5.575
59

Schrijver en eerwraakdeskundige

Celal Altuntas (1972) is schrijver en eerwraak-specialist. Celal is geboren in Diyarbakir (Turkse Koerdistan) kwam als vluchteling op zijn twintigste naar Nederland. Zijn debuut "Het dorp van zeven broers" is recentelijk ook in het Turks uitgebracht. Celal is vooral betrokken bij de maatschappelijke en cultureel gerelateerde ontwikkelingen in Nederland.

‘Ik was zo’n radicale jongen die IS ronselt’

Hun lose-lose situatie maakt jongeren gevoelig voor de paradijselijke beloften... Ik begrijp hun machteloosheid

Islamitische Staat zorgt voor onrust in Nederland. Want IS staat voor onmenselijke daden en de organisatie ronselt jongeren hier. Wat die zullen krijgen is een paradijs vol jeugdige maagden, aldus IS. In ruil daarvoor moeten de jongeren bereid zijn zich op te offeren voor het kalifaat. Wie trapt daar nou in?

Op jonge leeftijd was ik er zo ingetrapt. Ik was zo’n radicale jongere die vond dat vrouwen in het openbaar bedekt moesten zijn, zich kuis behoorden te gedragen, geen hand mochten geven aan mannen en gehoorzaam moesten zijn aan hun mannelijke familieleden.

In mijn wereld bestond geen begrip voor ongelovigen en andere religies. Regelmatig huilde ik wanneer ik de boeken over de profeet Mohammed las. Geen enkele vorm van kritiek of negatieve opmerking over de islam en de profeet was acceptabel. Voor mijn gevoel was het geloof, de islam, mijn enige houvast. Het was mijn overlevingsstrategie.

Bij islam-gerelateerd radicalisme en bij de angst in de samenleving, mogen we niet uit het oog verliezen dat niet alleen islamieten zijn geradicaliseerd. De westerse maatschappij is ook radicaler geworden. De aanslagen van 11 september 2001 in de VS hebben wereldwijd de radicalisering versneld. In Nederland hebben de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh en de opkomst van de Hofstadgroep daaraan bijgedragen.

Als een computer
Niemand wordt radicaal geboren. Normen en waarden krijgen we vanaf onze eerste socialisatie aangeleerd. Die vormen ons karakter, onze identiteit en bepalen ons ‘zijn’. Wij komen ter wereld als een computer met wat eigen hardware, waar allerlei software van onze cultuur op wordt geprogrammeerd.

Sommige programma’s zijn gevoelig, en vatbaar voor virussen. Andere zijn goed beschermd door antivirusprogramma’s. Geradicaliseerde jongeren zijn besmet met een virus. Voor die groep is het meestal te laat. De twijfelaars kunnen en moeten we te hulp schieten.

We kunnen een aantal factoren wegnemen die deze jongeren naar het radicalisme drijven. Structureel lager schooladvies, discriminatie op de arbeidsmarkt, etnisch profileren, juridische ongelijkheid, plus de harde, polariserende taal in de politiek en de media geven voeding aan radicalisme. Voor jongeren die niet uitblinken in sport, school of werk, lijkt geen beter alternatief te bestaan dan het kalifaat.

Jongeren ervaren, in meer of mindere mate, een identiteitscrisis. De een gaat uit en drinkt te veel, de ander zoekt antwoorden in de filosofie. Moslimjongeren behoren, volgens hun culturele codes, de familie-eer te beschermen.

Spagaat
Handelen ze niet volgens die codes, dan zijn ze verwesterd en worden ze verstoten door hun familie, en vallen ze buiten hun culturele groep. Deze existentiële angst is een vorm van culturele indoctrinatie, die wordt toegepast in bepaalde takken van de moslimgemeenschap.

Wanneer de jongeren zich wél volgens de codes van hun cultuur en religie gedragen, krijgen ze van hun westerse omgeving het verwijt dat ze in hun cultuur blijven hangen. Ze bevinden zich letterlijk in een culturele spagaat. Veelal voelen deze jongeren zich nergens thuis; niet bij hun ouders, niet in hun gemeenschap, niet in de maatschappij.

Deze lose-lose situatie wordt hun te veel en maakt hen zeer gevoelig voor de paradijselijke beloften van de loerende ronselaars. Is het dan verwonderlijk dat deze kwetsbare, onzekere en maatschappelijk gemarginaliseerde jongeren radicaliseren? In extreme gevallen ernstige misdaden begaan, zoals het vermoorden van hun vrouwelijke familieleden?

Ik keur het af, en toch begrijp hun machteloosheid. Die machteloosheid heb ik zelf ervaren. Het heeft lang geduurd voordat ik echt afstand kon nemen van verschillende vormen van radicalisme. Ik kreeg liefde en warmte van mijn ouders en ze bleven met mij in gesprek. Mede daardoor durfde ik me kwetsbaar op te stellen, in mijn culturele binnenwereld en in de westerse buitenwereld.

Deze opinie verscheen eerder in Trouw.

 

 

 

Celal schreef onder de naam Reber Havin ‘Het dorp van de zeven broers’

 

 

 


Laatste publicatie van CelalAltuntas

  • Regen zonder modder

    Het leven van een asielzoeker in Nederland

    oktober 2016


Geef een reactie

Laatste reacties (59)