2.380
34

Beeldend kunstenaar/schrijver

Nelle (C.C.) Boer (1982) studeerde af aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Zwolle en werkt sindsdien als autonoom beeldend kunstenaar. Daarnaast publiceert hij korte verhalen op de Nationale Boekenblog. Met voorliefde voor beeld en taal beschouwt Nelle Boer op fantasierijke wijze de bizarre werkelijkheid. Je kan hem op twitter volgen via @CCBoer.

Ich bin ein Wilders

Een nogal vrije interpretatie van Kennedy’s rede "Ich bin ein Berliner"

Wie droomt er niet van beroemd zijn, zonder daar al te veel voor te hoeven doen? En van de aanblik van een juichende menigte, wanneer je ook maar een enkele, loze opmerking maakt?

Twijfelachtige wensen

Als kind wilde ik graag Duits officier zijn, wanneer we als vriendjes oorlogje speelden. Met die rol kon je zoveel meer dan met die van de Geallieerde. Veel venijn en sadisme, je kon eens lekker ongestraft een ander afblaffen. Zelfs een schop hier en daar werd geaccepteerd, je was immers iemand die vals behoorde te zijn. Ik kon soms bijna niet geloven wat mijn vriendjes van mij duldden, maar het hield me geenszins tegen.

Macht is niet het goede woord, maar ik hou er wel van. Ik stel mij wel eens voor dat de dingen gebeuren zoals ik het wil. Dat mensen die ik niet mag veranderen tot iets wat mij wenselijk lijkt bijvoorbeeld. Door niet meer achterlijk te doen in het verkeer. Of een met houtsnijdende argumenten onderbouwde mening te geven in plaats van wat losse, slecht geformuleerde zinnen. Een enkele blijk van iets dat lijkt op gedachten of een correct idee ergens over, op zijn minst. De kennis van een feit, in hemelsnaam.

Ik hield eigenlijk nooit van de naam Wilders. Er woonde ooit een man in de buurt waar ik opgroeide wiens naam er op lijkt. We mochten nooit te dicht in de buurt van zijn zorgvuldig geparkeerde auto komen, er mocht eens een kras in de lak komen. Al fietsten we aan de overkant van de weg, dan nog verscheen hij met rood aangelopen gezicht in de deuropening en schreeuwde hij dat we weg moesten wezen. Hij wilde datgene waar hij van hield niet laten ruïneren door anderen.
Maar nu ik zelf spullen bezit die enige geldelijke waarde hebben, ben ik het ook steeds belangrijker gaan vinden dat mensen er niet te dicht in de buurt komen. Ik zeg nu ook wel eens iets als “het hoeft niet kapot, hoor”.

Berlijnse inzichten

Als je in Berlijn mag rondlopen, er mag wandelen door onze geschiedenis, vallen bepaalde dingen op hun plaats.

In het Joods Museum te Berlijn (Jüdisches Museum Berlin) is het gevoel uitgebeeld dat de Joden tijdens hun gevangenschap in het concentratiekamp moeten hebben gehad. Een stikdonker, betonnen lokaal. En tientallen meters boven je verwijderd een gat, waarin de blote  hemel te ontwaren is. Daar hef je uit reflex de kin omhoog en blik je hoopvol naar boven. Zoals de kampslachtoffers  wanhopig naar een hemel staarden die hen niet redden kon, zo hangt men aan de lippen van Wilders. Het is namelijk onmogelijk om Nederland te bevrijden van de Islam en vooral nergens voor nodig.

Een paar straten verwijderd van het Joods Museum is een in de Tweede Wereldoorlog beschoten huis intact gelaten. Hoe vervreemdend dat ook klinkt. De plekken waar de kogels insloegen zijn nog zichtbaar. Het toont aan dat een regering kan verworden tot een ordinaire knokploeg. Zoals sommige bewegingen in de politiek dreigen te kunnen worden en zoals wij er een hadden, in het buurtje waar ik met mijn jeugdvriendjes speelde. Ik stuurde ze aan met de fierheid die bij een  legeraanvoerder past en beval ze om die Geallieerden af te maken, terwijl ik door mijn verrekijker tuurde en mijn hardhouten riet eisend de lucht in hield. Willen we dat niet allemaal? Dat mensen naar je luisteren in plaats van je op de een of andere manier aanvallen?

Integratie en assimilatie 

De Berlijner is hoffelijk, klinkt bits, maar is het niet. Wijst met alle graagte en met het uiterste geduld de weg, zegt “bitte” bij het aanreiken van een zoete bol over de toonbank.

De Nederlander is bij uitstek iemand die zich niet wil aanpassen en zich niets laat gezeggen. Je hoeft maar eenmaal naar het buitenland op vakantie te gaan om daar heldere voorbeelden van te mogen meemaken. Wij willen volledige zelfbeschikking en het individualisme staat hoog in ons vaandel. Niemand mag ons ergens in beknotten, door bijvoorbeeld te beweren dat wij iets niet mogen zeggen of schrijven.

De realistische Wilders-fanaat, hoe vervreemdend dat wederom ook klinkt, weet wel dat de moslims er niet zomaar uitgezet kunnen worden, diegene wil dat zij zich aanpassen aan de anderen.

Als de orthodoxe moslim ten volle wil integreren moet hij zich dus even egocentrisch gedragen als de rest van de gemeenschap door volkomen de eigen gang te gaan, van niemand iets aan te trekken ook al weet je soms dat de ander gelijk heeft. De eigen taal te blijven spreken, alleen bij de traditionele slager boodschappen te doen, uitsluitend te kijken naar tv-zenders waar het eigen gedachtegoed wordt vertolkt en de dubbele nationaliteit te behouden.

Wanneer ik gevangen genomen was (mijn manschappen hadden mijn buitengewoon strategische bevelen dan blijkbaar niet goed opgevolgd), moest ik bij de boom op het pleintje gaan staan en tot honderd tellen.

Dat deed ik dan ook, terwijl er geen muren om mij heen stonden, die moest ik er zelf bij bedenken.
Waarschijnlijk heeft Wilders de gijzeling van onze maatschappij door de Islam zelf bedacht, zoals wij allemaal onze angsten grotendeels zelf verzinnen. En terwijl ik dit besefte, in Berlijn, op het Rudolph-Wilde-Platz waar Kennedy zijn befaamde woorden sprak, galmde ik tegen de wederopgebouwde muren kordaat “Ich bin ein Wilders”.

Geef een reactie

Laatste reacties (34)