2.173
94

Trainer/adviseur

Roald Pool is trainer en adviseur van managers bij gedragsverandering in organisaties (Vergouwen Overduin). Hij is van oorsprong econoom.

Ik neem afstand van afstand nemen

De gematigde moslim wordt onterecht geassocieerd met IS-aanhangers en opgeroepen om afstand te nemen

Neem Mohammed. Mohammed is Nederlander, 32 jaar oud, getrouwd en heeft twee kinderen. Hij werkt als systeembeheerder. Ongeveer een keer per maand bezoekt hij de moskee in buurt. Daar luistert hij naar een preek, bidt en ontmoet daar enkele van zijn vrienden. Mohammed heeft een hekel aan geweld. Zaterdag voetbalt Mohammed. Maar dit keer niet, want hij voelt zich gedwongen om te zaterdag demonstreren in Den Haag. Om te bewijzen dat hij afstand neemt van het barbaarse IS en de politieke islam.

Neem Hassnae. Hassnae is Nederlandse, 20 jaar oud en vrijgezel. Ze studeert geneeskunde aan de VU in Amsterdam. Hassnae gaat eigenlijk nooit naar de moskee, behalve tijdens Ramadan. En dat is eigenlijk meer om haar ouders te pleasen. En toch, als je haar op de vrouw af vraagt of ze moslim is, dan zegt ze ja. Hassnae heeft een hekel aan geweld. Hassnae heeft binnenkort tentamens en wil dit weekend even doorstuderen. Dat kan niet, want Hassnae voelt zich gedwongen om zaterdag te demonstreren in Amsterdam. Om te bewijzen dat ze afstand neemt van het barbaarse IS en de politieke islam.

Neem Göran. Hij is Nederlander, 71 jaar oud en grootvader met pensioen na 40 jaar te hebben gewerkt in een bakkerij. Göran heeft een hekel aan geweld. Göran wil zaterdag vergaderen met zijn drie collegabestuurders van de moskee in Enschede. Hij kan niet, want hij voelt zich gedwongen om zaterdag te demonstreren in Utrecht. Om te bewijzen dat hij afstand neemt van het barbaarse IS en de politieke islam.

Mohammed, Hassnae en Göran zijn gewone burgers. Ze zijn simpelweg representatief voor het merendeel van de moslims in Nederland. Ze zijn gelovig, de een wat meer dan de ander. Alle drie lezen ze in de krant en in de social media dat ze afstand moeten nemen van de moslims die gruweldaden begaan in Irak, Syrië, Saoudi-Arabië, Pakistan, Somalië, Sudan en Iran. En van enkele tientallen jongeren in de Haagse Schilderswijk die schuimbekkend met IS-vlaggen zwaaien en ‘dood aan de joden’ roepen.

En dat afstand nemen zou niet zo moeilijk moeten zijn, want elk van deze drie walgt van IS en van ontspoorde jongeren die zichzelf ‘moslim’ noemen. Die idioten zijn juist géén moslims. Het zijn fanatici zonder enig benul van barmhartigheid en fatsoen. Ze horen hard te worden aangepakt.

En toch… Toch voelt elk van hen een diepe weerzin om publiekelijk (in een demonstratie) ‘afstand’ te nemen van deze malloten. Maar waarom dan wel? Nou, vooral omdat ze zich onterecht geassocieerd voelen. Wat hebben wij te maken met hufters uit en in een ander land die zich misdragen en dat doen in naam van mijn godsdienst? Waarom kijken ‘jullie’ dan naar mij of naar ons?

Als een groep mensen in Waco, Texas in naam van het Christendom een oorlog begint tegen de autoriteiten en zichzelf daarbij opblaast, waar blijft dan de massale oproep aan christenen om daarvan afstand te nemen? Als de SGP zich weer eens roert door te protesteren tegen (hun) vrouwen in politieke functies, waar blijft dan de massale oproep aan alle christenen in Nederland om hiervan afstand te nemen? Als een groep fundamentalistische Israëliërs met geweld een stuk land kolonialiseren op basis van hun ‘heilig’ recht, waar blijft dan de discussie over joods en gewelddadig fundamentalisme? Als de grondlegger van het Front National (Jean-Marie le Pen) grapt over ebola als middel tegen immigratie, waar blijft dan het massale protest tegen de PVV die liefdevol samenwerkt met deze partij? Als in Myanmar moslims worden onderdrukt in naam van het boeddhisme, waar blijft dan de wereldwijde discussie over geweld binnen het boeddhisme? Ofwel: waarom ontstaat die oproep tot ‘afstand nemen’ alleen wanneer wandaden worden gepleegd door mensen die dat doen uit naam van ‘de’ islam?

Het is dit gevoel van ongelijkheid dat veel Nederlandse moslims doet zwijgen. Niet omdat ze stiekem sympathie voelen met splintergroeperingen die geweld plegen. Dat is maar en kleine groep die nu (gelukkig) scherp in de gaten wordt gehouden door de AIVD. De grote groep ‘gematigde’ moslims voelt zich gewoonweg niet aangesproken. En al helemaal niet in een omgeving die hen bevooroordeeld behandelt: ‘Dus jij zal wel sympathiseren met die terroristen, tenzij je daar fel en publiekelijk tegen protesteert’.

Het is daarom van groot belang dat niet-moslims zich kritischer afvragen in hoeverre we wangedrag van moslims ‘in naam van de islam’ projecteren op ‘alle’ moslims. Ook wanneer zij niet hyperactief deelnemen aan demonstraties tegen IS en Schilderswijk-fanatici. Is dat een automatisch signaal van instemming of sympathie? Natuurlijk niet. Daarvoor hebben we geen enkele aanwijzing of bewijs.

Tenzij een substantieel gedeelte van de moslims in Nederland enthousiast blijkt te zijn over IS (bijvoorbeeld in een duidelijke peiling) is er geen reden om aan te nemen dat zich hier een islamo-fascistische colonne bevindt die een bedreiging vormt voor de Nederlandse rechtsstaat. De grote groep Nederlandse moslims die de vrijwillige rebellen tegen dictator Assad in Syrië ooit bewonderden, geven ons nog geen beeld van hoe Nederlandse moslims aankijken tegen IS.

Wellicht kan een degelijke enquête meer duidelijkheid brengen. Ik ben vooralsnog optimistisch.

Geef een reactie

Laatste reacties (94)