3.724
74

Hoogleraar Sociologie UvA

Herman van de Werfhorst is hoogleraar Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en directeur Amsterdam Centre for Inequality Studies, een samenwerking van de UvA en de VU. Na zijn promotie aan de Radboud Universiteit werkte hij aan de universiteit van Oxford. Hij houdt zich vooral bezig met de sociologie van het onderwijs, sociale stratificatie en mobiliteit, de arbeidsmarkt en methodologie & statistiek.

Inkomensongelijkheid ontwricht de samenleving

Landen met grotere inkomensverschillen tussen arm en rijk hebben meer te maken met allerlei sociale problemen

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat landen met grotere inkomensverschillen tussen arm en rijk meer te maken hebben met allerlei sociale problemen dan landen waar inkomens meer gelijk zijn verdeeld. Deze ‘Wilkinson-hypothese’, genoemd naar de Britse epidemioloog Richard Wilkinson, vindt steun op diverse levensdomeinen. In meer ongelijke landen zijn mensen bijvoorbeeld ongezonder en ongelukkiger, hebben ze vaker te maken met criminaliteit, en gaat men minder vaak stemmen bij verkiezingen, en is men minder geïntegreerd in formele en informele sociale netwerken en organisaties. De sociale cohesie van de samenleving wordt daarom bedreigd in ongelijke landen. Gelijkheid en Broederschap gaan hand in hand.

Hoewel er stevige wetenschappelijke discussies zijn over de vraag of het de inkomensongelijkheid is, of het daarmee samenhangende bruto nationaal product, lijkt het erop dat zeker als men de rijke landen vergelijkt, inkomensongelijkheid inderdaad samenhangt met deze uitkomsten. Ook in het door de Europese Commissie gefinancierde onderzoeksproject Growing Inequalities’ Impacts (GINI) vinden we empirische steun voor de Wilkinson-hypothese.

De vraag is hoe het komt dat men in ongelijke landen meer met deze problemen kampt, en welke inkomensgroepen in het bijzonder geraakt worden. Eén verklaring gaat uit van de verschillen in hulpbronnen die men heeft. In ongelijke landen hebben de rijken simpelweg meer te besteden, en de armen minder, en omdat de armere bevolkingsgroepen eenvoudiger hun leven beter kunnen inrichten met een extra euro dan de rijkere, wordt de samenleving meer ontwricht via de ongelijkere verdeling van hulpbronnen. Bovendien zijn in ongelijke landen niet alleen de individuele hulpbronnen meer ongelijk verdeeld, maar zijn ook sociale voorzieningen minder gelijkelijk toegankelijk. In egalitaire landen zoals in Scandinavië is bijvoorbeeld de gezondheidszorg beter toegankelijk voor de armere lagen van de bevolking dan in ongelijke landen als de Verenigde Staten.

Een andere verklaring stelt echter dat het niet alleen de (individuele en collectieve) hulpbronnen zijn die ongelijker raken verdeeld, maar dat er ook allerlei psychosociale factoren een rol gaan spelen in ongelijke landen. In ongelijke landen zouden statusverschillen tussen inkomensgroepen duidelijker naar voren komen, en vertrouwt men elkaar minder waardoor de samenleving ontwricht raakt. Niet alleen de onderlaag, maar ook de bovenlagen van de samenleving worden dan ook geraakt door ongelijkheid, volgens deze visie. Voor beide verklaringen wordt steun gevonden in wetenschappelijk onderzoek.

Een belangrijke implicatie van deze psychosociale verklaring is dat mogelijke nadelige effecten van inkomensongelijkheid niet worden voorkomen wanneer de overheid voldoende voorzieningen biedt. Het ‘sociale’, het inter-menselijke van ongelijkheid betekent dat naarmate de sociale gelaagdheid toeneemt, het statuselement van die kenmerken waarop men de gelaagdheid baseert tevens toeneemt (zoals inkomen, opleiding). Voorzieningen helpen daar niet tegen.

In de jaren ’80 nam de ongelijkheid in Nederland behoorlijk toe als gevolg van de economische crisis, waarna de ongelijkheid lang stabiel bleef. De inkomensongelijkheid is in Nederland sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw overigens nauwelijks gestegen. Tot voor kort. De eerste tekenen zijn dat ook de huidige crisis de inkomensongelijkheid in Nederland verder opstuwt. Als de Wilkinson-hypothese stand houdt betekent dat niet veel goeds voor de sociale cohesie van de Nederlandse samenleving. Minder broederschap in een ongelijke samenleving?

Herman van de Werfhorst is socioloog en wordt geïnterviewd in het documentaire drieluik ‘Vrijheid, gelijkheid, broederschap’ dat door de VARA wordt uitgezonden op 18, 19 & 20 april. Op Nederland 2, na Nieuwsuur.

Geef een reactie

Laatste reacties (74)