772
7

Gemeentedichter van Veghel

Bas Geeraets is in 1979 geboren te ’s-Hertogenbosch Noord-Brabant en groeide op in Vught.
Zijn middelbare schoolperiode in Den Bosch bracht hem tijdelijk naar de Lerarenopleiding
Nederlands in Utrecht en vanuit daar naar de Kunstacademie in Breda, waar hij in 2005
afstudeerde als beeldend kunstenaar. Na zijn afstuderen is Bas Geeraets gaan werken en is zich naast zijn werk, vanaf 2010 gaan richten op schrijven. Dat resulteerde in een tweetal gepubliceerde columns in dagblad De Pers en in 2011 een publicatie in dichtbundel ‘Dansen op de maat van het ogenblik’ naar aanleiding van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. In 2012 is Bas Geeraets uitverkozen tot de Gemeentedichter van Veghel, debuteerde hij in De Leunstoel www.deleunstoel.nl met korte verhalen, schrijft columns en gedichten voor De Koerier (Veghel) en is werkzaam als copywriter op freelance basis.

Ik heb mijn briefgeheim

Noem mij ouderwets

Aha, onweer omtrent de privacy. Het zat er natuurlijk aan te komen, naïef om te denken dat alles wat wij elkander online te melden hebben resulteert in leuke een-tweetjes, of grappige groepchats. Het is ook zo makkelijk en zo fijn dat te geloven.

Onlangs stond ik in de supermarkt met een brief die ik aangetekend moest versturen. Daar zijn ze voor, de supermarkten. Brieven versturen, sigaretten kopen, loterijtickets kopen, je kleren laten reinigen, bloemen aanschaffen, pakketjes afhalen en lekker Nederlands klagen. Je weet wel: The Works.

Enfin, daar stond ik met mijn dikke envelop, de tijd tikte in mijn nadeel, want jonge mensen zijn ongedurig en hebben haast. Voor mij stonden drie wachtenden. Geen ramp, zo keek ik op mijn klok, geen ramp. De vrouw die geholpen werd had de complete winkel afgezocht naar artikelen die over de datum waren en had er een stuk of tien gevonden. Deze artikelen moesten geregistreerd worden, de verantwoordelijke moest nog even naar de balie komen en er werden wat woorden gewisseld gedurende een periode van om en nabij de vier minuten. Mijn envelop en ik waren aan het wachten. Na de vrouw kwam een man die een pakketje kwam afhalen, immers had hij thuis via zijn e-mail bericht ontvangen dat het pakje aanwezig was bij de supermarkt. Het pakje was er niet, stampij werd gemaakt. Toen ik eindelijk aan de beurt was waren we een vijftien minuten verder, moest ik rennen naar de school waar mijn zoon zich gedurende dag laat onderwijzen.

Eenmaal thuis ontving ik een bericht dat zowel de CIA en de NSA ons nauwlettend in de gaten houden, dermate verregaand dat onze privacy in het geding was. Toen de heer Barack Obama nog opperde dat onze privacy niets betekende in de strijd tegen het terrorisme, dacht ik nog dat, in de strijd tegen het terrorisme, het voor de President van de Verenigde Staten zelfs geoorloofd zou zijn zich te ontdoen van zijn kleding, zich op het witte huis te posteren en zijn pielemuis aan de wereld te tonen als afschrikmiddel: “Yo, terrorists, I will fuck you so hard, you won’t be able to even stumble towards your self made bombs” of iets anders onwaarschijnlijks.

Kokend van inwendige woede greep ik naar mijn sigaretten, de hel met jullie allemaal. Uiteraard kwam ik tot de conclusie dat er helegaar niets te roken viel. Mijn sigaretten waren in een ongemerkt tempo allemaal opgerookt – ik maakte er melding van op Twitter -. Er zat niets anders op den als de wiedeweerga terug te gaan naar de supermarkt om mij te vervoegen in de rij klagende en zuchtende medemensen voor een pakje sigaretten. Mijn zoon jengelde om snoep, ik dacht aan sigaretten. Zeventien minuten later stonden we buiten. Een vervelende en huilende zoon: want geen snoep en ik snakkend naar een sigaret, maar slim genoeg om niet in het bijzijn van mijn zoon te roken.

Lopend met mijn zoon over de straten van mijn dorp, na een dag gesolliciteerd te hebben op banen die er helemaal niet zijn, werd het me te veel. De prijs van het pakje sigaretten, supermarktmedewerkers die onze post moeten behandelen, maar in de winkel producten hebben staan tot ver over de datum, een afbrokkelende cultuur, zich alleen staande houdend als tegenpool van Koningsliederen. Aaargh!

Allicht dacht ik ook aan het georganiseerde van vroeger. Het postkantoor waarvan je wist dat wachttijden zo lang waren, maar waar je adequaat geholpen werd. Je kon van te voren inschatten dat je lang weg was, je kon je er op aanpassen. Nu heb je steeds weer die hoop dat er niemand bij de servicebalie staat en je snel geholpen wordt. Die onzekerheid maakt een ongedurige van je. Liever stuur je geen aangetekende brieven meer, laat je via je mobiele netwerk weten waar je uithangt, wat je doet, met wie je drinkt, wat je opvattingen zijn, met wie je een klik hebt, hoe je stiekem toch naar porno kijkt, dat je tegen de monarchie bent, of tegen de republiek, spreek jij je walging uit tegen de plannen van de overheid en hoe veel je rookt. Alles deel je, omdat het zo makkelijk is. En je wordt bespiedt. Je wordt opgeslagen.

Ik denk na over de gestroomlijnde postvoorzieningen van weleer. De postcodes die eens zo belangrijk waren en bovenal het briefgeheim. Je moet geen auto’s en wasmachines kopen voor een betere en vooral veiligere samenleving. Je moet brieven sturen met postzegels en een postkantoor met medewerkers! Goed voor de economie, goed voor de werkgelegenheid, goed voor de privacy. Ook is het trouwens goed voor de rokende, die niet bij de Primera, een sneuneus voor zich moet dulden, die zijn loterijticket wil verzilveren en er gelijk twintig wil kopen alsmede een pakje shag en als hij er dan toch eens ook de toto nog even in wil vullen om erachter te komen dat hij zijn pinpas thuis heeft laten liggen alsmede de brief die hij moest versturen –want dat is hij niet meer gewend met het internet.

Mijn zoon en ik lopen naar huis, beide mokkend en boos om andere redenen. Thuis als mijn kroost zich vermaakt met papier en stiften en ik achter mijn laptop op Facebook staar en een bericht van iemand zie dat ik bewonderenswaardig en mooi vindt, neem ik het volgende besluit:

Ik pak een pen en een papier, een envelop en een postzegel. Vouw het blaadje met de woorden: Vind ik leuk, nauwkeurig op, plaats het in de envelop en frankeer het met te veel postzegels. Als ik het dichtplak met mijn speeksel, mijn DNA, ben ik trots dat ik iets heb gedaan en trek ik een lange neus naar de bespieders: “screw you, I have my Briefgeheim.”

Nu nog een postkantoor.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)