949
20

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Huiseigenaren willen niet voor nare verrassingen komen te staan

Voor de meeste mensen gaat het niet om de aftrek, maar om de hanteerbaarheid van de maandlasten

Sinds enkele jaren bezit een meerderheid van de Nederlandse gezinnen een koophuis. Dat is wel eens anders geweest. Tot diep in de jaren zeventig konden alleen welgestelden zich deze onvoorstelbare luxe veroorloven, dit ondanks de hypotheekrente-aftrek, die al uit de negentiende eeuw stamt.

Je had een stevige spaarcent nodig, want geen bank financierde een woning tot honderd procent. Bovendien was er nog een beperking. Je kreeg niet zomaar een woonvergunning voor je eigen huis.  Elke gemeente had zijn eigen inkomensregels waarmee het al dan niet verlenen van zo’n vergunning samenhing.

Daarnaast speelde economische binding een rol. Veel dorpen stelden aan de kinderen van de eigen inwoners veel lagere inkomenseisen dan aan import. Dit “eigen volk eerst”-principe hield koopwoningen betaalbaar. Wie naar het oordeel van de lokale autoriteiten een te goedkoop huis had gekocht, mocht er zelf niet in wonen. Voor mij was dit een belangrijke reden om nooit te kopen. 

Al deze beperkingen zijn in de jaren tachtig en negentig verdwenen. Ook werden de banken veel en veel scheutiger met hypotheken. Slimme jongens ontwierpen allerlei nieuwe modellen die erop gericht waren de aftrek te maximeren. Ook verbonden zij de financiering van eigen woningen met goksystemen zoals het inzetten van aandelenhandel.
Een jaar of acht geleden pas kocht ik mijn vrije sector huurwoning van de corporatie omdat ik niet langer weerstand kon bieden aan het argument dat ik anders een dief was van mijn eigen portemonnee. Alles keurig. Stukje aflossingsvrij, ander gedeelte niet, levensverzekering. Vastleggen voor een stevig aantal jaren. Het zou wel heel vreemd uit moeten pakken, wilde ik de woonlasten niet meer kunnen opbrengen. Uiteraard nationale hypotheekgarantie. Ik wil goed zijn voor mijn geld.

Ik kocht mijn appartement tevens omdat het mij past als een maatkostuum. “Basic , zei de makelaar die kwam taxeren maar ik vind het lekker en ruim. Volkse buurt.  Mooie film over gemaakt: rook, gezag en rummikub. Trein, metro tram en winkelcentrum in de buurt.

De prijsontwikkeling in de wijk interesseert me niet. Ik heb dat huis gekocht om erin te wonen. Als de overstap naar het oudemanhuis onvermijdelijk wordt, dan zien we wel weer verder. Er zullen dan wel jonge starters met een bescheiden inkomen voor kiezen om mijn uitgewoonde paleis op te knappen. Zij betalen een zacht prijsje want tegen die tijd moeten álle babyboomers naar het oudemanhuis.

Het zou mij niet verbazen als de meeste huiseigenaren er zo over denken.  Ze beschouwen hun huis als een gebruiksvoorwerp net als een auto of een wasmachine.  Zolang zij de maandlasten kunnen opbrengen zonder dat ze elke ochtend brood met suiker hoeven te eten, zijn zij tevreden.  Ze zullen het alleen op de markt willen brengen als het vanwege de kinderen te klein wordt of als er leuk werk lonkt aan de andere kant van het land.

En nu komt dus de afschaffing van de hypotheekrente-aftrek eraan. Wat ooit een hoeksteen was van het beleid – alleen volstrekte idioten bepleitten afschaffing maar verantwoordelijke staatslieden als Wim Kok verboden politieke discussie over het “h-woord” -, blijkt nu de nagel aan de nationale doodkist. De twintig meest vooraanstaande economen zeggen het zelf. Zij hebben een pamflet gepubliceerd waarin zij voor de aftrek een langzame en trage dood eisen.

Hoe moet ik daar als huiseigenaar tegenover staan? Het antwoord op die vraag is duidelijk: Ik heb dat huis destijds gekocht omdat het me echt beviel en omdat ik tot in lengte van jaren op redelijke woonlasten wilde zitten. Geen boterham met suiker voor het ontbijt, geen stille armoede. En zeker geen faillissement. Gewone, nette werkende mensen van mijn slag wensen niet met een of andere onaangename verrassing te worden geconfronteerd die hen tot nerveuze sappelaars maakt, koorddansend op de rand van een schuldenkloof.  Hun criterium: de hoogte van de maandlasten.

Moet daarom de hypotheekrente-aftrek blijven? Dat weet ik niet. Moeten huiseigenaren tot aflossen worden gestimuleerd? Zit een zekere logica in. Wil ik best aan meewerken. Net als de meeste bewoners van appartementen en rijtjeshuizen wil ik voornamelijk leven zonder zorgen net als voorheen. Ons wonen moet betaalbaar blijven in overeenstemming met onze portemonnee.  Ik kan mij best voorstellen dat daarvoor minimaal honderdduizenden huiseigenaren een ander soort hypotheek nodig hebben om hun woning te financieren.  Als dat zonder gelazer en extra kosten te regelen valt, zullen weinig huiseigenaren daar bezwaar tegen maken. Daarbij zullen zij eerder op de hoogte van de maandlasten letten dan op de levensduur van de hypotheek.

Alles wat leidt tot een substantiële verhoging van de maandlasten, zal door de gemiddelde huiseigenaar als een nare verrassing worden beschouwd.  Een partij die hen deze verrassing zou kunnen bezorgen, zullen zij eendrachtig een spectaculaire nederlaag bezorgen. Het gaat niet om de aftrek, het gaat om de hanteerbaarheid van de maandlasten.

Dit is mijn grote verkiezingsadvies aan elke partij die wil overleven na de val van Rutte I.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (20)