40.043
144

R&D manager

Sharah Mak is geboren in Australië en groeide op in Nederland in de hippe kunstscene van de jaren zeventig en tachtig. Daarna werd ze met open armen ontvangen in het clubleven van de jaren negentig. Ze werkte in de media, muziek en sport. Nu schrijft ze aan een boek over haar ervaringen.

Ik was een ‘negerwijf’

Wat er gebeurt als je als blanke vrouw een zwarte vriend hebt, een persoonlijk relaas

Huidskleur speelt in Nederland geen rol, is het heersende idee. Maar hoe reageert je omgeving als je als blanke vrouw een zwarte vriend krijgt? Sharah Mak doet een boekje open over haar ervaringen.

Ik ben niet in Nederland geboren. Dus Sinterklaas was voor mij niet vanzelfsprekend. Als kind woonde ik een tijdje bij mijn grootouders in Capelle aan den IJssel terwijl mijn ouders in Australië en Indonesië bleven. Mijn oma had een enorm leuk boek, van Anton Pieck. Ik verdween in de wereld van de kabouterfantasieën, zo leuk en zo mooi. Uren was ik zoet met dat boek.

Begin december, mijn eerste winter in Nederland, gingen we naar wijkcentrum De Koperwiek want daar zou iets ‘gezelligs’ gebeuren. Hele horden mensen stonden op het plein voor het gebouw. Opeens viel mijn mond open. Ik wees en riep naar mijn oma en tante ‘kijk, een kabouter op een paard!’ ‘Nee, dat is nou Sinterklaas’, zei mijn oma. 

Heel lief werd ik door de omstanders uitgelachen. Alles werd vervolgens een beetje spannend uitgelegd. Wie die gezellige figuren waren die snoep tegen mijn hoofd gooiden bijvoorbeeld. Dat waren dus zwarte pieten. Ik vond het allemaal héél interessant. 

Een tijd later arriveerde mijn vader in Nederland en ik liep met hem over de Oudedijk door de Rotterdamse wijk Kralingen. ‘Kijk! Zwarte piet!’ Ik wees met mijn vinger naar de overkant van de straat. Mijn vader duwde direct mijn arm omlaag. ‘Niet wijzen joh!’ en hij fluisterde me toe ‘dat is geen zwarte piet. Dat is een zwarte.’ Ik snapte het niet, hoezo geen zwarte piet? Ik heb ze toch op het plein zien springen? En toen waren het zwarte pieten. ‘Ja maar’, zei mijn vader die me al eerder verteld had dat de Sint niet bestond, ‘je noemt zwarten geen zwarte piet. Dat is niet aardig.’

Zwarten
Ik vind de term ‘zwarten’ eigenlijk een beetje raar klinken in het Nederlands. Als je kritiek hebt op het woord ‘zwarten’ krijg je vaak te horen dat donkere mensen elkaar onderling ook zwart noemen. Ik ken dat vooral uit het Engels en dat klinkt op de een of andere manier toch anders. Minder negatief.

Mijn opa had het over zwarten op de Kruiskade. De Kruiskade was voor hem een no-goarea want het zag er zwart. Toen ik met mijn vader op vakantie naar Amerika ging moest ik volgens opa in New York echt uitkijken want dat was de Kruiskade in het kwadraat met al die zwarten. Ik vond New York daarentegen net een film en kan me alleen de stad herinneren, geen mensen, laat staan de huidskleur die ze hebben. 

Eenmaal een beetje volwassen voelde ik me wel aangetrokken tot donkere mannen en luisterde ook graag naar hip-hop. De manier waarop je door hen benaderd werd was gewoon veel spannender, meer sexy. Dus ja, ik had wat ‘gekleurde’ vriendjes, zonder daar verder bij na te denken. Totdat ik via via opeens hoorde dat ik de status van een soort onbereikbare had. Niet omdat ik zo begeerlijk spannend was. Of dat ik ‘hard to get’ was. Nee, omdat ik met zwarten omging. Ik kreeg een naam, een stempel. Negerwijf. Ze doet het met negers, met zwarten. En daar werd ik best vaak door mijn witte mannelijke medemensen fijntjes op gewezen. Alsof ik raar was, niet bij mijn verstand. Want op deze manier zou ik zeker als een uitkeringtrekkend zielig figuur op de bank eindigen, werd me te verstaan gegeven.

Dansen
Op vakantie in Spanje belandde ik in een heel vervelende situatie, alleen omdat ik op de dansvloer bekenden uit Rotterdam tegenkwam. Wij waren blij verrast elkaar helemaal in Spanje tegen te komen en dansten er argeloos vrolijk op los. Plots werd ik aan mijn haren van de dansvloer getrokken door mijn Spaanse vriendje, die ik net een paar dagen kende. Waarom? Ik stond met een zwarte te dansen. Mijn Nederlandse vriendin toonde begrip. Voor het vriendje nota bene! Ze zei me dat het ook eigenlijk echt niet kon, zo met die zwarten dansen. Mijn Spaanse vrienden spraken nadien niet meer met me. Oké, dit was in de jaren ’90, wellicht dat dictator Franco nog te vers in het collectieve geheugen zat.

Jarenlang leek het alsof ik mezelf steeds moest verdedigen omdat ik wel eens een donker vriendje had. Op de sportschool waar ik les gaf werd vaak over me gezegd dat ik ‘het’ alleen met zwarten deed. In discotheken merkte ik het. Niet alleen van blanken. Donkere meisjes moesten vaak niks van me hebben want, zo vonden ze, ik pikte al hun mannen in. Terwijl ik er toch echt met maar met ééntje stond te dansen. Relaxed was het niet, eigenlijk was ik op de dansvloer best bang voor die meisjes. 

Op mijn dagelijkse werk werden er ook grapjes gemaakt. Alsof ik een compleet doorgedraaide nymfomane was die altijd op zoek ging naar een maatje meer. ‘Is het zeker weer een neger?’ En wanneer ik een blank vriendje had hoorde ik overal reacties in de trant van ‘ben je weer terug bij ons?’, ‘sinds wanneer val jij op blank?’ en ‘hij zal wel groot geschapen zijn’.

Mijn blanke vriendje ging tegen me tekeer. Als het ooit ‘uit zou gaan’ zou ik zeker wel met negers dit en met negers dat. Soms ontblootte zich wel eens onzekerheid want ik zou wel andere, betere, seks gewend zijn?

Wanneer ik vertelde dat ik het met een jongen bij een ontmoeting wilde laten en verder niks, leidde dat tot het bijtende commentaar dat hij zeker niet zwart genoeg was. Het kon nog bizarder. Een Marokkaans vriendje was verbijsterd toen hij hoorde dat ik vóór hem een relatie met een zwarte jongen had gehad. Hij maakte de verkering gelijk uit.

Bounty
Jaren later werd ik verliefd op een lichtbruine jongeman. En dit keer was het echt serieus. In Nederlandse kring ging hij door voor een bounty: zwart van buiten maar wit van binnen. Dat telt dan weer niet als echt zwart. Maar toen onze dochter eenmaal geboren was en hij me binnen een jaar inwisselde voor een tien jaar jonger fotomodel werd de schuld door mijn omgeving toch weer bij mij gelegd: dat heb je als je een kind van een neger krijgt, van zo’n  zwarte. ‘Wel fijn dat je dochter zo blank is uitgevallen, je hebt vast sterke genen’, kreeg ik te horen. Gewoon echt niet te winnen dit.

Ik heb in mijn 43 jaar meer blanke flirts gehad dan donkere maar op de een of andere manier domineert een relatie met een donker persoon in de beeldvorming. En die beeldvorming is bepaald niet positief. Ik weet niet of je het racisme moet noemen maar vreemd is het wel.

Gelukkig is het op de dansvloer inmiddels veel vrijer geworden.

cc-foto: Paul Hocksenar

Geef een reactie

Laatste reacties (144)