1.413
22

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

Identiteitsdebat leidt af van de echte kwestie

Opmerkelijk is ook de haast obsessionele drang tot het houden van herdenkingen: het zoveel-jaar-dit, het zoveel-jaar-dat.

We moeten bezuinigen – is de slogan waarmee we sinds jaren worden gehersenspoeld. Wanneer je iets maar vaak genoeg zegt, gaan mensen het nog geloven ook. We kunnen ons nauwelijks meer het tegenovergestelde voorstellen: we gaan meer uitgeven. Nee! Stel je voor! We moeten bezuinigen, en de politiek bestaat nog maar uit één ding: hoe breng je dit de mensen zo dat ze nét niet in opstand komen? Communicatieadviseurs of -managers, of hoe die ook mogen heten, zijn er bij de vleet die de politici allerlei kletswoorden op een zilveren schotel aanreiken, halve leugens, eufemismen (dat zijn ook halve leugens), Orwelliaanse newspeak die degelijk en doordacht in de oren klinkt (totdat de feiten de kletspraat inhalen en falsificeren).

Waarom we “moeten bezuinigen”? Die vraag wordt door veel mensen niet eens meer gesteld. Min of meer lijdzaam ondergaan we deze miezerige inkrimpingspolitiek, we merken hoe langzaam maar zeer zeker de dingen minder worden, voorzieningen, diensten – en de toekomst ziet er grauw uit. De toekomst verontrust, het liefst denken we er niet aan. Ja, en omdat de toekomst geblokkeerd lijkt, worden we nostalgisch, richten we ons eenzijdig tot het verleden. En dan komen zulke vragen boven als “waar komen we vandaan?”, “wat is onze origine?” – waarbij dan al gauw de troebele identiteitsvraag zijn lelijke tronie laat zien. Met als gevolg ruzie.

cc-foto: RealityPixels
cc-foto: RealityPixels

Identiteit
In Nederland gaan we ruzie maken over Zwarte Piet. De identiteit van niet-blanke Nederlanders wordt door het fenomeen Zwarte Piet al dan niet gekwetst. In Frankrijk gaan we ruzie maken over het dragen van boerkinis. Is de moslima al dan niet vrij overal haar religieuze identiteit te tonen. Dit zijn maar twee voorbeelden – extreme voorbeelden weliswaar: zelfs wat we tot dusver beschouwden als behorende tot het domein van de ontspanning (een kinderfeest, strandplezier) wordt door deze heibel rond de identiteitsvraag aangetast. En dit alles is natuurlijk koren op de molen voor mannen als Wilders, met zijn “knokken voor onze identiteit en tegen de islamisering”, en Sarkozy die het nodig vindt om in zijn verkiezingstoespraken erop te hameren dat wanneer iemand de Franse nationaliteit verkrijgt, hij moet leven als een Fransman en hij de Galliërs als zijn voorzaten heeft te beschouwen (“nos ancêtres les Gaulois”).

Wilders, Sarkozy, Le Pen en anderen van hun soort roepen met hun uitspraken natuurlijk felle reacties op, die soms te ver gaan, de andere kant op. Zij die zich buitengesloten voelen gaan van de weeromstuit des te sterker met hun identiteit te koop lopen, op het provocerende af. Wat voor velen dan alleen maar de posities van Wilders, Sarkozy, Le Pen en hun kornuiten versterkt. De vicieuze cirkel… En serieuze mensen beginnen het te hebben over de dreiging van een burgeroorlog. Kortom, we kijken niet meer vooruit (waar gaan we naar toe?), omdat de toekomst potdicht zit. We kijken achteruit: waar komen we vandaan? En dan blijken we allemaal ergens anders vandaan te komen, en toch moeten we het samen op de zoveel vierkante meter met elkaar zien te doen: spanning, ruzie, oorlog…

Opmerkelijk is ook de haast obsessionele drang tot het houden van herdenkingen: het zoveel-jaar-dit, het zoveel-jaar-dat. En de soms surrealistisch aandoende vergiffenis-beden van bepaalde instanties jegens andere instanties of (identiteits-)groepen in verband met misdaden die eeuwen geleden zijn gepleegd. Wanneer we allemaal samen vooruitkijken, naar een toekomst die open ligt, vol mogelijkheden en uitdagingen, dan staan we er niet meer zo bij stil, bij wat we in het verleden zoal hebben uitgespookt. Wat niet hetzelfde is als goedpraten.

En er zijn er die in hun handen wrijven
De identiteitskwestie is een afgeknaagd bot dat midden in een meute hongerige honden wordt geworpen. En kijk, wat leuk (maar niet heus)! – de dieren gaan elkaar te lijf. En terwijl de honden vechten, lopen de dieven weg met de buit die de honden hadden moeten bewaken. Natuurlijk is samen-leven een taak waar we altijd aan moeten blijven werken. Waarbij we vooral de verschillen niet moeten onderschatten die er nu eenmaal zijn tussen de groepen die onze maatschappij vormen, vooral wanneer de geografisch en daarmee veelal cultureel bepaalde origines anders zijn.

Natuurlijk zijn racisme en vreemdelingenhaat gegevens die ons altijd bezig zullen blijven houden, natuurlijk is het zaak in deze waakzaam te blijven. Maar laat de identiteitskwestie ons vooral niet blind maken voor het schandaal van de huidige economische politiek. Het zijn niet alleen mensen als Wilders, Le Pen en Sarkozy die hun hart ophalen bij het geruzie rond de identiteitsvraag, ook anderen wrijven in hun handen: wat een ideale afleiding! Dat geruzie houdt de brave mensen zoet, ze zijn daarom minder geneigd hun neus te steken in het economische beleid van regering en volksvertegenwoordiging. En dit beleid is – in Nederland, in Frankrijk, in veel andere Europese landen – een beleid dat de welvaart van een kleine minderheid bevordert en de welvaart van een grote meerderheid doet stagneren, zo niet aanvreet. En zo zijn we weer terug bij het “we moeten bezuinigen”…

Schulden
Want we hebben in het verleden te veel uitgegeven, we hebben schulden gemaakt, en we willen de volgende generaties niet met onze schulden opzadelen. Zo wordt tot in de treure gezegd en nagezegd. Ook dit zegt iets over onze visie op het verleden en op de toekomst: het verleden was het gouden tijdperk van de onbezorgde kwistigheid, waar we vol nostalgie aan terugdenken, de toekomst is het tranendal van de terugbetaling. En om voor onze nazaten de loodzware last van de terugbetaling te verlichten, moeten we nu alvast de broekriem aanhalen, bezuinigen. Hou toch op! Alsof de economie te vergelijken zou zijn met een huishoudboekje!

Het wordt de mensen voorgehouden, en omdat ze door andere kwesties worden afgeleid, stellen ze er geen vragen bij. Althans de meesten niet. Waar komen die schulden vandaan? Alleen maar door het te kwistig omspringen met geld waar het om zulke zaken als onderwijs, sociale voorzieningen, zorg, cultuur gaat? Hoe zit het dan met de oplopende renteschuld? Omdat bij de Europese verdragen in het marmer is gegrift dat de staten zelf geen gelduitgifte mogen regelen, maar alleen bij privé-instellingen mogen lenen, tegen rente. En dat juist in een tijd dat het aan een stevige controle van de financiële sector ontbreekt. Omdat het neoliberale dogma dat verbiedt. En hoe wil je schulden überhaupt kunnen afbetalen wanneer je door bezuinigingen de economie stremt, want door bezuinigingen komen grote groepen mensen financieel in het nauw, wat niet goed is voor de consumptie, en dus de productie enzovoort, enzovoort.

Zomaar wat vragen. Er zijn er zoveel. Een laatste vraag: we laten onze nazaten toch niet alléén maar schulden na, maar ook rijkdom, middelen, verworvenheden waar we hard voor hebben gevochten: daar kunnen ze toch een eind mee op weg? Nee, allerlaatste vraag – voor nu: wie hebben er baat bij, bij dit eenzijdig hameren op schuld en afbetaling? Een kleine minderheid van speculanten en vette aandeelhouders, die er rijk van worden, door rentes, soms woekerrentes. O nee! Niet te veel vragen stellen! Laat de brave mensen maar lekker ruziemaken over Zwarte Piet en boerkinis. Dat houdt ze bezig, en wij blijven stilletjes de buit opstrijken. Misère!

Niet inkrimpen, maar uitgeven voor de toekomst
Goed dan maken we maar schulden, flinke schulden, want één ding is zeker: willen we de toekomst weer opengooien en aantrekkelijk maken, dan zullen we moeten uitgeven. Aan zorg, aan onderwijs, aan cultuur. Gezondheid, bekwaamheid, geestelijke diepgang – wanneer we hierin investeren, wanneer we de komende generaties hiermee toerusten, dan kunnen we weer vol vertrouwen de toekomst in kijken. Ja, en dan zullen we ook moeten uitgeven, flink moeten uitgeven aan energietransitie en duurzame ontwikkeling. Het tijdperk van de milieurampen is aangebroken – rampzalig?

Vast. Maar ook een uitdaging. En voor uitdagingen hebben we in de geschiedenis vaker gestaan. Uitdaging om hier uitwegen en oplossingen te zoeken en te vinden. We staan er allemaal samen voor. En om met een beeld te eindigen dat ons nogal vertrouwd is: wanneer de zee woedt en beukt, de dijken op instorten staan en het land overspoeld dreigt te raken, wat zullen we dan naar elkaar zitten turen en gluren: waar kom jij vandaan? Wat is jouw origine? Wat is jouw identiteit? Dan gaan we er samen tegenaan. Want we willen samen werken aan het leefbare land van de toekomst.

En die schulden – ach…


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 klanken

    Verhalen

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (22)