1.616
34

Socioloog en Publicist

Dick Pels (1948) is socioloog, politiek publicist en singer-songwriter. Tot 2013 was hij directeur van Bureau de Helling, het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. Daarvoor was hij o.a. hoogleraar sociologie aan de Brunel University in Londen en voorzitter van de linksliberale denktank Waterland. Zijn meest recente boeken zijn Het volk bestaat niet (2011), Vrijzinnig paternalisme (2011, red. met Anna van Dijk) en A Heart for Europe. The Case for Europatriotism (2016, gratis te downloaden via de link hierna). Onlangs bracht hij ook de cd Crosspath uit. Zie verder www.dickpels.nl en www.dickpelsmusic.nl

In de geest van Pim

Is het wel nodig om op voorhand respect te hebben voor opvattingen die we verafschuwen? De eis van respect werkt te vaak als een dooddoener.

De zesde mei is voor mij altijd een bijzondere dag. Op de verjaardag van de moord op Fortuyn draaf ik op voor allerlei media om steeds dezelfde vragen te beantwoorden: wat als Pim was blijven leven en premier was geworden? Wat is de erfenis van Fortuyn? Loopt er een rechte lijn tussen Fortuyn en Wilders?

Vorig jaar was ik bij een nogal zielige, verregende bijeenkomst van de laatsten der fortuynisten op het Hilversumse mediapark. Dit jaar had ik beloofd om in Rotterdam te komen spreken bij het borstbeeld van Fortuyn voor het Schielandhuis. Ook nu woei er een koud windje rond de verongelijkte koppen. Eerst spraken de leiders van de laatste LPF-afdelingen in het land: die van Eindhoven en Dieren. Zij sloten zich van harte aan bij de complottheorieën over de moord die de dag tevoren waren ontvouwd in een idiote tv-documentaire van BNN. 
Na een gewijde minuut stilte ter herdenking van Pim kreeg ik het woord. Op een podium geflankeerd door geelgroene vlaggen met daarop de tekst ‘Waak voor de vrijheid van het spreken’ (de vertaling van de Latijnse tekst op Pims borstbeeld) zei ik dit: 
‘Ergens in april 2002 meldde het Jeugdjournaal dat de meest kinderen van boven de zes jaar niet alleen wisten wie Pim Fortuyn was, maar ook ongeveer wat zijn politieke denkbeelden waren, en (omdat het vaak kinderen waren van ouders als ik) dat ze er tegen moesten zijn. Linksom of rechtsom: Fortuyn had een bekendheid onder de burgers van Nederland die geen politicus voor of na hem ooit heeft bereikt’.
Mijn toehoorders wisten nog niet goed wat ze hiervan moesten vinden. Maar de gezichten betrokken bij mijn volgende zinnen: ‘Fortuyn was niet de Grootste Nederlander Aller Tijden (hoezo niet, zag ik enkelen denken), maar wel een unieke figuur in de politieke geschiedenis van Nederland, wiens naam voor altijd verbonden is met het breukjaar 2002. Als doorbreker van politieke taboes, en vanwege zijn spectaculaire voorkomen en charismatische optreden wist hij de media als geen ander te bespelen. Het “GeenStijltje” dat Ella Vogelaar trof zou Pim niet zijn overkomen. Toen Wouke van Scherrenburg van NOVA hem hinderlijk achtervolgde poeierde hij haar af met de onvergetelijke woorden: “Mevrouw, u bent een etter. Mens, ga koken, da’s veel beter”.  
Deze anecdote zorgde voor voorspelbare bijval. Ik ging dus vrolijk verder: ‘Pim was een unieke, onweerstaanbare combinatie van inhoud en vorm, van politieke ideeën en politieke stijl. Hij belichaamde de doorbraak van de politicus als mediaster. Onze mediademocratie lijdt nog steeds aan een onopgeloste spanning tussen partijen en personen. De persoon Cohen (nu riep iemand ‘boe’) is bijvoorbeeld zichtbaarder en wekt meer enthousiasme dan zijn partij, de PvdA’ (opnieuw klonk boegeroep en: ‘weg met Aboutaleb’). 
‘De betekenis van Fortuyn is dat hij de speelruimte van het publieke debat in Nederland heeft vergroot, door het naar de rechterkant uit te breiden (tot dan toe was links min of meer met zichzelf in gesprek). Fortuyn stelde thema’s aan de orde waarop lange tijd, sinds de Tweede Wereldoorlog, een taboe had gerust: de problemen rond immigratie, integratie en veiligheid, de bescherming van onze culturele eigenheid tegen ‘vreemdelingen’ (vooral moslims) en de verdediging van onze nationale identiteit in (d.w.z. tegen) Europa. Ik was het op geen van deze punten met hem eens (nu begonnen enkele toehoorders boos naar mij te kijken), maar constateer ook dat links nog steeds geen helder en overtuigend antwoord heeft op het onbehagen dat door die problemen wordt veroorzaakt’. 
‘Deze stap voorbij enkele grote taboes verscherpte logischerwijze het debat over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Fortuyn wilde in navolging van de filosoof Voltaire die grenzen zo ruim mogelijk trekken. Voltaire zei: “Ik vind uw ideeën volstrekt weerzinwekkend, maar ik ben bereid mijn leven te riskeren  voor uw vrijheid om die te uiten”. Fortuyn zelf vond: “Als een imam mij lager dan een varken wil noemen vanwege mijn homoseksualiteit, gaat hij zijn gang maar; maar dan behoud ik me het recht voor om zijn opvattingen achterlijk te noemen”. 
‘De vrijheid van meningsuiting’, vervolgde ik, ‘heeft dus twee gezichten. Mensen moeten niet de mond worden gesnoerd vanwege hun weerzinwekkende ideeën. Maar dat we ze niet willen verbieden, betekent natuurlijk niet dat we moeten ophouden om die ideeën weerzinwekkend te vinden. Is het wel nodig om op voorhand respect te hebben voor opvattingen die we verafschuwen? De eis van respect werkt te vaak als een dooddoener. De democratie maakt het juist mogelijk om betrekkelijk vreedzaam met elkaar te leven bij gebrek aan respect voor elkaars opvattingen en levenswijzen’.   
Dit ging mijn toehoorders duidelijk boven de pet. Gelukkig werd ik iets concreter: ‘Ik heb bijvoorbeeld weinig respect voor Wilders’ opvatting dat hoofddoekjes een vorm van vervuiling zijn van onze openbare ruimte, en dat onze straten van dat vuil moeten worden schoongeveegd. Ik vind die opvatting weerzinwekkend’. Nu riep een vrouw aan mijn rechterkant met felle stem: ‘Maar ik ben het helemaal met meneer Wilders eens. U praat alleen maar voor uw eigen parochie’. Ik vervolgde stoïcijns: ‘Even weinig respect heb ik voor het feit dat Wilders, anders dan Fortuyn, de meningsvrijheid reserveert voor mensen die het met hem eens zijn, en aan moslims ontzegt, bijvoorbeeld door de Koran te willen verbieden (‘dat rotboek moet ook worden verboden’, roep iemand). Maar ik vind niet dat Wilders voor opvattingen als deze mag worden bedreigd of voor de rechter moet worden gesleept’. 
Die laatste nuance ging geheel verloren in gemor en geroep dat het een schande en een belediging was dat ik (de ‘linkse kerk’) deze dingen op deze plek zei. Ik week daarop af van mijn tekst: ‘We staan hier toch ter verdediging van de vrijheid van meningsuiting? Wat staat er dan op die sokkel tegenover me? Ik oefen hier mijn vrijheid van meningsuiting uit en jullie beletten me dat? Pim draait zich om in zijn graf’. Nu zwol het boegeroep aan. Ik zei dat ik ermee stopte en verliet het podium. 
Mijn laatste zinnen zouden aan mijn toehoorders ook niet zijn besteed: ‘De vrijheid van meningsuiting voor ondemocratische en discriminerende ideeën houdt dus ook de vrijheid, zelfs de plicht, in om ze als zodanig te benoemen en fel te bestrijden. Dat is het moeilijke van onze veelgeprezen tolerantie. Die tolerantie was voor Volkert van der Graaf en Mohammed Bouyeri teveel gevraagd. In een vrijzinnige democratie moeten we harde, soms kwetsende woorden knarsetandend tolereren, en tegelijkertijd fel en met kracht van argumenten tegengaan. Dat is voor mij een van de lessen van Fortuyn, ook al was hij zelf snel aangebrand en kon hij slecht tegen kritiek. Maar dat het voeren van een werkelijk vrij debat moeilijk is, is geen reden om het niet steeds opnieuw te blijven proberen’. 
Toen ik wegliep kwam Ronald Buijt, fractielid van Leefbaar Rotterdam, achter me aan: ‘Meneer Pels, het was dapper van u om hier te komen spreken. Maar u had niet zo snel weg moeten lopen’. Ik verliet echter het pleintje voor het Schielandhuis met de troostrijke gedachte: Pim zou trots op me zijn geweest. 

Geef een reactie

Laatste reacties (34)