360
6

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

‘Innovatie’ als loze belofte

Wanneer wordt een belofte misleiding en kan een woord als drager van de verleiding naar de vuilnishoop? Het meest beangstigende vind ik dat inmiddels de ‘wetenschappelijke geneeskunde’ synoniem is geworden met ‘innoverend onderzoek’.

De meeste ideeën die we omarmen, slikken we binnen met de nieuwe woorden die ons opgediend worden. Het is contrabande. Net als kinderen gebruiken we de woorden voor we ze begrijpen. In het begin zijn ze vers en luisteren we er vol ontzag naar omdat ze suggereren dat het woord toegang zal verlenen tot een nieuwe wereld. Daarna gaan we het gebruiken om te behoren bij de gemeenschap van gelovigen in iets dat we net niet helemaal vatten. En daarna? Een tijdje lang ergeren we ons aan de mensen die ons gevolgd hebben en het woord nu ook hebben omarmd en vervolgens willen we er het liefst niets meer mee te maken hebben, alsof we ons schamen ooit in de beloften te hebben geloofd die het woord bij ons deed ontluiken. Helaas kunnen we niet meer zonder omdat we ons anders buitensluiten van de netwerken waar het woord nog steeds klinkt en nagalmt.

Ik heb zo’n relatie met het woord innovatie. Onlangs keek ik naar een televisieprogramma over pancreaskanker, een beul van een kankersoort. Een smeerlap die onze beste vrienden uit ons leven rooft. Aan de geteleviseerde kroegtafel van de omroep zoemt het woord en fluistert ‘vernieuwing, vernieuwing, vernieuwing’. We willen de oude situatie niet meer, we huilen mee met familieleden die hun plannen niet meer kunnen uitvoeren omdat het rotgezwel op hun pad kwam; het zal en moet veranderen. We willen een nieuwe zorg, een nieuwe behandeling en dat vangen we in vier lettergrepen: innovatie. In een wereld zonder religie heeft de wetenschap haar rol overgenomen met het mantra ‘alles is mogelijk, als we maar genoeg geld uitgeven voor innovatie kunnen we onze nieuwe dromen na jagen’. Het klinkt als wat we kinderen voorhouden in de hoop dat ze meer tijd aan hun huiswerk zullen besteden ‘als je wilt kun je alles worden wat je wenst’.4458383421_0b237ef530_z

Wanneer wordt een belofte misleiding en kan een woord als drager van de verleiding naar de vuilnishoop? Er is in de afgelopen 25 jaar tientallen miljarden geïnvesteerd in het onderzoek naar behandeling van kanker zonder dat het de grote doorbraken heeft opgeleverd die bij het woord innovatie zouden moeten behoren. Wel hebben we veel geleerd van het testen van hoe oude behandelingen het best gebruikt kunnen worden. Juiste dosis, juiste duur, hoe je bestaande therapie het beste combineert met andere middelen en vooral ook hoe je kunt ‘leven met kanker’.

Het is een oud gezegde dat artsen die net afgestudeerd zijn meekrijgen – ‘arts zijn betekent een leven lang leren’ -, maar patiënten hebben natuurlijk liever de specialist die alles weet aan hun bed. Dat is een mythische figuur in de sprookjes van onze tijd.

Het meest beangstigende vind ik dat inmiddels de ‘wetenschappelijke geneeskunde’ synoniem is geworden met ‘innoverend onderzoek’. Een eeneiige tweeling. Gevoed door de angst en het patenten-systeem van de farmaceutische industrie wordt de geneeskunde gedwongen zich om te vormen tot een bedrijf dat steeds nieuwe producten voortbrengt om de aandeelhouders. Het risico is groot dat er daardoor minder tijd is voor een gesprek over leven, overleven en hoop. Het is een keten geworden die begint met verschijnselen die ons overvallen en omgezet wordt in een diagnose waarop we moeten reageren anders is het afgelopen. Gegijzeld in onze hoop houdt de medische wetenschap zich voortdurend bezig met innoveren. Iedereen verdient eraan, behalve wij klunzen met ontsporende cellen aan het eind van de pijplijn.

Mensen die kanker hebben of hadden, willen de weg naar hun leven terugvinden, maar ook al zegt de dokter na het bekijken van de bloeduitslagen dat het prima gaat, ze zullen hem nooit meer vinden. Komt het door de hormonen? Komt het door de bestraling? Komt het door de chemo? Nee, het komt omdat ze zijn aangeraakt door de vleugel van de kankerengel. Ze hebben een posttraumatische stress stoornis opgelopen. Heus, de storm aan stresshormonen die door het woord kanker door het lichaam raast is net zo erg als die bij de jonge soldaat wiens gepantserde auto op een bermbom is gereden. Het lichaam is niet geïnteresseerd in wat de stress veroorzaakt.

Al veertien jaar slik ik trouw wat me voorgeschreven wordt en ben er blij mee. Beter ben ik nooit geworden, wel gelukkig gebleven, tevreden met elke dag. Dat heb ik moeten leren, maar zou dat vallen onder innoverend onderzoek? Ik vermoed van niet.

Ik zie de man aan de talkshowtafel. Hij zegt niet :“ik hoop dat in de toekomst er door onze inspanningen iets tegen pancreaskanker gevonden wordt en dat we intussen steeds beter worden in het bijstaan van onze geliefden”. Nee. Hij legt iedereen het zwijgen op als hij zegt dat we veel geleerd hebben, maar dat het nu tijd voor innovatie is. Er moet nu echt een medicijn komen tegen pancreaskanker. Hij is strijdbaar. Het moet. Wet 1 van de moderne geneeskunde: innovatie. Zijn tafelgenoten hangen aan zijn lippen. Ja! Innovatie!

Ik ben allergisch voor mensen die niet twijfelen, die zich vastbijten in de dromen van wetenschappers, waarvan we echt niet weten of ze ooit uitkomen.

Deze tekst verscheen eerder op de website van Ivan Wolfers.

Beeld: Pleuntje


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (6)