1.936
24

Econoom

David Hollanders (1978) doceert finance aan de Universiteit van Tilburg

Hypocrisie van de financiële wereld

De sector die van iedereen flexibel werken eist kent zelf de meeste vaste contracten

De merites van flexibele arbeid zijn vanuit economisch perspectief inmiddels uitgebreid besproken. Tegenover groter gemak waarmee werkgevers op de conjunctuur in kunnen spelen staat grotere onzekerheid voor werknemers. Tegenover hogere prestatie-prikkels voor werknemers staat afbrokkeling van loyaliteit tussen werkgever en werknemer. En tegenover theoretische voordelen op de lange termijn staan reëel bestaande overgangsproblemen.

Afweging van de economische voor- en nadelen is inzichtelijk maar niet zaligmakend. Het politieke perspectief is minstens zo inzichtelijk. Politiek is – in de woorden van Lasswell – ‘about who gets, what when and how’. En daar een vast contract zeer prettig is voor een werknemer, is de vraag wie wel en wie niet een vast contract heeft een politieke vraag.

Figuur 1 geeft weer het percentage van de werknemers met een vast contract in procentpunten afwijking van het gemiddelde percentage in Nederland (70,3%). De sector met het hoogste percentage werknemers met een vast contract is de financiële sector. 

Dat is om meerdere redenen vreemd. Ten eerste is de financiële sector bij uitstek conjunctuurgevoelig; de financiële sector is met versoepeling van kredietbeleid zelfs één van de veroorzakers van conjuncturele schommelingen. Als één sector behoefte heeft aan flexibiliteit, dan is het de financiële sector.

Ten tweede stellen analisten uit de financiële sector zelf (kredietbeoordelaars, obligatiebeleggers, bijzonder hoogleraren) steevast dat flexibiliteit economisch heilzaam is. Zij schrijven aan iedereen een economisch recept voor dat zij zelf niet in willen nemen.

Ten derde is de financiële sector de best betaalde sector van Nederland: de gemiddelde salarissen zijn 60% hoger dan het gemiddelde loon in de rest van de economie. Het vaste contract kan dus niet begrepen worden als compensatie voor een laag salaris. Daarbij heeft de financiële sector bovendien al jaren de hoogste loonstijgingen. De lonen stegen in Nederland in de periode 2000-2012 gemiddeld met 35%. In de financiële sector stegen de lonen met 15% extra. 

Kortom, de sector waarin dat economisch het minst voor de hand ligt, heeft de meeste vaste contracten. Politicologisch is deze uitkomst niet verrassend. De financiële sector is met een combinatie van geld en een netwerk van topbestuurders en oud-politici in raden van bestuur en commissarissen ‘s lands machtigste sector. Maar ook en juist vanuit economisch oogpunt is deze uitkomst betekenisvol. Als de sector die de zegeningen van flexibiliteit met de mond belijdt, daar zelf getuige hun gedrag niet werkelijk in gelooft, dan komt het onaannemelijk voor dat die zegeningen groot zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (24)