2.497
54

Oud-minister van Volkshuisvesting

Marcel van Dam was in 1969 voor het eerst te zien op de VARA-televisie met het programma 'De Ombudsman', dat werd uitgezonden tot hij in 1973 de politiek inging. Tot 1977 was hij staatssecretaris, vervolgens werd hij lid van de Tweede Kamer, in 1981 werd hij minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van 1982 tot 1985 was hij weer lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. Van Dam was van 1986 tot in 1995 voorzitter van de VARA. Na ‘De Ombudsman’ was Marcel van Dam ook nog te zien als presentator van 'De Achterkant van het Gelijk' –waarvoor hij de Nipkowschijf won- en als medepresentator van het debatprogramma 'Het Lagerhuis'. In 2009 volgt de VARA-documentaire ‘De Onrendabelen’, die op initiatief van Marcel van Dam is gemaakt door filmmaker Hans Heijnen.

In antwoord op Harrie Verbon

Harrie Verbon verruilde al op jeugdige leeftijd de PvdA voor DS’70, de partij van oude socialisten die bang waren voor vernieuwing, en zocht later zijn heil bij het CDA.

De eerste switch maakte hij omdat de discussie op een bijeenkomst van nieuw links hem boven de pet ging en de tweede omdat hij kinderen moest opvoeden en het CDA hem daarbij het meest financieel ondersteunde. Het zijn beide ideosyncratische (eigenaardige, persoonsgebonden) motieven.

Als Harrie Verbon ook  mijn boek “Het Lange Afscheid” had gelezen met een bundeling van mijn columns in de Volkskrant, zou hij al veel eerder ontdekt hebben dat zijn kennelijk afkeer van de paarse politiek door mij werd gedeeld. Vooral vanwege het  neoliberaal karakter van die politiek en de afbraak van de verzorgingsstaat ten koste van de zwakkeren in de samenleving,  ten faveure van mensen met een inkomen zoals ik. Het toptarief in de inkomstenbelasting ging van 72 via 62 naar 52%. Die politiek is altijd door mij bestreden, hoewel ik er zelf beter van werd. Het is dan ook een beetje kinderachtig mijn verzet tegen de fiscalisering van de AOW  toe te schrijven aan mijn eigenbelang. Nog steeds ben ik vóór een zodanige verhoging van het toptarief van de inkomstenbelasting, dat die mij veel meer zou kosten dan de fiscalisering van de AOW. Ik ben tegen fiscalisering van de AOW omdat het mensen die hun leven lang gespaard hebben voor hun pensioen van een deel van die besparingen wil beroven, omdat zij het volgens politici eigenlijk te goed hebben. Maar ik vind niet dat iemand met een aanvullende pensioen van 1500 of 2000 euro per maand het te goed heeft, zeker niet als hij daar zelf voor heeft gespaard.

Ook de kritische kanttekeningen van  Verbon over mijn opmerkingen in mijn boek “Niemands land” over de bescherming van kinderen begrijp ik niet goed. Als hij gelijk zou hebben, quod non, en ik 15 jaar te laat de politiek waarmee moeders van jonge kinderen de arbeidsmarkt worden opgejaagd aan de kaak stel, dan zou er bij hem toch meer vreugde moeten zijn over een zondaar die zich bekeert dan over 999 rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben? Of had hij liever gezien dat ik zijn standpunt over dit onderwerp niet deel?

Lees op Joop ook Harrie Verbon: Kinderen in Niemandsland

Geef een reactie

Laatste reacties (54)