1.146
19

Redacteur Spunk.nl

Stan Putman (1994) zit in zes gymnasium en is schrijver voor Spunk en VPRO Dorst. Hij is geïnteresseerd in media, reizen en filosofie. Daarbuiten is hij ook nog gewoon een puber. Zijn eigen website is www.stanputman.nl.

Ik stond erbij en keek ernaar

Als ik ooit daadwerkelijk verantwoording hoef af te leggen aan mijn kleinkinderen, dan hoop ik een trotse opa te zijn die hen onder ogen durft te komen

Opa’s zijn helden. Opa’s fietsen met drie joden in één fietstas en een zigeuner op de rug vanuit Berlijn naar Den Helder, opa’s draaien de ventieldopjes van de fiets van Adolf Hitler open, opa’s ontmaagden Anne Frank. Althans, dat deden ze ooit. Maar ik, wat voor een heroïsche verhalen vertel ik mijn kleinkinderen later? 

Canberra, 25 december 2071. Daar zit ik met klotsende oksels aan tafel tegenover een batterij kritische hoogblonde knullen. Hun moeder heeft me al gewaarschuwd, ze hebben geleerd over de eerste twee decennia van de eenentwintigste eeuw.

“Opa, 2011 hè.” Het is zover. Dit is het moment waar ik al sinds 2011 voor heb gevreesd. “Zagen jullie nou echt niets aankomen?” vraagt één van de vlegels. Hij refereert aan het feit dat alleen Australië nog boven de zeespiegel uitsteekt. Door mijn hoofd schieten televisiebeelden van de eerste tsunami in 2004, aardbevingen op Haïti van 2010, de hevige sneeuwval in India in 2014 en de aardbevingen in Los Angeles van 2017 en 2018. Ik doe alsof ik hem niet hoor. “Waarom namen jullie geen maatregelen? Waarom kwamen jullie niet in opstand tegen de grote vervuilers? Waren jullie zo passief? Kon het jullie dan niets schelen?”

Ik schaam me te veel om hen te zeggen dat ik maar één keer in mijn leven ben wezen demonstreren, en dan nog tegen de 1040 lesuren per jaar ook. Voor regenwouden en de oceaan togen ik en mijn leeftijdsgenoten niet naar het Malieveld.

Ik klaagde wel, natuurlijk. Ik wist ook wat er allemaal gaande was, maar onverschilligheid was ons idealisme. Moet ik daarom tegen ze liegen en zeggen dat ik een horrorwinter lang op de bevroren plavuizen van het Beursplein heb doorgebracht om het economische systeem omver te werpen? Zeg ik ze dat ik al mijn spaargeld in verzorgingshuizen voor bejaarde Roemeense duivenmelkers heb gestoken? Of ben ik eerlijk en vertel ik dat ik vanuit het comfortabele Bijenkorf-café aapjes heb gekeken naar de echte bikkels met idealen, en vertel ik dat ik weleens een sms’je heb gestuurd naar giro 555, omdat Carice, Jeroen, Linda, Patricia, Matthijs, Ali, Ivo en Carla me dat nadrukkelijk vroegen?

Het blijft stil van mijn kant, maar het kruisverhoor gaat door. “Waren jullie echt zo naïef, zagen jullie niet wat voor een gekken de wereld draaiende hielden?”, vraagt de jongste. Ik denk aan de Duitse kleinkinderen die deze vraag in mijn tijd aan hun grootouders stelden.

Ik zwijg weer. Naïef waren we zeker: overal op de wereld stonden leiders op met radicale gedachten, maar weer hadden we het te druk met onze eigen beslommeringen. In Amerika was de Tea Party, die in 2012 de verkiezingen won, al gauw te soft, en stond er een fundamentalistische christelijke partij op. Ondertussen was ik het halen van mijn propedeuse aan het vieren. Enkele jaren daarna greep in de Verenigde Arabische Staten, ontstaan na de optimistische lente van 2011, een extremistische imam de macht. Het gevolg hiervan was een allesvernietigende oorlog tussen de VS en de VAS, maar pas toen de Gazastrook volledig van de wereldkaart was verdwenen kwam bij mij en veel van mijn leeftijdsgenoten het besef dat we onszelf jarenlang voor de gek hadden laten houden door berichten in de pro-Israëlische media. Maar met dat besef komt de Gazastrook niet terug.

Ik ga de blauwe ogen van de jongens voor me af. Ik heb geen weerwoord. Ze hebben me te pakken. De lafaard vlucht weer, anno 2071. “Ik ga even een dutje doen.”

Vandaag, in 2011, heb ik hoop. Als ik ooit daadwerkelijk verantwoording hoef af te leggen aan deze belhamels, dan hoop ik een trotse opa te zijn die zijn kleinkinderen onder ogen durft te komen. Ik wil een oude baas zijn die kan vertellen dat hij met zijn vrienden het milieu heeft gered, de economie uit het slop heeft getrokken en wereldoorlogen heeft voorkomen. ‘Ik stond erbij en keek ernaar’ mag nooit ons credo worden. Het is hoop in een opa die allesbehalve naïef en passief is, hoop in een grijsaard in wiens rimpels men zijn heroïsche verleden kan lezen.

Dit artikel verscheen eerder op de website Spunk.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (19)