3.616
3

Historicus en schrijver

Remco van Mulligen is: Historicus, schrijver, spreker & onderzoeker. Zijn expertise ligt op het vlak van de christelijke politiek, religie in het Westen, secularisatie, Afrika. Remco is katholiek, vader en Amersfoorter.
Samen met collega historicus en Joop-opiniemaker Ewout Klei werkt hij momenteel aan een boek over christelijke politiek. Zelf is hij ook lid van de ChristenUnie.

Ik ben veroordeeld tot de LOI

Hoe kom ik in vredesnaam op het idee om een studie te gaan doen bij de Leidse Onderwijsinstelling? 

Jemig. Jemig! Dat was wat ik dacht toen ik vanochtend op Radio 1 het nieuws hoorde, dat veel schriftelijke deeltijd HBO-opleidingen een te laag niveau hebben. Als deeltijdstudent bedrijfskunde bij de LOI treft zo’n bericht mij hard. Ook als mijn studierichting toevallig wél blijkt te deugen, straalt dit nieuws negatief af op alle studies. Er wordt traditioneel al met dédain naar schriftelijk onderwijs gekeken. Dat oordeel is nu bevestigd.

Hoe ik bij de LOI terecht kwam
Hoe kom ik in vredesnaam op het idee om een studie te gaan doen bij de LOI? Dat vereist wat uitleg. Ik ben historicus van beroep en om mijn kennis te verbreden en (toch al niet zo grote) kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, ging ik zoeken naar een leuke en zinvolle deeltijdstudie. Voor mijn promotie doe ik onderzoek naar het functioneren van de Evangelische Omroep als bedrijf en ik merkte dat dit mij enorm boeide. Dus werd het bedrijfskunde.
Zo gezegd zo gedaan, zou je denken.

Je meldt je aan bij een HBO in de buurt en je bent weer student. Helaas had PvdA-minister Ronald Plasterk daar in 2009 een stokje voor gestoken: wie al eerder een studie heeft afgerond, moet nu het instellingscollegegeld betalen en dat ligt pakweg vijfmaal zo hoog als het normale collegegeld. De kosten zouden dan op 7500 tot 10.000 euro per jaar komen – veel te hoog voor een aio geschiedenis.

Dus ben ik gaan zoeken: zijn er mogelijkheden om mezelf te scholen die niet met torenhoge kosten gepaard gaan. Het antwoord lag bij de LOI. Dat wil zeggen: bij alle opleidingen die dat instituut niet aanbiedt in samenwerking met “reguliere” hogescholen, want in dat laatste geval geldt weer het instellingscollegegeld. Voor het schappelijke bedrag van 140 euro per maand kon ik beginnen met HBO bedrijfskunde.

Ik kende ook toen al de reputatie van schriftelijk onderwijs, maar zag dat de de Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) deze opleiding had goedgekeurd. Bovendien leg je veel van je examens af bij een extern instituut, zoals De Associatie, wat bijdraagt aan de waarde van het papiertje. Zo haalde ik vrolijk, maar niet zonder inspanning, mijn propedeuse. Inmiddels ben ik over de helft.
Onderwijsinspectie
En toen kwam dus dit rapport. We weten eigenlijk nog niet waar het precies over gaat, maar het oordeel in de media is al geveld. De imagoschade voor een instituut als de LOI is al een feit. Kijk je naar het onderzoek dat de inspectie heeft gedaan, dan zie je dat het beeld nog heel vaag is. Zo hebben ze dertien opleidingen onderzocht, waaronder één van de LOI, die echter een totaalaanbod heeft van tientallen Hbo-opleidingen. De inspectie geeft ook zelf toe:
Doordat er geen sprake is van een aselecte steekproef zijn de bevindingen niet representatief voor het hoger beroepsonderwijs. (bron)
Dankzij mijn studie heb ik beter inzicht in de betekenis van dit soort uitspraken. Althans, ik moet nog afwachten of ik het vak Statistische Vaardigheden terecht heb gehaald, maar totdat het tegendeel blijkt houd ik mezelf voor dat ik nu enigszins kaas heb gegeten van statistiek. Bij de meeste historici en journalisten ontbreekt dat inzicht. Onlangs nog bleek Paul Witteman niet te weten dat een mediaan iets anders is dan een gemiddelde. Met grote regelmaat lezen journalisten grafieken en tabellen verkeerd, of trekken ze onjuiste conclusies uit statistische onderzoeken. Historici – mijn eigen beroepsgroep dus – doen het niet veel beter. Zodra ze cijfertjes zien, gaat het ze duizelen.
Het is op dit moment moeilijk om te zeggen wat dit rapport precies betekent. De steekproef was “niet aselect”: de inspectie heeft juist die opleidingen onderzocht, waar mogelijk iets mee aan de hand kon zijn. De resultaten zijn niet representatief voor het gehele hoger beroepsonderwijs, maar het gaat toch om “meer dan een enkel incident”. Dat is door de media vertaald als was hier sprake van een structureel probleem. Die typering komt echter in het rapport van de inspectie niet voor. Het kan ook nog helemaal niet gezegd worden: eerst krijgen de betrokken opleidingen de kans om hun leven te beteren, waarna er in 2014 weer nieuw onderzoek volgt.

Wat nu?
Ik als student blijf in het ongewisse. Hebben ze mijn opleiding onderzocht? Wat is nu de waarde van al mijn inspanningen? Door al deze vaagheid zijn mijn tot nu toe behaalde certificaten flink gedevalueerd. Heb ik duizenden eurs verkwanseld? Kan ik maar beter direct stoppen?

Zelfs al zouden mijn papiertjes straks minder waard blijken te zijn dan mijn Verkeersdiploma uit groep 7. Dan nog blijft het belangrijkste probleem liggen: mensen zoals ik kunnen nergens anders terecht dan bij instituten als de LOI. Onderwijs aan een regulier HBO is sinds 2009 onbetaalbaar. Die situatie, waarin doorleren en bijscholen moeilijk wordt gemaakt, is mogelijk zeer schadelijk voor de arbeidsmarkt. Dáár zou eens onderzoek naar gedaan moeten worden.

Volg Remco van Mulligen ook op Twitter

Lees ook – Han van der Horst: Het andere grote onderwijsschandaal: fopdiploma’s

Geef een reactie

Laatste reacties (3)