4.085
134

Econoom & Bedrijfsadviseur

Ad Broere, van huis uit econoom, is al meer dan 30 jaar actief in het bedrijfsleven. Als oud bankier, zelfstandig gevestigd bedrijfsadviseur, en docent/ontwikkelaar van leergangen bij diverse Business Schools, weet hij als geen ander zijn licht te laten schijnen op de sterke en zwakke plekken in de economie.

Inclusief kapitalisme is een illusie

Het echte probleem van het huidige financiële stelsel is het verdienen van geld met geld. 

In Londen kwam op 28 mei 2014 een wel zeer bijzonder gezelschap bijeen om de toekomst van het kapitalisme te bespreken. Onder de genodigden waren de Britse Prins Charles, Christine Lagarde (IMF), Lynn Forester de Rothschild, Bill Clinton en Mark Carney (ex governor Bank of England). Samen vertegenwoordigden de aanwezigen volgens de BBC een vermogen van zo’n 30 biljoen dollar.

Hoe verder met het kapitalisme

Lynn Forester de Rothschild, de organisatrice van de conferentie, stelde in haar speech vast dat het kapitalisme de wereld veel goeds heeft gebracht, maar nu is doorgeschoten en ontaard is in een ongelimiteerde graaicultuur ten koste van de aarde en alles wat erop leeft. Prins Charles sprak de hoop uit dat het kapitalistische systeem een socialer en (vooral) milieuvriendelijker gezicht zou worden gegeven. Christine Lagarde verweet de banken onethisch gedrag en dat ze niets lijken te hebben geleerd van de financiële crisis. Ook sprak ze over het probleem van de toenemende inkomensongelijkheid. Deze is volgens Lagarde niet alleen slecht voor de wereldeconomie, het breekt ook de samenleving op. Er werd gepleit voor een ‘inclusief kapitalisme’, waarmee werd bedoeld een kapitalisme voor iedereen en niet voor enkelen.

Groeiende inkomensongelijkheid

Uit de woorden die zijn uitgesproken op de conferentie kan de conclusie worden getrokken dat de rijken der aarde zich zorgen maken. Lagarde wijst op de groeiende inkomensongelijkheid. Dit is echter slechts een symptoom van wat er fundamenteel mis is met het systeem. Het huidige financiële stelsel heeft een tweedeling veroorzaakt tussen de grote meerderheid van mensen die werken voor het geld en een kleine minderheid die geld voor zich laat werken. De laatste methode van inkomensverwerving is veel lucratiever dan de eerste, vooral als hiervoor een vermogen van minstens een miljoen euro kan worden ingezet. Bovendien komt vooral de kwalitatieve werkgelegenheid steeds meer in het gedrang. Door de technologisering van de samenleving wordt inkomen uit arbeid steeds verder teruggedrongen. Omdat de grote meerderheid geen vermogen bezit en voor het verwerven van inkomen is aangewezen op werk, staat het inkomen van de meeste mensen onder druk. Dit groeiende probleem wordt niet opgelost doordat ‘beleggers hun horizon gaan verleggen van een onderdeel van een seconde –flitshandel- naar meerdere jaren’, zoals Forester de Rothschild voorstelt. Het helpt ongetwijfeld om de excessen van het geld met geld verdienen te verminderen, maar de basis blijft in stand.

Het echte probleem

Het kernprobleem van dit financiële stelsel is het verdienen van geld met geld. Door geld voor zich te laten werken heeft een verhoudingsgewijs kleine groep mensen een enorm vermogen opgebouwd. De 85 –zichtbaar- rijksten van de wereld bezitten meer vermogen dan de helft van de wereldbevolking. Dit vermogen is vooral gevormd doordat banken geld door schuld scheppen. Elke euro die door banken uit het niets wordt gecreëerd leidt tot een euro schuld. Die schuld wordt aangegaan door mensen die geen vermogen hebben –anders zou men immers geen banklening opnemen om bijvoorbeeld een huis of een auto te kopen-. Als je de hele lijn van schuldenaars en schuldeisers doortrekt, dan kom je uiteindelijk uit bij die kleine groep die schuldeiser is van de rest. Prof. Margrit Kennedy en Dr. Herbert Creutz concludeerden uit onderzoek, dat 80% van de bevolking netto betaler is aan 10%, of met andere woorden 10% is netto schuldeiser van 80% en 10% krijgt even veel als men betaalt. Die betalingen bestaan niet uitsluitend uit directe rentebetalingen; ze zitten vooral opgesloten in de prijzen van de goederen en diensten. Gemiddeld 45% van alle prijzen bestaat uit rente ‘opgesloten’ in het product of de dienst, die dus vloeit van de grote meerderheid naar de kleine minderheid.

Vermogensverschillen in Nederland

Het gevolg hiervan is, dat het vermogen bij de rijkste 10% van de bevolking van willekeurig welk land toeneemt, onafhankelijk van de staat van de economie. Nederland vormt hierop geen uitzondering zoals blijkt uit onderstaande tabel:

Vermogensverschillen

Uit de bovenstaande tabel blijkt, dat de 10% rijkste Nederlanders in 2012 61% van alle vermogen in bezit hadden en de armste 60% niets. Verder wordt duidelijk dat de rijkste 10% het vermogen heeft vergroot met € 70,5 miljard, of 11% ten opzichte van 2006. 80% van de Nederlandse huishoudens leverde in de periode tussen 2006 en 2012 vermogen in. Dit komt vooral doordat het vermogen van die 80% voor een belangrijk deel bestaat uit de waarde van de eigen woning, gemeten als verschil tussen de WOZ waarde en de hypotheekschuld. Dit in tegenstelling tot het vermogen van de rijkste 20% en in het bijzonder de rijkste 10%. De eigen woning heeft bij deze categorie veel minder gewicht in het vermogen. 

De grote meerderheid van de Nederlanders komt niet aan vermogensvorming toe, omdat het inkomen daar geen ruimte voor biedt. De kleine minderheid en in het bijzonder de vermogenden met een vrij beschikbaar vermogen van meer dan een miljoen euro’s kan profiteren van beleggingen die hoge rendementen opleveren met relatief weinig risico. De voorkeur van deze beleggers gaat uit naar hoog technologische processen, om het even of het nu gaat om de productie van goederen of van diensten. Immers, deze processen zijn mens onafhankelijk en de factor mens is onberekenbaar en daardoor een niet calculeerbaar risico en daar houden beleggers niet zo van.

De woorden van Aristoteles

Inclusief kapitalisme is een illusie zolang het financiële stelsel in zijn huidige vorm intact blijft. Echte vooruitgang wordt er geboekt als het geld met geld verdienen wordt afgeschaft. De Griekse wijsgeer Aristoteles was er al duidelijk over:

‘Woeker is de meest weerzinwekkende manier van het verwerven van rijkdom, want de winst wordt behaald door het geld zelf en niet door waarvoor het wordt uitgeleend. Geld is bedoeld als ruilmiddel en niet om te groeien door rente.'(Politica)

Woeker slaat volgens Aristoteles overigens op meer dan alleen rente – het slaat op alle vormen van onrechtvaardige zelfverrijking, een anti sociaal misbruik van het geldmechanisme. Het is te hopen dat we 2.300 jaar verder in de tijd eindelijk voldoende volwassen zijn geworden om de strekking van de woorden van deze Griekse wijsgeer te begrijpen.


Laatste publicatie van Ad Broere

  • Geld komt uit het niets

    De financiële goocheltrucs ontmaskerd

    2012


Geef een reactie

Laatste reacties (134)