3.037
20

Visual storyteller

Hulporganisaties in Griekenland moeten in dialoog met vluchtelingen

De programma’s van de non-profit organisaties in Griekenland zijn vaak een bron van frustratie voor de bewoners van het kamp.

Yusuf zit al bijna een jaar vast op Lesbos. Voor de brand in Moria woonde hij in een zelfgebouwde schuilplaats net buiten de hekken van het oude kamp, in de “jungle”. Nu zit hij op zijn gloednieuwe vloer gemaakt van pallets in zijn UNHCR-tent en schept hij drie volle lepels suiker in zijn thee. Yusuf vertelt me dat de pallets warmte vasthouden en tijdens regenval de modderstromen tegenhouden. “Maar daar blijft het niet bij. Sommige vrienden vonden slangen in hun tent, of werden wakker met een schorpioen in hun bed. Ik hoop dat de pallets ook daar bescherming tegen bieden.”

Op mijn weg vanaf Yusufs tent terug naar de ingang blijf ik plots als aan de grond genageld staan. Ik kijk toe hoe de vrijwilligers in het kamp de laatste dozen vol luiers uit de truck sjouwen en vang onbedoeld een deel van hun woordenwisseling op. Na de laatste doos keert een lange jongen zich puffend om naar zijn leidinggevende. “Wat doen we met de pallets?” Er valt een stilte. “Geen idee eigenlijk”, antwoordt de coördinator. “Ik zag een houtbewerker een stuk terug bij de stad, misschien kunnen zij er iets mee. Dan worden ze in elk geval gerecycled.”

Juist, recyclen. Hoe is het mogelijk, dat een non-profit organisatie bezig met het verstrekken van eerste hulp niet in staat is om iets waardevols als een pallet af te leveren op de juiste plek? Zijn ze bespottelijk slecht geïnformeerd of komt het door meedogenloze regels van bovenaf?

Het is doodstil in het debat over de effectiviteit van non-profit organisaties in het veld. Bestaande kritiek beperkt zich te vaak tot het salaris van de topman en de toenemende commercialisering in de sector. Ondanks de duidelijke relevantie hiervan zegt het weinig over de mate waarin het mandaat aansluiting vindt in de praktijk. Tijdens de hevige regenval van de afgelopen tijd op het eiland deelden vrijwilligers dweilen uit. Een lachwekkende oplossing, aldus de bewoners; een toepasselijker voorbeeld van dweilen met de kraan open is moeilijk voor te stellen.

Goede intenties zijn niet genoeg. Het gebrek aan samenwerking met de residenten zelf maakt niet alleen dat de programma’s niet effectief zijn, maar creëert ook wantrouwen jegens non-profit organisaties. Sterker nog: de enigen die iets kunnen zeggen over in welke mate programma’s in hun doel slagen zijn de residenten zelf. Toch gebeurt dit amper.

Op het moment dat mensen aankomen in Europa en hun paspoort wordt afgenomen vervangt de term ‘vluchteling’ iedere andere vorm van identificatie. Hoewel deze transformatie puur terminologisch is, verandert de bril waarop de wereld naar ieder individu kijkt. Plots kennen we vluchtelingen geen enkele autonomie meer toe, of zien we hen niet langer als volwaardige handelsbekwame mensen. Als er één sector zou zijn die dit mechanisme zou moeten verwerpen zou het de non-profit sector moeten te zijn. Desalniettemin laat een echt dialoog met de de residenten van het kamp op zich wachten en belandt hulp via een top-down benadering terecht op de grond. Als non-profit organisaties niet naar de wensen van residenten luisteren, in wiens belang handelen ze dan eigenlijk?

Geef een reactie

Laatste reacties (20)