8.294
43

Freelance journalist

Mercita Coronel is freelance journalist. Ze was hoofdredacteur van onder meer Contrast en Wereldjournalisten.nl. Auteur van 'Van Janmaat tot Jahjah. 20 jaar migranten en media'.

In memoriam Anil Ramdas

Op 16 februari, op zijn geboortedag, koos Anil Ramdas te sterven. Met zijn dood verliest Nederland een belangrijke geëngageerde, erudiete en literaire stem

“Ik heb altijd geweten dat ik als allochtone intellectueel niet meer dan een niche vertegenwoordigde, die van de kosmopolitische, progressieve intellectuelen die opkwamen voor het voortbestaan van de Nederlandse tolerantie”, zei Ramdas in een NRC-interview in 2011. Elsbeth Etty interviewde hem naar aanleiding van zijn roman Badal. In deze roman beschrijft publicist Ramdas de opkomst en ondergang van Harry Badal, een allochtone intellectueel in een steeds intoleranter wordend Nederland. De ambitieuze Badal zoekt erkenning en aansluiting bij de witte intellectuele elite.

Aanvankelijk wordt hij ook door het schrijven van een kritisch essay over de Hindoestaanse gemeenschap omarmd door deze elite. Een elite ‘voor wie nestbevuiling de voorwaarde was van het allerhoogste goed: vrijheid, zelfstandigheid’. Met deze ‘nestbevuiling’ verovert de schrijver zich een plek onder de witte intellectuele elite maar vervreemdt hij zich van zijn etnische groep. Iets wat in werkelijkheid ook enigszins gebeurt wanneer Ramdas bijvoorbeeld een kritisch boek (Paramaribo: de vrolijkste stad in de jungle 2009) over Suriname schrijft. Door zijn alcoholisme gooit Badal uiteindelijk zijn eigen glazen in, maar ‘het was niet alleen mijn alcoholisme’, zegt Badal, ‘ het was ook mijn manier van schrijven. Ik was te soft geworden, voor de tijden waarin we waren komen te leven’. Het boek is voor een belangrijk deel autobiografisch en kan nu verdrietig genoeg gelezen worden als de kroniek van een aangekondigde dood en als een testament voor zijn rijkdom aan ideeën. 



Zijn zelfgekozen dood roept de vraag op in hoeverre Badals gevoel van wanhoop toch niet helemaal samenviel met dat van Ramdas. In Badal lijdt de geëngageerde gelijknamige hoofdpersoon onder de toegenomen grofheid en intolerantie in Nederland en zijn afnemende invloed op het publieke discours. Ramdas zelf lijkt daar in de echte wereld ook last van gehad te hebben.


Ramdas’ journalistieke loopbaan begint veelbelovend als redacteur bij De Groene Amsterdammer in 1989. Nog geen drie jaar later start hij als columnist bij NRC Handelsblad waar hij zijn laatste vaste bijdrage afgelopen december schrijft (voor de rubriek ‘De Reizende Commentator’). Wat een hoogtepunt in zijn carrière moet vormen, lijkt het begin van zijn ‘neergang’ te worden: een NRC-correspondentschap in India (2000-2003). Zijn verblijf in India leidt tot een verandering in levens- en schrijfstijl. Een vernietigende hang naar alcohol ontstaat. Ramdas ontdekt verder dat hij niet zozeer een keiharde journalist is, alswel een literaire journalist. Zijn verblijf in het broeierige, multi-etnische India dwingt hem bovendien tot minder zwart-wit denken. Ondertussen is juist polarisatie wat de klok slaat in Nederland. De opkomst van Pim Fortuyn en Geert Wilders laat een intolerant, een ja, zelfs onbeschaafd Nederland zien. In een interview met De Standaard in 2003 zegt Ramdas hierover: ‘Ik vind Nederland op dit ogenblik tamelijk onzindelijk. In de toon, in de stijl, in de interessesfeer. […] De grofheid is heroïsch. Lompheid is heroïsch. Hufterigheid is heroïsch. Dat noemen ze dan direct en eerlijk.’



De genuanceerde boodschap van Ramdas waarmee hij uit India terugkomt, vindt steeds minder weerklank bij de media. Zijn plotselinge geenstijlachtige aanpak van een column over de PVV-kiezers als ‘white trash’ voor een onbekende site is tekenend. Ramdas wordt onder aanvoering van publicist Joost Zwagerman – voorbijgaand aan Ramdas’ argumentatie – gelijk genadeloos aangepakt. ‘Joost Zwagerman verpulvert Anil Ramdas’ kopt HP/De Tijd (2011). Ramdas lijkt er voor goed uit te liggen bij de witte intelligentsia. Een Balie-bijeenkomst (ook in 2011) met Arnon Grunberg lijkt dit te onderstrepen. Grunberg reageert op opvallende arrogante en vernederende wijze op een vraag van Ramdas uit de zaal.

Ramdas zou het besef van de overbodigheid en de overtolligheid van de mens zich eigen moeten maken, sneert Grunberg. Ramdas verlaat de zaal  en en de moderator maakt nog een grappige opmerking. Het publiek lacht. Onder de titel ‘Arnon Grunberg sloopt Anil Ramdas’ zet Bert Brussen dit treffen op internet. Zes jaar eerder interviewde Ramdas Grunberg nog als directeur van De Balie. Hij wilde in De Balie met beschaving verzet plegen tegen de grofheid in de wereld: ‘ … niet (om) te vertellen hoe het moet, niet (om) te vertellen hoe je het moet zien, maar hoe je het had kunnen zien.’ Zijn directeurschap in De Balie duurt ongeveer twee jaar. Het ontbreekt Ramdas onder meer aan een financiële man naast zich.

Een gevoel van machteloosheid moet hem mogelijk ook overvallen zijn toen hij in de herfst van vorig jaar gearresteerd werd omdat hij het opnam voor een Marokkaanse vrouw in de trein waarvan hij vond dat ze onheus werd bejegend door de conducteur. ‘Wie denk je dat je bent? Geert Wilders?’ zei hij tegen de conducteur. De mondigheid van het hippietijdperk wordt niet meer op prijs gesteld, concludeert hij tijdens de overnachting in de cel. Ramdas: ‘Ik zal in het vervolg beter op mijn woorden moeten letten. Niet al te flink willen zijn. Mij gedragen zoals ik dat in de derde wereld zou hebben gedaan: nederig en respectvol.’

Ramdas kwam voor het eerst in het vizier van Nederland door zijn promotieonderzoek naar de wijze waarop 500 vluchtverhalen van asielzoekers door de vreemdelingendiensten werden opgeschreven en beoordeeld door rechters. Ramdas was in 1977 uit Suriname gearriveerd om sociale geografie te studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Niet alleen Amnesty International pikte het promotieonderzoek op, ook Vrouwe Justitia. Ramdas wordt in hoger beroep gedwongen om zijn onderzoek te anonimiseren. Ramdas weigert waardoor hij niet promoveert.


Ramdas kwam bij mij persoonlijk definitief in het vizier door zijn optreden als eerste allochtone gast in het VPRO-televisieprogramma Zomergasten in 1992. Zo gearticuleerd, zo intelligent, zo levendig en herkenbaar in wat hij zei over identiteit en migratie. Als Zuid-Amerikaanse migrant in Nederland had ik niet eerder mijn gevoel zo goed verwoord gezien zoals hij dat had gedaan. In de jaren daarop liet hij in het VPRO-programma In Mijn Vaders Huis Nederland kennis maken met niet-westerse denkers als Stuart Hall, Kwame Anthony Appiah en Nawal el Saadawi. Een feest van herkenning, ware het niet dat deze zegswijze door zijn sleetsheid de bijzondere beleving teniet doet.


Ramdas was dan misschien niet de gedroomde correspondent voor het NRC, maar hij pleitte in zijn tv-, radio- en schrijfwerk altijd voor gedegen journalistiek, voorbij de hype, met betrokkenheid maar met argumenten en wetenschap onderbouwd. Het Blauwe Licht (VPRO) bijvoorbeeld dat Ramdas samen met Stephan Sanders maakte, was een van de eerste mediaprogramma’s op televisie. Op Radio 1 stelde hij zich in het journalistenpanel tijdens het programma Lunch! waarin hij regelmatig te gast was altijd kritisch op. Is de sop de kool waard?

Ramdas maakte nog altijd tv-programma’s, alleen niet meer op prime-time. Indrukwekkend waren zijn twee programma’s in 2011 over de geschiedenis van Bollywood voor de Hindoe omroep OHM. Met schijnbaar moeiteloos gemak laveert hij onderhoudend door deze rijke geschiedenis, legt hij verbanden met de westerse cinema, schetst hij contexten en betekenissen. Deze programma’s hadden een groter publiek verdiend. Voor de VPRO maakte hij het opinieprogramma ZOZ over actuele kwesties in de multiculturele samenleving. Ramdas blijft betrokken, zo vraagt hij zich in een van de uitzendingen af waar nu eigenlijk de allochtone intellectueel blijft.


In het NRC-interview met Etty zegt hij over Badal: ‘Door zich de nederlaag van progressief Nederland zo persoonlijk aan te trekken, probeert hij zijn zeggingskracht terug te krijgen. Hij wil weer iets betekenen, niet zozeer voor de politiek maar voor zichzelf. Hij wil iets betekenen voor zijn vrouw, voor zijn kinderen, hij wil zijn gezin terug, hij wil weer zinvol zijn.’

Badal is zijn engagement en zijn intellectuele esprit kwijtgeraakt. Ramdas zegt in het interview dat hij niet het wanhopige gevoel van Badal deelt, maar deze zelfgekozen dood, doet toch twijfelen aan deze bewering. In het interview met De Standaard verwijst hij naar een filosoof: het maakt niet uit wat je bent, maar wie je bent en waar je bent. Het lijkt alsof Ramdas niet meer wist wie hij was in Nederland. De ontheemding van de migrant in notendop. Ramdas was een van de weinig allochtone intellectuele stemmen in een gepolariseerd Nederlands discours. Een unieke stem die door mij node zal worden gemist. Voor mij oversteeg hij als intellectueel de niche van politieke correctheid.

Geef een reactie

Laatste reacties (43)