1.232
20

Ambassadeur van Hongarije in Nederland

Hongaarse noodwet geeft parlement juist extra bevoegdheid

De rechtsstaat lijkt voor het Europees Parlement alleen belangrijk indien dat politiek handig uitkomt

cc-foto: Gilbert Sopakuwa; het Hongaarse parlement.

COVID-19 stelt de EU en de rest van de wereld voor een ongekende uitdaging, waarbij tot uitzonderlijke maatregelen moet worden overgegaan. Daarom zou ik hierbij graag willen reageren op de bijdrage van Civico Europe die op Joop gepubliceerd is.

De ondertekenaars van het stuk roepen de landelijke media op nieuwsitems aan de Hongaarse situatie te wijden, zo nodig dagelijks. Mijns inziens voldoen de Nederlandse media al enige tijd aan dit verzoek. De afgelopen weken zag ik menig nieuwsbericht voorbij komen met daarin helaas dezelfde foutieve interpretaties van de zogenoemde Hongaarse Noodwet (“Coronavirus Protection Act”). Tegelijkertijd heb ik gemerkt dat alle argumenten van de Hongaarse regering maar al te gemakkelijk van tafel worden geveegd, als ze überhaupt al worden voorzien van een podium. Dit terwijl Nederland met het bekende poldermodel een land is waarin een discussie vanuit verschillende perspectieven belicht zou moeten worden.

Ik wil vooropstellen dat de Noodwet slechts met één doel aangenomen is: zij geeft de regering enkel de mogelijkheid tot het versneld nemen van noodzakelijke en proportionele maatregelen om het coronavirus te bestrijden, de gezondheid en het welzijn van de Hongaarse bevolking en de economische stabiliteit van Hongarije te garanderen. De regering mag geen wetten per decreet opleggen die niet gerelateerd zijn aan dat doel. Nu het parlement nog in zitting is – het zomerreces begint pas 15 juni – worden wetten via de normale wettelijke procedure behandeld.

Er is tevens geen sprake van de genoemde onbepaalde tijd. Het parlement verkrijgt met de Noodwet de uitdrukkelijke bevoegdheid het mandaat van de regering op elk mogelijk moment te wijzigen of in te trekken. De Noodwet bevat dan ook geen enkele beperkingen op de activiteiten van het parlement. Integendeel, het parlement krijgt deze extra bevoegdheid, en behoudt al zijn toezichthoudende en controlerende taken.

De Vice-President van de Europese Commissie Vera Jourová, onder andere verantwoordelijk voor de naleving van de rechtsstaat, heeft vorige week bovendien bevestigd dat de in Hongarije in verband met COVID-19 aangenomen wetten tot nog toe geen EU-regelgeving hebben geschonden. Opvallend genoeg is hier geen enkele aandacht aan besteed door de media, die in een eerder stadium juist bijna hysterisch melding maakte van de Noodwet. Het is sowieso vreemd van de ondertekenaars van het stuk om het Sargentini-rapport aan te halen, aangezien het Europees Parlement haar eigen regels over het tellen van stemmen moest overtreden om dit rapport aan te kunnen nemen. De rechtsstaat lijkt daarmee voor het Europees Parlement alleen belangrijk indien dat politiek handig uitkomt.

Geconcludeerd kan worden dat binnen de Europese Unie, de Hongaarse maatregelen allesbehalve ongekend zijn, alle lidstaten zijn overgegaan tot buitengewone maatregelen. Sterker nog, enkele andere lidstaten hebben in hun noodmaatregelen geen vervalclausule opgenomen, of hebben alleen de regering de bevoegdheid gegeven de maatregelen op te heffen. Er zijn zelfs lidstaten die hebben aangekondigd mogelijke maatregelen te nemen die afwijken van de verplichtingen in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Bepaalde fundamentele rechten zouden daarbij dus beperkt kunnen worden. Hongarije is niet één van die lidstaten.

Eén punt van de ondertekenaars onderschrijf ik echter volledig: de noodmaatregelen moeten proportioneel en gerechtvaardigd blijven en van tijdelijke aard. De Hongaarse Noodwet voldoet dan ook geheel aan deze voorwaarden: zij is in overeenstemming met zowel de Hongaarse Grondwet als de Europese verdragen en respecteert de EU-waarden en de rechtsstaat.

Geef een reactie

Laatste reacties (20)