1.252
40

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Hoop voor een beter Europa


Europa mist slagkracht, maar dat wil niet zeggen dat we de hoop op een verenigd Europa moeten opgeven

Op het eerste gezicht gaat het beroerd met de Europese Unie. De EU heeft volstrekt geen grip op de ontwikkelingen in periferie. Europa heeft een direct belang bij stabiliteit in landen als Oekraïne, Syrië, en Libië, maar kijkt volkomen machteloos toe hoe deze vuurhaarden zijn opgelaaid tot uitslaande branden.

Het ontbreekt Europa aan politieke, diplomatieke en militaire instrumenten om wat te doen. De EU moet toekijken hoe anderen ― Poetin, Assad, ISIS, ― de gebeurtenissen dicteren, terwijl Europa met de gevolgen wordt geconfronteerd in de vorm van een onbeheersbare vluchtelingenstroom. Dit lastige, maar niet onoplosbare vluchtelingenprobleem ― de stad Istanbul herbergt vooralsnog meer Syrische vluchtelingen dan heel Europa bij elkaar ― is vervolgens iets waar een aanzienlijk deel van de Europese burgers van gaat hyperventileren. Veel Europese politici vallen in reactie daarop terug op ferme taal en nationale reflexen die misschien tegemoetkomen aan de emotie onder de bevolking, maar die geen oplossing bieden voor het vluchtelingenprobleem.

Vooruitschuiven
Ook economisch lukt het maar niet om orde op zaken te stellen. Een relatief klein probleem als de crisis in Griekenland ― een economie die slechts staat voor 1,3 procent van het Europese BNP ― steekt al jaren als een graat in de keel van Europese leiders en blijft een zeurende bron van economische instabiliteit in de Eurozone. De kwestie is ook eerder dit jaar weer vooruitgeschoven volgens de beproefde formule van extend and pretend ― Griekenland wordt met een kluitje kredieten het riet ingestuurd, Europese leiders doen net of daarmee de zaak is opgelost, maar er verandert niets aan de onhoudbare Griekse schuldpositie. (Het is maar de vraag of het IMF straks nog langer bereid is om de Europese fantasiewereld in stand te houden, dat Griekenland zonder kwijtschelding zijn schulden zal gaan terugbetalen.)

Geen slagkracht
Europa mist de slagkracht om dergelijke problemen kordaat aan te pakken. De beslissingen moeten vooral worden genomen door politici die een nationaal mandaat hebben en die zich moeten verantwoorden tegenover nationale electoraten, maar de problemen zijn grensoverschrijdend en betreffen gezamenlijke Europese verworvenheden als de gemeenschappelijke munt en het vrije verkeer van personen in de Schengenzone. Dit leidt tot het gênante gekrakeel tussen de ministers van de verschillende lidstaten, tot de kortzichtige behartiging van nationale belangen en tot de chronisch onbevredigende besluitvorming ― en dat alles ook nog eens met de snelheid van droge stroop.

Een Europa van nationale staten?
De oorzaak van dit probleem is niet erg ingewikkeld. De Europese Unie is ergens halverwege haar ontwikkeling blijven steken ― een halfbakken positie waarvan steeds duidelijker wordt dat hij op de lange termijn niet houdbaar is ― en wordt al enige tijd geconfronteerd met het dilemma of verdere stappen moeten worden gezet naar een effectievere gemeenschap van Europese staten, of juist stappen terug moeten worden genomen naar een Europa van nationale staten. Wie de afgelopen weken naar de ruzies heeft gekeken over de vluchtelingen in het Middellandse Zeegebied en naar de verwijten heeft geluisterd die Europese leiders elkaar naar het hoofd slingeren, zal misschien tot de conclusie zijn gekomen dat het laatste het meest voor de hand ligt en dat de toekomst van Europa er een is van nationale staten.

Maar misschien wordt de Europese Unie dan te snel afgeschreven. De malaise van de laatste maanden verhult een aantal frappante ontwikkelingen. De Europese landen proberen misschien eerst alle andere uitwegen voor ze tot een oplossing komen die enigszins tegemoetkomt aan de uitdagingen waarvoor ze zijn gesteld, maar uiteindelijk bereiken ze steeds weer compromissen die ze een stapje dichter brengen bij gezamenlijke Europese instituties en gezamenlijke instrumenten om grensoverschrijdende problemen aan te pakken. Dat was in het geval van Griekenland zo en dat lijkt ook nu in het geval van de vluchtelingen zo te zijn.

Wellicht de meest opmerkelijke gebeurtenis in de afgelopen tijd is het ontluiken van een heus Europees debat, hoe zuur ook. Een van de centrale argumenten tegen het Europese project is traditioneel dat het niet leeft in de harten van Europese burgers, dat er geen Europese demos is, geen Europese burgerij, die met elkaar beraadslagen over Europese problemen. Nederlanders bekommeren zich om Nederlandse problemen en Nederlandse politieke oplossingen, Belgen om Belgische en Italianen om Italiaanse.

Europees demos
De recente crises lijken nu echter een Europees demos in het leven te hebben geroepen. Plotseling laten burgers van Spanje tot Polen, en van Italië tot Finland zich iets gelegen liggen aan wat er in Hongarije wordt ondernomen om de vluchtelingen tegen te houden, aan wat de Hongaarse premier Viktor Orban over vluchtelingen zegt, en aan wat voor argumenten zijn Slowaakse collega Robert Fico aandraagt om vluchtelingen uit Slowakije te weren (zeker zijn sociaal-democratische kameraden in de rest van Europa).

Focus op Duitsland
Het besef begint langzaam door te dringen dat onze dagelijkse problemen vervlochten zijn met ontwikkelingen die ver over onze grenzen plaatsvinden. De focus ligt daarbij steeds nadrukkelijker op Duitsland. Niet alleen de vluchtelingen in het Midden Oosten hebben Angela Merkel gehoord over de opvang van vluchtelingen, iedereen in Europa heeft inmiddels een mening over haar en wat ze zou moeten doen of laten.

Dat Duitsland steeds vaker het vacuüm opvult dat het gebrek aan effectieve Europese instituties heeft gecreëerd is een thema op zich. Duitse hegemonie is een oplossing voor onze gemeenschappelijke Europese problemen die we niet zouden moeten willen (en waaraan de Duitsers zelf ook niet de voorkeur zullen geven). Dat betekent dat we het beste moeten hopen van de ontluikende Europese discussie en de ontluikende Europese oplossingen. Misschien is er nog hoop voor een verenigd Europa dat meer is dan een Duits Europa en meer dan een losse verzameling staten.

Geef een reactie

Laatste reacties (40)