769
14

GroenLinks Raadslid Amsterdam

Jan Hoek is voor GroenLinks lid van de Amsterdamse gemeenteraad, blogt over Maatschappelijk Vastgoed (http://www.maatschappelijkvastgoedbeweegt.blogspot.nl/) en volgt een Master Staat- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Daarvoor was hij portefeuillehouder in een Amsterdams stadsdeel.

Ik ben Allochtoon

Mezelf 'allochtoon' noemen is een soort 'ich bin ein Berliner' in het klein

Toen het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zeeburg in 2002 aantrad, wees collega Fatima Elatik er met enig plezier op dat zij de enige geboren en getogen Amsterdammer in dat bestuur was. Ze had gelijk. De wiegjes van de leden Herrema, Hoek en Nanninga stonden buiten de stad. In Amsterdamse zin waren de heren – ook dat nog! – allochtonen.

Ik vond het eigenlijk wel leuk om mezelf allochtoon te noemen. Want in het maatschappelijk debat van die tijd stond allochtoon voor Marokkaan, terrorist, moslim en andere al dan niet vermeende narigheden. En laten we wel wezen, dat is dankzij de crisis allemaal wat minder geworden, maar je hoeft er de reacties op de website van de Telegraaf of GeenStijl maar op na te lezen, om te weten dat het nog lang niet weg is. Mezelf “allochtoon” noemen, was dus een soort “ich bin ein Berliner” in het klein.

Veel allochtonen vinden “allochtoon” een naar woord. En dat is logisch, want het maakt een mens tot vreemdeling in het land waar hij woont, ook als hij er geboren en getogen is. Trouwens, wie in den vreemde is geboren, maar bewust kiest voor het Nederlanderschap, blijft door de aanduiding “allochtoon” natuurlijk ook een vreemdeling. Let wel, het is allemaal relatief, mensen zijn altijd unieke individuen, wier identiteit niet wordt bepaald door een woord dat door de overheid of de maatschappij wordt gebruikt. Maar prettig is het niet, om als bewuste of onbewuste Nederlander jezelf aangeduid te zien worden als vreemdeling. Het woord wordt dus bij voorkeur vermeden.


Het lastige van het woord “allochtoon” is dat het niet alleen te gebruiken is om uit te sluiten, maar ook om die feitelijke uitsluiting te benoemen. Want ga er maar aan staan. Op de arbeidsmarkt hebben Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse, Molukse en Ghanese Amsterdammers te maken met discriminatie door werkgevers. Voor je de zin hebt uitgesproken, is de aandacht al verslapt. De harde scheidslijn die discriminatie op de arbeidsmarkt trekt tussen “autochtone” Amsterdammers en alle andere Amsterdammers, duidt je met “allochtoon” aanmerkelijk effectiever aan dan met al die herkomstaanduidingen. Zo bezien is “allochtoon” een woord dat niet uitsluit, maar die uitsluiting zichtbaar maakt en aan de kaak kan stellen. Nog los van het feit dat herkomst dus ook weer stom kan zijn, als je als Surinaamse Amsterdammer in Amsterdam bent geboren…


Het gebruik van het woord “allochtoon” simpelweg verbieden, is dus ook een beperking van de aanpak van discriminatie en uitsluiting. Er komt iets bij. Het verbieden van woorden past niet in een vrije samenleving. Woorden zijn instrumenten waarmee mensen uiting geven aan gedachten en gevoelens. De vrijheid om dat te doen, dient door de overheid niet te worden ingeperkt, dus ook niet door bepaalde woorden in de ban te doen. Daarbij is er natuurlijk wel verschil tussen een wettelijk verbod of een openbare banvloek, maar de overheid zou een cultuur moeten mijden waarin woorden onderwerp van beleid worden.


De woorden die de overheid kiest, volgen de ontwikkelingen van de samenleving. Andersom gebeurt het niet, tenzij in nare regimes. De overheid kan een vrije samenleving het gebruik van woorden niet opleggen of verbieden. De overheid kan het goede voorbeeld geven, door bewust en zorgvuldig met woorden om te gaan. Als “allochtoon” niet aan de orde is, dient het woord ook niet te worden gebruikt. Waar het een functie heeft, moet het gebruikt worden, omdat het zaken duidelijk maakt. Maar het luie gebruik van het woord, maakt van landgenoten vreemdelingen. Als de overheid het toch gebruikt waar het helemaal niet nodig is, zal ik het met veel plezier weer roepen: “Ik ben Allochtoon”.

Dit artikel staat ook op de website van Jan Hoek

Geef een reactie

Laatste reacties (14)