1.899
118

jeugdtrendwatcher

Homo’s moeten terugknokken

Wég van het homomonument, maar op naar Utrecht om die allochtone jochies terug te blazen

Als jonge homo van negentien verhuisde ik van mijn vissersdorpje Egmond aan Zee naar de grote stad Amsterdam. Ik kwam middenin een bloeiende kraak- en homobeweging terecht.

Ook toen, 1981, werden homo’s in elkaar gemept. Toen door autochtone jongens, hoewel de term ‘autochtoon’ nog niet gebruikt werd. Nog geen jaar nadat ik in Amsterdam op kamers ging werd de homodemonstratie in Amersfoort (1982) bijkans uit elkaar geslagen door potenrammers. Het startsein voor de organisatie Tijgertje om homo’s en lesbo’s te leren terug te vechten. Meteen werd ook de telefonische melddienst Op Je Flikker Gehad opgericht, vanuit de Schorerstichting. Als begin twintiger hoorde ik daar als vrijwilliger de schokkende verhalen van geramde homo’s aan.
Weer tien jaar later publiceerden mijn partner en ik diverse opinieartikelen om de feiten over homohaat op tafel te leggen. Ik werkte inmiddels als welzijnswerker in verschillende Amsterdamse buurtcentra en zag hoe allochtone mannen en vrouwen afgaven op homo’s: van spugen tot openlijk eisen van bijvoorbeeld beroepsverboden voor homo’s in openbare functies. Ze kwamen er nog mee weg ook.
Tergend was de beschermende reactie van gevestigde organisaties zoals het landelijk COC, maar ook die van mijn eigen werkgever (een welzijnsstichting). Discriminatie werd vergoelijkt als ‘een andere cultuur’, het was pappen en nathouden.
In 2000 was het de hoogste tijd om te vertrekken uit de stad waar ik mijn coming-out had beleefd: niet in de laatste plaats teleurgesteld omdat ik zag hoe de officiële belangenbehartigers van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen naïef hun rechten opgaven. En zo ontstond ruimte voor discriminatie: homohaat (maar ook vrouwenhaat en antisemitisme) is de prijs van deze multiculturele poldermaatschappij.
Nu, anno 2010, wordt uit deze wansituatie geoogst. Nu worden al jaren homo’s en lesbo’s uit hun huizen getreiterd: van Utrecht tot Amsterdam. Wij wonen inmiddels zalig in een klein dorpje vlak boven kaasstad Alkmaar, waar de autochtone boeren ons respecteren (en wij hen). In dit dorp is het stukken veiliger dan in gay Amsterdam.
Het is voor mij ontluisterend te zien hoe weinig homo’s in die grote stad hebben geleerd van hun eigen naïviteit. Alsof er geen geschiedenis bestaat: we’ve been here before, zou ik de demonstratie bij het Homomonument toe willen schreeuwen.
De enige die een snars heeft begrepen van een efficiënte aanpak is Marcouch. Want wat te doen? Maak Marcouch erevoorzitter van het COC en zet meteen al die passieve COC-kantoorkaderleden op vechttraining. Organiseer een tegentrend. Leer van de potenrammende straatvechters en leg een mobiele meldketen aan, zodat de gay knokploegen op tijd kunnen terugslaan.
Wég van het homomonument, maar op naar Utrecht om die allochtone jochies terug te blazen. Film je daders en geef ze aan. Trek lering uit waarom de Roze Zaterdagen ooit begonnen, met voor zichzelf opkomende, knokkende gays en transgenders in de Amerikaanse wijk Stonewall. Weg van de bureaus, de straat op.
En gedraag je nu eindelijk niet als mietjes: zó krijg je respect terug. Het is allemaal al eens gedaan.

Dit artikel verscheen eerder in Het Parool. Dinsdagochtend tussen 11:00 en 12:00 wordt er over gediscussieerd in het Joop-debat bij De Gids.fm op Radio 1

Geef een reactie

Laatste reacties (118)