9.853
31

Kunstenaar

TINKEBELL is kunstenaar. In 2005 studeerde zij af aan de afdeling design van het Sandberg Instituut te Amsterdam. In 2004 verkreeg ze landelijke bekendheid met een handtas die zij gefabriceerd had van het bont van haar eigen kat. Begin 2008 deed ze opnieuw van zich spreken met de tentoonstelling Save the pets, waarbij ze in galerie Masters in Amsterdam, 95 hamsters tegelijk liet rondlopen in zogenaamde hamsterballen. Zij wilde hiermee laten zien hoe mensen omgaan met hun huisdieren. Haar werk leverde meermalen een storm aan publiciteit en kritiek op, inclusief haatmail en doodsbedreigingen. Een deel van deze haatmail en doodsbedreigingen werden gepubliceerd in het boek Dearest TINKEBELL uit 2009. Ook publiceerde zij het boek 'De Duitsers zijn uitgeschakeld'. In 2018 publiceerde ze een boek over haar ervaringen in het Japanse kernrampgebied: Het gevaar van angst – hypochonderen in Fukushima.

Ik geloof niet dat Tamana Amiri liegt

Er is hier naar mijn weten maar één manipulator en die werkt bij Omroep Brabant

Overal zag en las je het in nieuws- en actualiteiten programma’s en kranten deze week. Ik zou de hele zaak in scène gezet hebben. Er zou een toneelstuk zijn opgevoerd. Er is gelogen. Verdraaid. Gemanipuleerd. En het allerergste: het was allemaal een kunstproject.

Ruim een week geleden reisde ik de 23-jarige Tamana Amiri achterna, die op dat moment al een aantal weken in Afghanistan zat om haar gedeporteerde en daarna zoekgeraakte vader, Feda Amiri, te zoeken. Ik volgde het schrijnende verhaal al vanaf het moment dat bekend werd dat Feda uitgezet zou worden en schreef er wekelijks over in mijn column in Trouw.

Het had me vreselijk boos gemaakt, omdat Feda nooit een individueel proces heeft gehad. Hij werd verdacht van mogelijke oorlogsmisdaden, maar er was nooit onderzoek gepleegd naar zijn persoonlijke achtergrond. De functie die hij ooit in de KhAD bekleedde was voldoende voor een verdenking en in het geval van dit soort verdenkingen geldt een omgekeerde bewijslast: je bent schuldig totdat jij je onschuld hebt bewezen. Extra ingewikkeld is dat Nederland geen bewijslast uit Afghanistan erkent. Dat is dus lastig wanneer de beschuldigingen betrekking hebben op zaken die zich daar hebben afgespeeld. Dit is in het heel kort het zogenaamde ‘1F-beleid’ voor mensen die tijdens het communistisch regime voor de overheidsdiensten KhAD en WAD in Afghanistan hebben gewerkt.

Omdat we leven in een rechtstaat waarin we juist met zijn allen hebben afgesproken dat niemand schuldig is tótdat dat is bewezen, maakt deze zaak me woedend. Dít is namelijk niet waar wij als Nederland voor staan. En tóch is het beleid.

Dat klopt niet.

Feda Amiri werd niet zomaar gedeporteerd. Hij werd uitgezet zonder dat zijn gezin afscheid van hem mocht nemen, zonder kleding, zonder telefoon, zonder geld en zonder de medicijnen die hij nodig had.

Met de dag maakte ik me bozer.

En toen raakte hij vermist. Na de deportatie hoorde zijn gezin niets meer en met de dag werden zij ongeruster. Tot het punt dat zijn dochter besloot hem achterna te reizen en hem te gaan zoeken. Op de bonnefooi. Met 300 euro op zak. Zonder reiservaring.

Onverantwoord! Ik vroeg een vriend van mij een website voor haar te maken om in ieder geval wat geld voor haar op te halen. Zonder geld in Afghanistan naar je vader zoeken leek me zeer gevaarlijk. www.ikzoekmijnvader.nl werd in een nacht gemaakt en online gezet. En mensen doneerden. Thank God.

Ondertussen had ik al wat rondgebeld en gevraagd. Ik vond het namelijk ook onverantwoord dat zij daar zomaar in haar eentje zou zijn. Bovendien voelde ik de berichtgeving rondom de zaak al wegebben omdat er simpelweg geen nieuws bestaat wanneer er geen beeld is en er was niemand bij haar die dat beeld kon produceren. Het lukte me echter niet om iemand met haar mee of achter haar aan te sturen. Dus besloot ik zelf te gaan.

Vlak voor haar vertrek ontmoetten we elkaar en bespraken we de situatie en wat ik voor haar kon doen. In eerste instantie zou ik vooral beeld produceren en schrijven over wat ik aantrof. Dit om ervoor te zorgen dat het 1F-beleid opnieuw onderwerp van het debat zou worden bij een breed publiek, omdat je dat brede publiek nodig hebt wanneer je politiek iets wil veranderen.

Tamana vertrok en we hielden dagelijks contact. Ze stuurde me foto’s van de plaatsen waar ze verbleef. De eerste nacht bij mensen thuis die haar het verdere verblijf zouden helpen. Maar die nacht al werd er door onbekenden op de deur gebonkt met de vraag of het klopte dat ze een buitenlander in huis hadden. Vroeg in de ochtend verliet ze dit huis om haar verdere verblijf steeds bij andere mensen te logeren. Eerst in een soort grot, later in gebouwen die ooit gebombardeerd waren, waarna mensen er vervolgens provisorisch weer ingetrokken waren.

Schrijnend vond ik het, maar de mensen die haar daar hielpen hadden haar verteld dat dit voor haar het veiligst zou zijn. Overigens, de mensen die haar hielpen moesten wel betaald worden. Alles komt met een prijs in Afghanistan. En dat bracht een nieuw probleem met zich mee: Mensen hadden weliswaar geld gedoneerd, maar helaas kon Tamana in Afghanistan niet bij haar rekening. De banken daar accepteren onze bankpassen niet, waardoor ze dus zonder geld kwam te zitten.

Na lang bellen met de Rabobank kon er eenmalig €3000,- via money transfer naar haar worden gestuurd. Maar net toen dat aankwam werd Tamana zo ziek dat ze, na een epileptische aanval, werd opgenomen in een ziekenhuis. Het ziekenhuis rekende $3500,- voor de behandeling. Ze was weer blut en verkocht haar telefoon om nog een klein beetje geld te hebben.

Dit gebeurde een paar dagen voor mijn vertrek naar Kabul. Ondertussen had ik Eric Feijten ontmoet, een freelance cameraman met veel ervaring in Afghanistan en andere oorlogsgebieden. Ik huurde hem in om met mij mee te reizen.

Toen ik hoorde dat Tamana zelfs haar telefoon had verkocht, stuurde ik haar direct een bedrag zodat ze tot mijn komst wat geld had voor haar veiligheid en om voor zichzelf te zorgen.

Ook bedacht ik die week dat als ik naar Afghanistan zou gaan met een cameraman, die filmmateriaal op zou nemen om naar Nederlandse nieuwsprogramma’s te sturen, ik de beelden uiteindelijk zelf ook wilde gebruiken om daar een film van te monteren. Omdat ik natuurlijk niet wist wat wij in Afghanistan zouden aantreffen en opnemen, besloot ik per direct te starten met het opnemen van alle geluiden van alle gesprekken die ik in mijn voorbereiding voerde, zodat ik dat materiaal uiteindelijk, mocht het interessant genoeg zijn, zou kunnen monteren bij het beeld in mijn film.

Tot slot kreeg ik een paar dagen voor mijn vertrek een bericht van Tamana dat haar vader mogelijk was gevonden, maar dat ze daar nog niet zo veel over kon zeggen. Tot een paar uur voor ik naar het vliegveld vertrok. Tamana smste mij dat haar vader was gevonden, met de vraag of ik het nog even stil wilde houden. Maar op Schiphol stond een journalist met cameraman van Omroep Brabant klaar voor een laatste interview voor vertrek. Ik toonde hem de sms met de boodschap dat ik hem dit in vertrouwen liet zien, maar dat hij het nog niet mocht publiceren. En daar hield hij zich aan.

Hoewel Tamana mij had gevraagd het stil te houden, kreeg Stichting 1F, waar ze ook goed contact mee heeft, hetzelfde bericht zonder dat verzoek. En dus publiceerde de stichting het bericht als eerste en miste Omroep Brabant zijn primeur. Ze waren duidelijk not amused, las ik in een bericht op mijn telefoon tijdens een overstap in Dubai.

Aangekomen in Kabul ging alles tamelijk moeizaam. Tamana was lastig te bereiken omdat ze druk was met het regelen van allerlei zaken rondom haar vader en zijn veiligheid. We zagen elkaar die avond voor het eerst. Ze leek uitgeput. Omdat Tamana nogal hals over kop was vertrokken naar Afghanistan had ze behalve geen geld, ook haar eigen medicijnen niet meegenomen. Die kon ik nu aan haar geven. We spraken over hoe ze het tot nu toe had gehad, hoe ze haar vader had gevonden en over zijn toestand in het ziekenhuis. Hij leek haar niet te herkennen. Reageerde niet op haar. En dat was zwaar.

In de dag die volgde was er steeds van alles aan de hand, maar op maandagmiddag konden we eindelijk naar het ziekenhuis waar we Feda Amiri ontmoetten en filmden. Die dag had hij Tamana voor het eerst bij naam genoemd en werd voor Tamana duidelijk dat hij geen geheugenverlies had, maar verward was door het opgelopen trauma en de kalmerende medicijnen. Hij vertelde ons zeer geëmotioneerd hoe hij in detentie in Nederland was behandeld en wat hem was aangedaan door de marechaussee in het vliegtuig. Ook spraken we de hoofdarts van het ziekenhuis over zijn ziekte en verwondingen.

Natuurlijk hadden wij (Eric, Joel, een Nederlandse fotograaf die al 5 jaar in Kabul woont en zich bij ons had aangesloten, en de fixer die we hadden ingehuurd) een hoop vragen bij zo’n beetje alles wat er gebeurde. Het blijft Afghanistan en de Afghanen onderling wantrouwen elkaar al allemaal. Maar die dag in het ziekenhuis werd voor ons wel heel erg duidelijk dat, hoe het allemaal ook zat, het vooral duidelijk was dat de kern van de zaak was dat de manier waarop de Nederlandse overheid deze man had behandeld en uiteindelijk zonder individueel proces had uitgezet, inhumaan was en dat dit gezin compleet is verscheurd. Dit had nooit zo mogen gaan.

Op dinsdag spraken we weer af. Ditmaal in een restaurant in de buurt van ons hotel. Tamana had een plaats gevonden waar haar vader in veiligheid naartoe kon worden gebracht en waar voor hem gezorgd kan worden. Niet alleen is Afghanistan niet de veiligste plek op aarde, ook het ziekenhuis waar hij lag was niet een plek waar je iemand die ziek is naartoe wil brengen. Het was er onhygiënisch en behoorlijk provisorisch. Dat was ook te zien aan de doktersverklaring die ze ondertussen had gekregen. Een velletje papier met in een onduidelijk handschrift een paar zinnen die zijn toestand beschreven en een ziekenhuisstempel.

Om alles te regelen was een flink bedrag aan contant geld nodig en ik had dit, om goed voorbereid te zijn op elke mogelijke situatie, meegenomen vanuit Nederland. Hierdoor kon niet alleen het ziekenhuis, maar ook Tamana’s beveiliging en de verplaatsing van haar vader worden betaald.

Die avond zaten Eric, Joel en ik in het hotel aan een tafel in ons hotel te praten toen de journalist van Omroep Brabant belde. We hadden in die week dagelijks contact over de situatie en het nieuws rondom Tamana. Doordat zij zelf slecht bereikbaar was, was ik voor hem en ook voor andere journalisten een belangrijke bron geworden. Bovendien had Eric ondertussen veel beeldmateriaal geschoten en dat was de dag daarvoor door verschillende nieuwsprogramma’s uitgezonden.

Ik legde mijn telefoon in het midden van de tafel, op de speaker, zodat ook Joel en Eric mee konden luisteren. “Ik zal maar open kaart met je spelen”, zei de journalist, die vervolgens vertelde dat hij de filmbeelden van Tamana en haar vader toch niet had uitgezonden. “Hoezo niet?” vroeg ik, waarop hij vertelde dat hij van diverse zeer betrouwbare bronnen, die hij niet kon noemen, maar die hij goed kende en die absoluut zeer, zeer betrouwbaar waren, had gehoord dat Tamana en haar vader logen over alles wat ze hadden meegemaakt in Afghanistan. Wat de exacte verhalen waren waaruit bleek dat alles gelogen was kon hij niet zeggen, maar wel, nogmaals, dat het zeer betrouwbaar was en dat het Afghanen in Nederland waren.

Allemaal trokken we onze wenkbrouwen op.

De journalist zei vervolgens dat hij het heel erg vervelend vond om dit tegen mij te moeten zeggen want dat zou namelijk betekenen dat Tamana mij al die tijd voor de gek had gehouden. Of ik daar zelf iets van had gemerkt? Waren er bij mij misschien ook vermoedens?

Ja, natuurlijk dachten wij ook na over die mogelijkheid. En daar hadden we ook gesprekken over, simpelweg ook omdat je in Afghanistan gewoon heel erg moeilijk iets kan bewijzen.

“Oh, dus het zou kunnen dat Tamana en haar vader een toneelstukje hebben opgevoerd?” “Tja, dat zóu kunnen, maar als dat zo is, dan zijn het wel verdomd goede acteurs”, antwoordde ik. Vervolgens ontstond een gesprek tussen ons vieren van, ik schat, zo’n 1,5 uur. Het was een “what if-gesprek”.

Áls die bronnen inderdaad gelijk hebben en alles is gelogen, welk deel zou er dan gelogen zijn? En hoe hebben ze dat gedaan? Hoe kan je alles in scène zetten? Wat is daar voor nodig? Wat voor contacten moet je dan hebben? Et cetera. We speculeerden over alle denkbare mogelijkheden. Alles op basis van het idee dat er betrouwbare bronnen waren die zogenaamd wísten dat Tamana en haar vader logen.

Tegen het einde van het gesprek stelde de journalist mij de vraag of ik hier nog iets mee ging doen. Waarop ik antwoordde dat ik al twee weken elk geluid opnam en dat samen met het beeldmateriaal wilde monteren tot een film.

“Oh, dus het is een kunstproject?” vroeg de journalist. “Ja, zo kan je het noemen”, antwoordde ik. Ik ben immers kunstenaar, dus wanneer ik een film maak, kan je dat een kunstproject noemen. “Neem je dit gesprek dan ook op?” vroeg hij vervolgens. Ik bevestigde dat dat zo was.

“Nou, dan staan we gelijk, want ik neem ook altijd alles op”, was zijn reactie. Tot slot vroeg hij me nog wat de consequentie voor mijn film was wanneer alles geënsceneerd zou zijn, waarop ik hem uitlegde dat het mijn film een interessante wending zou geven, maar dat ik me persoonlijk wel belazerd zou voelen.

Tamelijk katerig van dit verhaal gingen we die avond allemaal slapen. Wie zouden deze bronnen kunnen zijn? Zou iemand Tamana en haar vader hier volgen? We hadden geen idee.

De volgende morgen schrok ik van een zeer verontwaardigde sms van Joël Voordewind. Ook hem had ik steeds op de hoogte gehouden van alles rondom Tamana. De dag ervoor had ik hem een foto van de doktersverklaring gestuurd die de arts in het ziekenhuis had geschreven. Via Omroep Brabant had hij vernomen dat ik had gezegd dat Tamana en haar vader alle verwondingen overdrijven en toneelspelen. Verder zou ik alles doen voor mijn kunstproject. Ik schrok me wild. Het gesprek die avond daarvoor was geen interview geweest en bovendien had ik dit nooit zo op die manier gezegd. Het was namelijk een “what if”-gesprek. Een gesprek waarin we met vier mensen mogelijke scenario’s doorspraken, uitgaande van de ‘zeer betrouwbare’ bronnen van Omroep Brabant die stelden zeker te weten dat Tamana en haar vader alles verzonnen.

Wat er in de Nederlandse media gebeurde hoef ik u niet te vertellen. Elke krant en elk nieuwsprogramma deelde de beweringen en de uit de context geknipte citaten van Omroep Brabant. Maar het klopte niet.

Terwijl in Nederland het nieuws als een lopend vuurtje rondging spraken wij nog eenmaal uitgebreid met Feda Amiri. Eric, die net als ik door de uitspraken van de Omroep Brabant-journalist over hun “betrouwbare bronnen”, nog veel meer was gaan twijfelen, nam Tamana en haar vader zeer streng onder vuur en bevroeg ze op elk mogelijk twijfelpunt – dit alles staat op film -. Later toonde Feda met veel lichaamsgebaren hoe de marechaussee hem een zak over zijn hoofd had getrokken en zijn knie had bezeerd.

Vooral door dat laatste raakte ik persoonlijk zeer overtuigd dat deze man wat dit betreft de waarheid sprak. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat iemand dit zelf kan bedenken en dat dan zo goed, zo duidelijk, kan uitbeelden. Verder denk ik dat ik Tamana ondertussen redelijk goed kan inschatten. Ik geloof niet dat zij liegt.

Daarbovenop, en het is goed om dat als lezer mee te nemen in de overwegingen, is het iets dat wij ons ook de hele tijd hebben afgevraagd: wat zou het doel zijn om een verhaal over een ziekenhuisopname in scène te zetten? Het is duur. Het is gecompliceerd. Het kost ontzettend veel tijd en het allerbelangrijkste: je krijgt er echt geen verblijfsvergunning mee. Echt niet.

Op Schiphol aangekomen stond een aantal cameraploegen op ons te wachten, waaronder Omroep Brabant. De journalist negeerde mij volledig, maar sprak Tamana aan, die mij later vertelde wat haar werd verteld:

Sorry dat we de beelden van jou en je vader niet hebben uitgezonden. We staan volledig achter jou en we geloven je verhaal, maar we vertrouwen TINKEBELL. niet en we denken dat zij misbruik van jullie maakt.

Al een aantal dagen worden er in diverse media berichten verspreid over mogelijke manipulatie en toneelspel. Ofwel door mij, ofwel Tamana en haar vader. Maar er zit hier naar mijn weten maar één manipulator en die werkt bij Omroep Brabant.

En ik heb alles op tape.


Het laatste boek van TINKEBELL is ‘De Duitsers zijn uitgeschakeld en andere waargebeurde verhalen’.

Volg TINKEBELL ook op Twitter


Laatste publicatie van Tinkebell

  • Het gevaar van angst

    Hypochonderen in Fukushima

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (31)