11.517
17

Cultureel Antropoloog

Dr. Sinan Çankaya (1982, Nijmegen) is cultureel antropoloog en richt zich op politiesociologie. Hij doet onderzoek naar en adviseert gericht op de politieorganisatie, veiligheid en diversiteitsmanagement. Verder is hij befaamd vingerkootjesknakker en espressoliefhebber.

Humor is ernstig

Humor is begrensd, maar wie bepaalt de grenzen? 

Humor is begrensd, omdat de taal in potentie gevaarlijk is. Stel ik zeg: ik sla je verrot. Of iemand zegt tegen mij: ik hou van je. In beide gevallen wijzen de woorden op een in potentie gevaarlijke en risicovolle situatie. Woorden zijn niet neutraal of, zomaar, woorden. Bijvoorbeeld wanneer woorden in een specifieke constellatie een grap over de holocaust uitdrukken. Of over de slavernij. Dan zijn woorden krachtig. Dan zijn grappen niet meer grappig.

Maar buiten deze extreme voorbeelden blijft de vraag overeind: wie bepaalt de grenzen van het betamelijke? In humor mag natuurlijk meer dan in ‘gewoon’ spraakgebruik. Eindig je cynisme en sarcasme dan ook altijd met: het was maar een grapje. Het is een sociaal aanvaarde disclaimer om een klootzak te zijn. Ik heb in persoonlijke relaties ook wel eens gebruik gemaakt van deze ontsnappingsroute.

Humor is macht
Omdat er vaak privileges zitten verscholen in grappen. Humor kan ook stereotypen bevestigen over gender, leeftijd, klasse en etniciteit. Een voorbeeld uit mijn onderzoek naar in- en uitsluiting van etnische minderheden bij de politie:

Een keer maakte ik pas net kennis met een collega en die wilde ik een hand geven, en toen trok ie zijn hand terug en zei lacherig: ”Wacht even, ik doe eerst mijn ring af. Je weet het nooit met Marokkanen.’ (Hoofdagent, man, Marokkaanse-Nederlander)

Maar humor kan ook een vehikel zijn voor sociale kritiek. Zie Aamer Rahmen of Louis CK. Door het zelfbeeld van de ‘superieure’ ander aan te tasten, kan de grappenmaker zijn sociale ‘inferioriteit’ tijdelijk maskeren. De psycholoog Harvey Mindess zegt treffend: “Humor is the weapon of the underdog.” Er staat ‘tijdelijk’, omdat subversieve en deregulerende grappen uiteindelijk weinig impact hebben op, zeg, een weigering bij een horecagelegenheid. Tenzij je dat ook lachend van je laat afglijden.

Een geprivilegieerde positie in organisaties of bedrijven op basis van je functie, leeftijd of anciënniteit, kan overigens de impact van etniciteit minimaliseren in dagelijkse ontmoetingen.

Hoe langer je bij de baas werkt, hoe ouder je bent en vooral hoe hoger je rang is, zorgt zeker wel voor verschillen. In mijn beginperiode als hoofdagent had ik vaak te maken met grappen en opmerkingen. Nu ik inspecteur ben nauwelijks meer. Mensen kijken naar je schouder en zien een kroontje en denken dan: Laat maar zitten. Haha, ja zo werken die dingen.” (Inspecteur, man, Marokkaans-Nederlands)

Daarom is de grap ‘naar beneden’, dat wil zeggen naar ‘kwetsbare’ mensen, snel gemaakt. Overigens is de relatie Gordon versus contestant natuurlijk ook asymmetrisch. Degene die je beoordeelt, maakt grappen. Maak je een grap terug? Je zit in een sollicitatiegesprek en er wordt een – voor jou – misplaatste grap of opmerking gemaakt. Zeg je er iets van?

Humor sluit in en uit
Er is altijd iemand de dupe van een grap. De antropoloog Alan Dundes schrijft: “Humor is a reaction to tragedy. The joke is at someone else’s expense.” Maar humor sluit niet noodzakelijkerwijs iemand uit: er is altijd interpretatieruimte. Hoe reageert de ontvanger op jouw grap? Lacht die mee? Of word je gezicht asymmetrischer?

Humor creëert groepen ‘zonder gevoel voor humor’ en ‘met’. Humor is namelijk een manier om solidair te zijn met de groep. Je moet ‘niet moeilijk doen’ op kantoor of met vrienden over grappen. Het niet-moeilijk-doen hangt sterk samen met de huidige tijdsgeest waarin alles gezegd mag worden. Je bent snel een ‘zeikerd’, ‘overgevoelig’ of ‘politiek correct’.

Afhankelijk van de beroepsgroep zijn nog subtielere en complexere constructies mogelijk. In de informele politiecultuur voldoe je bijvoorbeeld niet aan het beeld van een ‘goede’ agent als je geen harde grappen kunt incasseren. Een agent behoort daadkrachtig te zijn.

Ik vind wel dat we nu heel erg krampachtig gaan doen, alsof we over eieren moeten lopen. Persoonlijk vind ik dat je ongeschikt bent als politieagent als je niet kunt omgaan met pestgedrag of noem het discriminatie of wat dan ook. Tijdens ons werk op straat word je soms voor alles uitgemaakt, mensen die je in je gezicht spugen, wat ik allemaal niet heb meegemaakt. Ik denk dat als je je geen houding kunt geven als iemand een grapje maakt… ja, hoe doe je het eigenlijk dan op straat?” (Hoofdagent, man, Nederlands).

De persoon hierboven stelt de mentale weerbaarheid van deze categorie politieagenten ter discussie. Toch haalt hij twee verschillende contexten door elkaar, waar uit de groep ook direct een antwoord op komt.

Dat zijn burgers. Dan ben je niet op je mondje gevallen en heb je een weerwoord, dat is ons werk. Maar het is anders als een collega dat doet. Je moet je binnen veilig kunnen voelen.” (Hoofdagent, man, Marokkaans-Nederlands)

Wanneer minderheden zich verzetten tegen grappen of opmerkingen heeft dit niet alleen consequenties op hun interpersoonlijke relaties – je bent minder solidair aan de groep – maar worden ook hun kwaliteiten in twijfel getrokken – je bent geen ‘goede’ politieagent. De beelden oefenen een gelijktijdige druk uit om subjecten het zwijgen op te leggen. In de wetenschappelijke literatuur wordt dit mechanisme een silencing strategy genoemd. Hierdoor is er een grote groep politiemedewerkers die zich groot houden en kiezen voor de strategie om zich ‘nergens iets van aan te trekken’ wanneer er grappen worden gemaakt. In het algemeen wil niemand het etiket van slachtoffer opgeplakt krijgen, zelfs als men een slachtoffer is van pestgedrag of discriminatie.

Humor is begrensd, maar wie bepaalt de grenzen? Humor is macht, maar verzet is mogelijk. Humor kan uitsluiten, maar ook insluiten. Humor verdient het om humorloos te worden bestudeerd, zonder humor in de ban te doen. O ironie, nietwaar?

De crux? Iemand zegt: vind ik niet leuk. Herhaaldelijk. Past het in je zelfbeeld als je óók bekend zou staan als iemand met inlevingsvermogen?

Sinan Çankaya is cultureel antropoloog en doet onderzoek naar in- en uitsluiting, multiculturalisme en de politieorganisatie. Volg hem op Twitter: @S1nanCankaya

Geef een reactie

Laatste reacties (17)