3.571
156

Columniste

Debby van den Bergh is schrijfster en auteur van de roman 'Vlucht naar Curaçao' en de kindergedichtenbundel 'Gediggies' waarvan de volledige opbrengst naar Stichting Kika is gegaan. Daarnaast zijn publicaties van haar hand zijn te lezen in de verhalenbundels 'Oma waait uit en andere Haagse verhalen', 'Mooie kerst achter de duinen', 'Haagse humor bestaat niet?', 'Puur Gelul' en 'Hemels Genot'. Ook zijn er gedichten van Debby opgenomen in de gedichtenbundels '‘Poëzie op Pootjes 2, 3 en 4’, ‘Mooi weer wolken’, ‘Mijn mooiste gedicht’, ‘Huilend in Den Haag’, ‘De vrede van Den Haag’, ‘De zee is van iedereen’ en ‘Lokale liefde’.

(In)tolerant Nederland

Nederland is niet tolerant meer. We verloederen, verhufteren en zijn zelfs niet meer in staat relativerend te denken en laten ons angst aanjagen voor een uitheemse godsdienst

Vroeger was alles beter. Vraag het een oudere en ze zullen het beamen; vroeger hadden de mensen nog tijd voor een praatje, werden stoepjes aangeveegd, zat men niet avond aan avond voor de televisie en was er nog respect voor leraren en het blauw op straat. Wat nog mooier was, vroeger was Nederland een tolerant land. Vroeger vond de rest van de wereld ons land extreem tolerant. Hier kon en mocht immers alles. Zoveel, dat wij Nederlanders ons er eigenlijk voor moesten schamen, maar eigenzinnig en vrijgevochten als we zijn waren we eerder trots op die titel dan dat er schaamte was.

Een abortusbeweging die vrouwen baas over eigen buik liet zijn. Trots op de geoorloofde euthanasie. Wij zijn het eerste volk geweest dat de waarde van het leven durfde in te schatten op kwaliteit en wij zijn het volk geweest dat daar paal en perk aan durfden te stellen. In Nederland mocht je softdrugs gebruiken zonder dat je het risico liep om in een vochtige gevangenis gegooid te worden waar je twintig jaar zou moeten boeten en rotten voor losbandig gedrag. In Nederland konden homoseksuelen vrijpostig homoseksueel zijn en zelfs voor de wet hun liefde laten vastleggen.

Vroeger waren we trots op onze multiculturele hoofdstad, die, zo werd in alle folders aangeprezen, een smeltkroes was van alle mogelijke culturen. The place to be, dat Amsterdam. Nederland.

Maar nu zijn we niet meer trots. Niet alleen worden onze homoseksuele medelanders belaagd en bedreigd als ze openlijk zichzelf zijn maar ook andere vrijheden zijn niet zo rooskleurig. Euthanasie is mogelijk, maar ligt aan wel erg strakke banden. Zo strak dat de moeder van mijn vriendin, die ongeneeslijk ziek was, ondanks een euthanasieverklaring en de wens om thuis te mogen sterven, zo onhandig was dat nou net tijdens de kerstdagen te doen.

Dan blijkt dat een euthanasieverklaring, die getekend moet worden door een secundair, maar een maand geldig is. De verklaring van een huisarts of behandelend arts volstaat niet. En met kerst staan de meeste specialisten op de latten in Oostenrijk waardoor een vredig inslapen in haar vertrouwde bed, geholpen door een rustgevende doch dodelijke injectie, een mooie droom bleek in vergelijking met de barre en bizarre werkelijkheid. In een kil ziekenhuis heeft ze haar pijnlijke einde moeten doorstaan bij gebrek aan artsen. Pas toen het bloed uit haar neus en mond opwelde durfde een dappere verpleegster de morfineknop voluit te gooien. Maar het was te laat. De dochter, mijn vriendin, heeft nog altijd nachtmerries.

Naast dit verdriet valt mijn verbazing over ons vermeende tolerante land in het niet, maar ik kan het niet laten.

Voor het eerst in mijn leven was ik in een coffeeshop. Verheugd bestelde ik een wijntje en stak een sigaret op. Geagiteerd kwam de portier me manen; dat mocht alleen beneden in de rookruimte. Grijnzend wees ik naar alle rokende mensen om me heen, maar nee, die rookten hasj. Verbouwereerd liet ik mij de trap af dirigeren naar een blauwstaand rookhol waar zelfs mij de nicotinedampen teveel werd. Een bordje op de deur zei dat je hier weliswaar mag roken, maar geen joints.
Om een frisse neus te halen spoedde ik mij naar boven en ging buiten voor de deur mijn vriendje bellen. Weer stond de imposante portier voor mijn neus. Of ik verderop wilde gaan staan.
“Hier mag niet gebeld worden”; zei hij en wees verongelijkt met zijn dikke vinger naar een belverbod bordje op de voorkant van het pand.

Er zal ongetwijfeld een logica zitten in deze gebeurtenissen, hoe verschillend van aard dan ook. Maar op deze manier is tolerantie een onbegaanbare weg. Een hindernisbaan die van onnozele regels aan elkaar hangt. Het meest tegenstrijdige voornemen, dat ergens in een vat, niet ligt te verzuren, is een hoofddoekjes verbod. Zelden heb ik een onzinniger verbod horen uitspreken door iemand die alleen al vanwege zijn haardracht een embargo op alle fronten zou moeten krijgen.

Daarnaast zou ik wel eens een goed gesprek willen met onze leiders die denken dat het opleggen van verboden zinvol is. Ik ben een trotse moeder van twee al grotere dochters en ik kan zeggen; verbieden helpt niet. Integendeel. Wijze woorden van Wim Zonneveld: als zijn dochter aan zou komen zetten met een lapzwans, zou hij hem het graf in prijzen. Dat hadden ze vroeger in elk geval wel; relativerende, intelligente humor. Dat werkt nog altijd het beste als je iets wilt bereiken bij stugge, egocentrische jonge medelanders. Of ze nu van allochtone of van autochtone afkomst zijn.

Humor, het is ver te zoeken in onze huidige maatschappij. We vallen van het ene verbod in het andere en van de ene verplichting in de andere. We hangen aan elkaar van regels en onzinnige wetten. We hebben weliswaar vrijheden maar die lijken steeds meer aan strikte kleine lettertjes gebonden te zijn. We mogen van alles, zolang we ons laten registreren, identificeren en manipuleren voor elk mogelijk onnozele handeling. We stikken allemaal zo onderhand in de hoofddoek die om onze halzen wordt vastgeknoopt.

Ik betaal ruim 10 euro parkeergeld als ik een avondje naar mijn oma op bezoek ga. Als ik voor een stoplicht niet snel genoeg optrek word ik bijna gelyncht door medeweggebruikers. Een groep bewoners heeft last van kinderen van een nabijgelegen school en spant een rechtszaak aan. Want de kinderen gillen en schreeuwen tijdens het enige kwartiertje op de ochtend dat ze buiten zijn.

Nee, Nederland is niet tolerant meer. We verloederen, verhufteren en zijn zelfs niet meer in staat relativerend te denken en laten ons angst aanjagen voor een uitheemse godsdienst. Ze hebben gelijk. Nederland is niet tolerant meer.

Maar dan sla ik de krant open, en ik lees dat Geert Wilders een Canadese journaliste verbood (waarschijnlijk niet positief) iets te schrijven over hem.
Culturele vrijheid gebonden aan de restricties van een leider van ons gedoogkabinet. En wij zien dat met lede ogen aan, hooguit schrijven we er een column over en Freek hekelt de zaak misschien in een oudejaarsconference, maar we tolereren het.
Dus eigenlijk zijn we nog altijd een tolerant land.
En daar moeten we trots op zijn.
Toch?


Laatste publicatie van DebbyvandenBergh

  • Vlucht naar Curaçao

    Roman

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (156)