1.465
12

VRT-journaliste

Sabine Vandeputte is journaliste voor de Vlaamse omroep VRT. Sinds januari 2013 werkt ze vanuit Den Haag als correspondent. In haar columns tekent ze haar ervaringen in Nederland op.

In de aap gelogeerd

Een Belgische VRT-correspondent lucht haar hart over de hel die logeren in Amsterdam heet

Mensen contacteren me soms met de vraag of ik een goed en betaalbaar hotel weet voor een weekendje Amsterdam. Ik zucht dan altijd diep: ik moet ze teleurstellen en de vraag confronteert me ook met mijn eigen onvermogen. Na meer dan 20 jaar logeren in Amsterdam weet ik nog altijd geen hotel waar je niet ontevreden of berooid buitenkomt.

Tussen het centraal station en het Leidseplein zijn er talloze hotels. Onlangs telde ik vanuit tramlijn 2 alle hotels op dat traject waar ik ooit overnacht heb. Het waren er dertien en overal was er wel wat. Esthetische normen heb ik al lang laten varen. De meeste hotels zijn spuuglelijk. Anonieme doorslagjes van zielloze, internationale kamers met misselijk makende motieven. Kleine hotelletjes zijn zo mogelijk nog erger. Dan moet je je instellen op vieze kleedjes en gedroogde bloemen. Aan de straatkant heb je altijd lawaai, aan de andere kant kijk je uit op blinde muren of vieze luchtkokers.

Ik verwacht ook niet dat ik in het Nederlands onthaald word, al zou dat wel prettig zijn in Nederland. Ik ben al blij als de receptie bemand is en ze daar niet iedereen laten doorlopen. Ooit stond ik oog in oog met een dief die z’n kans schoon zag om tijdens de schoonmaakronde alle kamers binnen te gaan, het kamermeisje liet toch alle deuren openstaan. Hij schrok gelukkig ook van mij en haalde geen zakmes boven.

Wiet rokende hooligans
Luidruchtige gasten zijn er overal. Je mag al van geluk spreken als de toeristen in de belendende kamers geen wiet rokende hooligans zijn die hun laatste dag in Amsterdam vieren door met z’n allen een nachtje door te halen op de hotelkamer. Is me meer dan eens gebeurd. Het is ook een zeldzaamheid als het tv-toestel goed staat afgesteld en het is een wonder als de VRT daarop terug te vinden is. Op radio hoef je al helemaal niet te rekenen.

Het allerergste zijn de zogenaamde boutique hotels, loop daar met een wijde boog omheen. Ik ben er ooit per ongeluk in beland: in zo’n minuscuul kamertje waar een derderangs interieurarchitect zich jaren geleden had laten gaan. Het resultaat was dat ik urenlang moest werken op een oranje kabouterkrukje in plexiglas, want hippe mensen gaan natuurlijk niet zitten. Hippe mensen ontbijten blijkbaar ook niet, want daarvoor moesten we bij de buren zijn. Bij een stinkende, Ierse pub waar we op biertonnen en onder gekleurde lampen aan de dag moesten beginnen. Breek me sowieso de bek niet open over de ontbijten die je voorgeschoteld krijgt. Ook de laatste keer was het weer zover: fabriekskaas, een kapotte koffiemachine en broodjes die zo vaak waren ingevroren dat je er iemand kon mee doodslaan. Voor het eerst heb ik dat ook echt overwogen.

Eenvoudige kloostercel
Een paar jaar geleden dacht ik het te hebben gevonden: een eenvoudig en betaalbaar hotel in een rustige straat, dichtbij een tramhalte. Ik was er meerdere keren, mijn vaste kamer was een soort kloostercel: een eenpersoonsbed met wastafel en een klein tv-toestel. Het toilet was op de gang. Het ontbijt bestond uit weinig meer dan drinkbare koffie en vers brood met jam. Meer heb ik eigenlijk niet nodig. Eventjes was ik er gelukkig, tot ik een paar jaar geleden opnieuw wilde boeken. Mijn vaste kloostercel was in één klap bijna verdrievoudigd in prijs. Bleek er een congres te zijn in de stad waardoor alle hotels hun prijzen absurd verhogen. Voor dat celletje, waarin trouwens geen congresganger dood had willen gevonden worden, moest ik nu de prijs betalen van een luxe-kamer in een tophotel. Dat kon ik niet over m’n hart krijgen. Ik wil wel veel geld uitgeven, maar dan wil ik er ook iets voor terug. Van de weeromstuit surfte ik naar de sites van enkele tophotels in de stad. En warempel, via allerlei kortingen had ik voor iets meer geld recht op een junior-suite in een van de beste hotels van Amsterdam. Dat hebben we gedaan. Na jaren hotelellende hadden we één behoorlijke hotelnacht verdiend.

Fruit en low-fat yoghurt
Het verblijf was een hele belevenis voor een eenvoudig meisje. Ik leerde er dat er wel degelijk stille hotelkamers bestaan. Het personeel in zo’n hotel is ook écht vriendelijk en niet gespeeld vriendelijk zoals elders. Het ontbijt is een lust voor het oog en overvloedig, maar de gasten hebben veelal genoeg aan wat fruit en een low-fat yoghurt. Er waren ook nadelen aan zo’n tophotel. De badkamer was zo mooi dat ik er de hele dag wou blijven, en de koffiemachine was zo gesofisticeerd dat ik ze pas op het einde aan de praat kreeg.

Sinds die ene uitspatting zetten we onze zoektocht onverdroten verder. Intussen hebben we er routine in gekregen, soms zelfs plezier. Kort na het inchecken weet ik tegenwoordig feilloos wat er allemaal mis is in een hotel. Als ik ooit wegga bij de VRT, wacht mij een mooie carrière als mystery guest.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op DeRedactie.Be

cc-foto: sprout_creative

Geef een reactie

Laatste reacties (12)