680
22

Europarlementariër van D66

In vertrouwen

Wantrouwen is de basis geworden voor alle beleid. We trekken nieuwe muren op om het gevaar buiten te houden

Ik wil een oud begrip uit de Europese eenwording weer eens uit de mottenballen halen: Lotsverbondenheid. Lotsverbondenheid ligt niet, zoals vaak gedacht, in een gezamenlijk verleden. Lotsverbondenheid ligt in het kiezen voor een gezamenlijke toekomst. Lotsverbondenheid is gebaseerd op vertrouwen. Maar vertrouwen komt niet vanzelf.

Voor een krachtige Europese Unie is onderling vertrouwen essentieel. Commentatoren wijzen er graag op dat het nooit iets gaat worden met dat Europa, want er is geen saamhorigheidsgevoel onder Europeanen. Vertrouwen is inderdaad niet vanzelfsprekend. We moeten ervoor kiezen. En als we dat doen, zijn we tot grote dingen in staat. Wij Europeanen hebben elkaar in de twintigste eeuw de meest vreselijke dingen aangedaan, en na 1945 en 1989 hadden we méér dan genoeg reden om elkaar te wantrouwen, maar toch hebben we gekozen voor vertrouwen en samenwerking. Daarmee hebben we Europa opgebouwd tot het continent met de beste kwaliteit van leven voor 500 miljoen burgers, een Europa dat de rest van de wereld tot voorbeeld is. Dat is een niet geringe prestatie.

Zelfvertrouwen is een voorwaarde om een ander te durven vertrouwen. Heeft Nederland zelfvertrouwen? Oppervlakkig gezien lijkt het zo. Maar in werkelijkheid lijdt Nederland aan een ernstige mate van zelfgenoegzaamheid en zelfoverschatting. Het gebrek aan zelfreflectie is een rem op verbetering en vernieuwing. Terwijl we grossieren in schimpscheuten over andere landen en ons wentelen in de mythe van Het Beste Jongetje van de Klas, zakt Nederland op alle relevante ranglijstjes en raken we onze koppositie kwijt.

Nationalisme en ongefundeerde prietpraat over onze eigen vermeende superioriteit, en de vermeende inferioriteit van anderen zijn gemeengoed geworden. De politieke leiders belijden lippendienst aan Europese samenwerking, maar door de cynische en spottende toon ontberen hun uitspraken over het belang van Europa elke geloofwaardigheid. Ook door mensen met gezag wordt gesproken over anderen in absurde karikaturen, die steeds vaker als werkelijkheid worden aangenomen. Tegelijkertijd leidt elke externe kritiek tot woedende reacties in een overgevoelig Nederland.

Wie luistert naar het huidige publieke debat, zou denken dat we zijn omgeven door tegenstanders en vijanden, die er op uit zijn om ons een poot uit te draaien, te onderwerpen of anderszins kwaad te doen. We worden geregeerd door angst en wantrouwen. Mensen wantrouwen hun medemensen uit andere landen of culturen. De overheid wantrouwt de burger. De burger wantrouwt de overheid en de politiek. Burgers wantrouwen elkaar.  Wantrouwen is de basis geworden voor alle beleid. We trekken nieuwe muren op om het gevaar buiten te houden, en willen alles controleren en reguleren om alle bedreigingen de baas te blijven.

Als we alleen de bedreigingen zien, worden we blind voor de kansen.  De wereld gaat door een periode van sterke economische en politieke turbulentie. Dat biedt bedreigingen, maar ook heel erg veel kansen voor wie ze wil zien. Juist in tijden van mondiale uitdagingen hebben we een sterk Europa nodig. Verdeeld zijn we zwak, maar samen kunnen we de nieuwe kansen grijpen en ook voor onze kinderen de welvaart en de vrijheid garanderen.

Het wordt hoog tijd voor een terugkeer naar de befaamde Nederlandse nuchterheid, en onze traditionele open blik op de wereld. Vertrouwen hebben in anderen vergt lef, maar ook dat hebben we genoeg.  We hebben genoeg reden tot zelfvertrouwen, en vertrouwen in de medemens. Met onze mede-Europeanen kunnen we kiezen voor een gezamenlijke toekomst, ervoor kiezen om samen te bouwen aan een welvarend, vrij, veilig en duurzaam Europa, dat koploper blijft in de wereld.

Het wordt tijd voor de nieuwe Lotsverbondenheid.

Geef een reactie

Laatste reacties (22)