereen is gelijkwaardig. In waarde gelijk. En dat is maar goed ook. Maar wat in beide genoemde krantenstukken naar voren komt en waar ik het hartgrondig mee eens ben: gelijkwaardig betekent niet hetzelfde als gelijk.

Mijn vriendin en ik kunnen samen geen biologisch eigen kindje krijgen. Dat maakt mij als mens en als moeder niet minder waard dan andere vrouwen, maar wel anders. Schrama zegt dat het recht van de lesbische ‘meemoeder’ (de niet-biologische moeder) om het kind te erkennen in afstamming het ultieme bewijs is van doorgeschoten gelijkheidsdenken. In eerste instantie stonden mijn haren recht overeind. Hoezo doorgeschoten? Wie doen wij precies kwaad met wat? Maar als je goed leest wat ze bedoelt, is het een valide punt. Schrama zegt niet dat de niet-biologische moeder geen recht heeft op volwaardige ouderschapsrechten of een gelijke behandeling, maar dat aanpassing van de bestaande rechten misschien niet het beste of meest zinvolle is voor deze nieuwe vormen van ouderschapsconstructies.

Meerouderschap
De bestaande regelgeving gaat namelijk uit van biologische afstamming als criterium voor ouderrechten; de lesbische meemoeder mag nu meedoen. Maar zijn genetische afstamming of wie het kind draagt nog steeds de belangrijkste criteria voor (goed) ouderschap? En wordt er los daarvan niet in veel meer behoeftes voorzien als de wetgever zich gaat buigen over legale constructies van meerouderschap? Point to make: het erkennen van verschillen staat niet gelijk aan een ongelijkwaardige behandeling. Er zijn niet per se gelijke rechten nodig; wel gelijkwaardige.

In essentie zegt Kootstra met haar betoog hetzelfde: erken de verschillen, houd niet vast aan de verkrampte gedachte dat we allemaal hetzelfde zijn en dat verschil niet op mag vallen. Of we het leuk vinden of niet: de schattingen over het aantal homoseksuelen schommelt tussen de drie en tien procent. En dat wat in de minderheid is, valt op en is een extra ogenblik waardig. Soms is dat irritant en eerlijk is eerlijk: ik word ook wel eens bang als er weer eens een klap is uitgedeeld in het centrum van Amsterdam. Maar, het feit dat homoseksuelen in dit deel van hun identiteit een minderheid vormen, verandert niet. Dat mensen dat opvalt, ook niet.

Verschillen durven benoemen
De volgende stap in de emancipatie van homo’s ligt hierin: dat de l’s, de h’s, de b’s en de t’s uit de lhtb-community én de h’s van hetero verschillen durven benoemen, de kramp eruit halen, elkaar bij wet en onderling gelijkwaardig maar niet per se als gelijken behandelen.

Voor mij voelt dat bevrijdend. Als een uiting van méér respect. Zoals ik liever een collega heb die mij vraagt ‘hoe ik dat dan wil doen met kinderen’ dan iemand die er omheen draait uit angst mij te kwetsen in volwaardigheid. En ik liever van iemand hoor dat hij het vreemd vindt of misschien niet goed dat ik een kindje op de wereld wil zetten zonder dagelijks aanwezige vader. Dat is pijnlijk natuurlijk, maar het opent het gesprek. En dan hoop ik diegene te kunnen overtuigen van het tegendeel. Juist door verschillen te benoemen en van kramp te ontdoen maak je ze minder groot, minder beladen en meer vanzelfsprekend. Het lijkt me heerlijk.

Geef een reactie

Laatste reacties (8)