1.232
30

dichter en directeur van Bureau Wijland, partner in Duurzaamheid en Diversiteit

Ghulam Qader Shafiq (1968) is een Nederlander met Afghaanse achtergrond, 
geboren in Kabul. Hij woont sinds 1994 in Nijmegen, is getrouwd en heeft twee 
kinderen. 
In 2005 ontving hij de Burgemeester Dalesprijs.

Ik ben in de Nederlandse vrijheid herboren

Dit grote goed is mij dierbaar

Qader Shafiq sprak deze tekst uit op 4 mei bij de Dodenherdenking in Nijmegen en plaatste die dinsdag op Facebook. Op verzoek van Joop.nl wordt de tekst nu ook hier gepubliceerd

“Hoezo een Nederlander? Jij bent een Afghaan. Je hebt hier in Europa niets te zoeken. Weet je dat ik tussen 1982 en 1984 in jouw land heb gevochten?” De Oekraïense grensofficier die mijn Nederlandse paspoort tussen zijn vingers vasthield, keek mij minachtend aan. Mijn vrouw en kinderen zaten gelukkig in de auto. Ik had hem graag willen vertellen wat mijn land is aangedaan. Of hem willen vragen of hij zich het betoog van de grote Andrej Sacharov in het Sovjet parlement herinnert die de Sovjet-bezetting van Afghanistan als misdaad kwalificeerde.

Ik had hem willen vertellen dat het raadzaam is om geen trots te zoeken in het beladen verleden. Maar daar had ik geen zin in. Ik koos eieren voor mijn geld.
(Trouwens, het parlement van de Europese Unie, die nu met militaire aanwezigheid in Afghanistan deel uit maakt van de bezettende macht, reikt jaarlijks de Andrej Sacharov-prijs voor de vrijheid van denken aan activisten uit).

De reis ging verder. We passeerden de grens met Slowakije. We reden langs dorpen waar vrolijke Roma’s leven.

“Zijn wij in nu Europa?” was de vraag van onze jongste dochter. Haar konden wij niet uitleggen dat we geografisch gezien de hele reis al in Europa zaten. Onze kinderen die net voor het begin van de oorlog in Georgië in Rusland waren, hadden gemerkt hoe buitenlanders, vooral mensen met een Kaukasisch uiterlijk, gediscrimineerd en gekleineerd werden. Bij het zien van een vrachtwagen met een Nederlands kenteken hoorde ik gejuich op de achterbank. Ook ik merkte dat voor een EU-burger als ik, zelfs Slowakije een thuisgevoel kan bezorgen.

Tussen heden en verleden
De Tatra’s zijn mooi. Deze toppen en de hellingen maken je blijmoedig. Zijn deze bergen van alle tijden? Hoe stonden zij er 70 jaar geleden bij? We hielden een lange pauze, hoog op een heuvel naast de ruïnes van een kasteel. Mijn gedachten wiegden tussen heden en verleden.Ik dacht aan een van mijn helden. De winnaar van de Ien Dalesprijs in 2002. Hij belde mij eens: “Ik ben Louis de Wijze. Ik heb €500 gekregen die ik aan een onderwijsproject voor de Afghaanse kinderen wil schenken.”

De man die mij leerde begrijpen dat humaniteit vrij moet zijn van de monotheïstische gijzeling.

In het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek hoorde ik zijn levensverhaal. Waardoor ik de afschuwelijke kant van de geschiedenis van mijn dierbare Nijmegen zag. In gedachten zag ik mijn stad in de lente van 1944, ruim een maand na 22 februari. Toen de geur van as nog niet verdwenen was, werd hij op transport gezet. “Dit gaat nooit meer gebeuren!”

We waren te lang onderweg. In Polen regende het. Pas na tien uur ’s avonds kwamen wij in Oswiecim. Na een lange zoektocht vonden wij een vriendelijk ogend hotel om de nacht door te brengen. Het regende in Auschwitz. Ondanks de aanwezigheid van een grote massa bezoekers, heerste er een stilte. Onze kinderen heb ik nooit zo stil meegemaakt. Iedereen was in gedachten verzonken. Door deze stilte kon je de regen horen.

Na het passeren van de poort “Arbeid macht frei” kreeg ik een schaamtegevoel. Alsof ik toen leefde. Alsof ik dat alles liet gebeuren. Met de ogen van onze kinderen keken wij naar de barakken, prikkeldraden, schoenen, brillen, foto’s en namen. Bij het zien van de grote hoeveelheid Nederlandse namen, konden wij het verleden van ons land niet romantiseren.

De reis bracht ons hier.

Wij herdenken vandaag de gevallenen. Ik herdenk vandaag de slachtoffers van alle oorlogen. Vooral de onschuldige burgers: mannen, vrouwen en kinderen die vielen en nog steeds vallen. De onschuldige soldaat wiens moeder van een andere toekomst voor hem droomde dan doden of doodgaan. De soldaten van alle tijden die door de hebzuchtige monopolisten van alle systemen, met verzonnen kreten het oorlogspad werden en worden opgestuurd.

Ik herdenk de vluchtelingen die de grenzen van de vrijheid niet konden bereiken. De uitgeprocedeerde vluchtelingen uit de uitgeprocedeerde landen waar Talibans, Al Shababs, legers van de Heer lakens uitdelen. De landen waar de willekeur van blinde drones en clusterbommen heerst.
Ik herdenk Amin, een minderjarige vluchteling uit Uruzgan die als door de oorlog getekend kind, naar Nijmegen kwam, hier verwaarloosd werd en in mei 2005 dood gevonden werd op zijn kamer. Hij had net na een operatie van zijn voogd gehoord dat hij na zijn 18de verjaardag, terug moest. Het kind van een weduwe uit het gebied dat nu deel uit maakt van onze geschiedenis, ligt op Jonkerbos begraven.
Hoe zorgen wij dat wij mijn schaamtegevoel in Auschwitz jegens miljoenen slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog niet overdragen aan de generatie na ons?

Het historische besef is essentieel voor burgerschap. Zonder historisch besef, zullen de gemaskerde vrijheidsmonopolisten blijven polariseren. In ons Nederland, in Europa en de hele wereld.
Kijk hoe de intolerantie toeneemt en hoe de moraliteit en ethiek uit vreemdelingenbeleid en het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van mijn Nederland verdwijnt. Er schijnt maar één zon op aarde. Kijk hoe een deel van de mensheid uitgesloten wordt van goddelijk licht en warmte.

De koopman heeft zelfs in de filantropische gulheid van Nederland gekapt.
Ja, vandaag ben ik zwaarmoedig. Dit hoort eenmaal bij mijn rouwproces.
Uit verantwoordelijkheidsgevoel, deel ik mijn bezorgdheid.
Ik ben in de Nederlandse vrijheid herboren. Dit grote goed is mij dierbaar.
Ik kan morgen geen bevrijdingsfeest vieren zonder vandaag een diepe buiging te maken voor hen die gevallen zijn.

Geef een reactie

Laatste reacties (30)