1.770
35

schrijver

Walt van der Linden studeerde Bestuurskunde aan de Vrije Universiteit. Hij schreef een scriptie over wetenschappelijke integriteit. In november won hij de Andries Greinerprijs 2011, een wedstrijd voor literaire korte verhalen.

Hulde aan de weigerambtenaar

Laat een ambtenaar zijn eigen keuzes maken. Laat het een mens zijn en geen soldaat

Een ambtenaar moet een eigen afweging kunnen maken. Zeker zolang de uitvoering van het beleid niet in gevaar komt. Laat een ambtenaar een mens zijn en geen soldaat. Bevorder onafhankelijk denken.

Op 24 mei 2010 zond actualiteitenrubriek Netwerk een item uit over het stierenvechten in Spanje.
Dat moest zo snel mogelijk worden verboden, vonden mensen uit een heel ander land. De redenen liggen voor de hand: barbaars, wreed, niet van deze tijd.

“Stierenvechten is mijn leven” zei een Spaanse jongen van een jaar of twintig.
“In de winter doe ik niets, ben ik slecht gehumeurd. Maar in de zomer is het eindeloos feesten en stierenvechten”.

“Dat er gefeest wordt, prima, hartstikke leuk, top” zei Marius Kolhoff, de Nederlandse voorzitter van het Comité Anti-Stierenvechten.
“…Maar waarom moet daarbij een dier worden gebruikt? Je kunt het toch ook leuk hebben zonder?”

Marius wel. Die komt uit Den Haag. Voor zijn eigen vermaak kan hij kiezen of hij naar het filmhuis, de loungebar of de sushi-tent zal gaan.
In Alcanar is geen sushibar. Er is ook geen loungetent. Kinderen kunnen op hun crossfiets door stoffige steegjes scheuren. Volwassen drinken appelcider gemaakt van de appels uit het landbouwoverschot. Tussen het crossen en de cider door is er het werk en de slaap.
En vooral: eindeloze, geestdodende verveling.
De bewoners van het Spaanse platteland hebben andere mogelijkheden dan meneer Kolhoff, en een volstrekt andere sociaal-culturele achtergrond. Zij zijn nog niet in aanraking gekomen met de nieuwste inzichten op het gebied van dierenwelzijn.
Het idee dat een dier onontvreemdbare rechten zou hebben, is tamelijk recent.
Voordat wij het handelen volgens deze ideeën afdwingen via Europese regelgeving, zou het verstandig zijn deze eerst te verspreiden.

In hoeverre mag de meerderheid, of een groep ‘verlichte denkers’, zijn opvatting opleggen aan de rest van het land, of zelfs een continent?

De discussie over de ‘weigerambtenaar’, een ambtenaar van de burgerlijke stand die weigert om homoseksuele en lesbische stellen te trouwen, draait om een soortgelijke vraag.
De vraag heeft hier echter ook een duidelijke individuele en morele dimensie. Ik zou deze als volgt willen definiëren:
Mag de overheid een ambtenaar dwingen om beleid uit te voeren, als dit beleid in strijd is met zijn geweten?

De motie van Ineke van Gent beantwoordt haar ongeveer als volgt:
De weigerambtenaar mag niet  discrimineren tussen hetero- en homostellen. Hij of zij dient het overheidsbeleid onvoorwaardelijk uit te voeren.

In dit betoog pleit ik voor een ander antwoord. Namelijk het volgende:
De overheid moet gewetensbezwaren serieus nemen, en terughoudendheid betrachten in het opleggen van haar standpunt. Een ambtenaar moet in staat zijn om op basis van een individuele en morele afweging te weigeren om beleid uit te voeren, zolang de uitvoering van dit beleid niet in gevaar komt.

In Nederland mogen homo-stellen sinds 2001 in het huwelijk treden. Nederland liep daarmee voorop in de wereld, een voorbeeld van de sociale progressiviteit waar wij ons graag op beroemen.
Deze progressie komt voort uit een verandering in het denken. Burgers komen in aanraking met nieuwe ideeën, wisselen deze met elkaar uit. Er ontstaat discussie en debat. Volksvertegenwoordigers vertalen de nieuwe inzichten naar verkiezingsprogramma’s, een regering ontwikkelt beleid dat deze opvattingen weerspiegelt.
Voortschrijdend inzicht.
…Maar het inzicht van de een schrijdt sneller voort dan dat van de ander. De meeste weigerambtenaren oefenen hun vak uit sinds lang voordat het homohuwelijk wettelijk geregeld was.
Sterker nog:
Tot 1990 beschouwde de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie, homoseksualiteit nog als een geestesziekte.
Zo snel kunnen de opvattingen binnen een samenleving veranderen.

De ambtenaar wordt geacht om overheidsbeleid consequent uit te voeren. Dit vraagt om een hoge mate van loyaliteit. Ongeacht of hij vindt, dat het anders of beter kan:
De politiek bepaalt, de ambtenaar voert uit.
Daar staat tegenover, dat de overheid zorgvuldig met deze loyaliteit moet omgaan.
Een ambtenaar moet in staat zijn om zijn functie uit te oefenen zonder daadwerkelijk in gewetensnood te komen. Het is aan de overheid om te zorgen, dat het werk hem niet tot lastige morele keuzes dwingt.
Het maken van een morele keuze blijft namelijk altijd een zaak van het individu.

In de praktijk zal een ambtenaar regelmatig keuzes moeten maken, die een duidelijk ethische dimensie hebben.
Belangen- of rolconflicten, omgang met collega’s en de burger, het delen of juist achterhouden van informatie. Het zijn zaken die binnen de functie regelmatig tot een morele afweging zullen leiden.
Om de juiste keuzes te kunnen maken, heeft de ambtenaar een sterk ontwikkeld moreel kompas nodig. De overheid erkent deze noodzaak. Zij steekt veel tijd en geld in het ontwikkelen van dit kompas:

Dilemmatrainingen.
Integriteitscursussen.
Ethische codes die de kernwaarden van de organisatie moeten overbrengen.

De gemeente Amsterdam heeft zelfs haar eigen Bureau Integriteit. Haar aanpak is gebaseerd op zeven pijlers. De eerste pijler? Zelfstandige morele oordeelsvorming.
Binnen de wetenschappenlijke literatuur over integriteit neemt het idee van deze zelfstandige morele oordeelsvorming een belangrijke plaats in. Om ethisch handelen te bevorderen, is het belangrijk dat een individu zelf nadenkt over de morele gevolgen van zijn handelen. Dit handelen is gebaseerd op normen en waarden: welke overwegingen neem ik mee in mijn beslissing, en welke basisregels staan daarbij centraal?
Door een opvatting op te leggen aan een ander, wordt het moreel kompas niet ontwikkeld.

Het doet er zelfs afbreuk aan.

De motie Van Gennep gaat voorbij aan het morele aspect van de weigering. De overheid zadelt de ambtenaar nu op met een tegenstrijdige boodschap:
De ambtenaar moet zelf in staat zijn om zelfstandig morele afwegingen te maken.
De ambtenaar moet het kabinetsbeleid onvoorwaardelijk uitvoeren, ongeacht gewetensbezwaren.

Het risico bestaat, dat de ambtenaar op termijn zal worden gedwongen om te kiezen tussen zijn principes en zijn levensonderhoud. Deze dwang zou verstrekkende gevolgen kunnen hebben. De implicaties ervan blijven niet beperkt tot de manier waarop Nederland met homoseksualiteit omgaat. Het gaat om het vervangen van het eigen morele oordeel door onvoorwaardelijke loyaliteit.

De vrijheid van het individu om morele keuzes te maken is, vanzelfsprekend, niet onbeperkt.
Zij wordt beperkt door de wet, die een afspiegeling is van afwegingen die het collectief heeft gemaakt. Zo zal de meerderheid altijd zijn opvattingen kunnen opleggen aan de enkeling.
De vraag is in welke mate dit wenselijk is. Wil de overheid werkelijk mensen dwingen, om tegen hun geweten te handelen? Als zij dit doet, dan moet daar een goede reden voor bestaan.

Centraal onderdeel van mijn stelling is dat de uitvoering van het overheidsbeleid niet in gevaar mag komen.
Als een ambtenaar weigert om een homostel te trouwen, dan kan een andere ambtenaar dit doen.
De uitvoering van het beleid komt niet in gevaar. Zijn weigering heeft dus geen werkelijke maatschappelijke gevolgen: ieder stel dat wil trouwen, kán trouwen. Daar zorgt de wet voor.
Een belangrijk uitgangspunt van het liberalisme is dat de vrijheid van de één niet ten koste mag gaan van de vrijheid van de ander. Wiens vrijheid wordt hier nu eigenlijk beperkt?

Van sommige meningen hebben wij besloten, dat wij deze zo verwerpelijk vinden, dat niet het handelen naar maar de mening zélf wordt verboden. Discriminatie, op welke grond dan ook, is daar een duidelijk voorbeeld van.
Welke ongewenste mening draagt de weigerambtenaar eigenlijk uit? In hoeverre discrimineert hij?
Het enige dat wij zeker weten, is het volgende: de weigerambtenaar maakt een onderscheid tussen een hetero- en homohuwelijk.
De opvatting dat hetero- en homohuwelijk niet hetzelfde zijn, gaat gepaard met allerlei connotaties.

Misschien staat het voor de afwijzing van een levensstijl.
Voor de gedachte dat homoseksualiteit immoreel is.
Misschien ligt er zelfs haat aan ten grondslag.

Echter: meer dan connotaties zijn dit niet. Wij weten niet precies, op basis van welke overwegingen een ambtenaar weigert. Misschien is het slechts een weerspiegeling van een traditioneel beeld van het huwelijk. In ieder geval mag niet zomaar worden verondersteld, dat de weigering een uiting is van een verwerpelijke mening. Hooguit kan gesteld worden, dat deze mening achterhaald is.
De Nederlandse samenleving heeft de keuze gemaakt om hetero- en homohuwelijk gelijk te stellen. De weigerambtenaar maakt een andere keuze.
Het ligt voor de hand te veronderstellen, dat deze keuze zorgvuldig en weloverwogen is: het gaat om mensen die huwelijken sluiten als beroep.

Overigens maakt de wet nog steeds onderscheid tussen het homo- en heterohuwelijk. Zij gaat bijvoorbeeld uit van een biologische band tussen kinderen en ouders. Het kind van een heterostel zal twee ouders hebben: bij een lesbisch stel, bijvoorbeeld, zal alleen de biologische moeder als ouder worden erkend.
Goed mogelijk dat dit over tien jaar anders ligt.
Zal de overheid dan wéér dwang uit gaan oefenen, om de schijn van een gedeelde opvatting te kunnen ophouden?

Een opvatting die tot voor kort niet eens hare was?

De motie Van Gennep bereikt slechts één ding: de ambtenaar wordt gedwongen tegen zijn principes te handelen. Het is symboolpolitiek, maar wel met uiterst onwenselijke gevolgen.
De geschiedenis leert ons hoe gevaarlijk het kan zijn, om een individu de ruimte te ontzeggen zelf een morele keuze te maken. Sommige van de grootste misdaden hadden voorkomen kunnen worden, als het individu zonder consequenties kon zeggen: dit doe ik liever niet.

Laten wij toejuichen dat iemand zich morele vragen stelt.
Laten wij toejuichen dat deze vragen individueel gesteld worden, en tot individuele antwoorden leiden.
Laten wij onafhankelijk denken bevorderen en stimuleren.
Laat een ambtenaar een mens zijn, in plaats van een soldaat.
Laten we terughoudend zijn, met het opleggen van onze opvattingen aan een ander, zonder dat dit innerlijk tot een verandering leidt.
Laten wij sociale verandering mogelijk maken door discussie en debat, door het delen van informatie en inzichten, door iemand te overtuigen met argumenten in plaats van met dwang.

Laat de stierenvechter stierenvechten en de weigerambtenaar weigeren tot zij zelfstandig tot een andere morele keuze komen.

Geef een reactie

Laatste reacties (35)