2.004
20

Burgemeester van Arnhem

Ahmed Marcouch was tot 2017 Tweede Kamerlid voor de PvdA. Hij volgde het Individueel Technisch Onderwijs (ITO) en de mts. Na de middelbare school werkte hij tien jaar bij de Amsterdamse politie, waarvan de laatste vijf jaar als brigadier. Hij had een baan als leraar maatschappijleer aan het ROC en was procesmanager jeugdbeleid van de Gemeente Amsterdam. In april 2006 werd hij stadsdeelvoorzitter van Slotervaart. In maart 2010 werd hij met twaalfduizend voorkeur stemmen gekozen in de gemeenteraad. Toen hij op 17 juni bovendien gekozen werd als Tweede Kamerlid, moest hij op 8 september 2010 zijn zetel in de gemeenteraad opgeven.
Op 1 september 2017 werd Ahmed Marcouch geïnstalleerd als burgemeester van Arnhem.

Integratie begint in eigen huis

De Rotterdamse wethouder Schneider (Leefbaar) is, met zijn nieuwe Integratienota, de killer van de Nederlandse Droom, dat iedereen van een dubbeltje een kwartje zou kunnen worden

Rotterdam heeft een nieuwe integratienota die de vitaliteit vertoont van een tachtigjarige man. Het is de grijze versie van de eerder uitgelekte nota van de Rotterdamse wethouder Schneider (Leefbaar), waar nu ook D66 mee kan leven. Het draagvlak aan de Coolsingel is akelig schraal, de Gemeenteraad stemde 7 juli over het voorstel, dat vrijwel uitsluitend gesteund werd door de coalitie: Leefbaar, CDA en D66.

Het is mooi dat Rotterdam een integratienota wilde ontwikkelen. Voor velen een schrikbeeld, als je te maken hebt met een partij als Leefbaar die de integratiewethouder levert en al jaren roept dat alle vorige wethouders minstens twintig jaar lang de integratie totaal hebben doen mislukken. Maar dan krijg je vervolgens deze doorsneenota. Zonder islam, zonder allochtonen, met migranten en met straffen als de optimale inzet tekort schiet. Zonder nieuwe ideeën en met een nieuwe metafoor; de snelweg waar iedereen op rijden mag.

En dan volgt het gebruikelijke gesteggel over wie de verkeersregels bepalen. De ex-plattelanders uit Brabant en Zeeland, die op latere leeftijd naar Rotterdam trokken, of de nakomelingen van de allochtonen, die in Rotterdam geboren en getogen zijn? Dat debat is zinloos. De verkeersregels zijn al lang gemaakt, wees blij dat je een auto hebt, mobiel bent. Voeg in. Natuurlijk, wie al op de snelweg zit, moet ruimte geven, maar het is de vraag of dat gebeurt. Wie nu nog recalcitrant of mokkend regels staat te verzinnen voor de snelweg, kan fluiten naar zijn mobiliteit, zijn emancipatie – zijn toekomst. En die van zijn kinderen. Dus niet piepen, kansen benutten en elkaar de ruimte geven.

Het aardige van de integratienota en zijn ontwijkende bewegingen betreffende alles wat griezelig klinkt – zoals islam en allochtonen – is de indeling in vier doelgroepen, te weten de mensen die 1: niet kunnen, 2: niet weten, 3: niet willen en 4: niet mogen. Nou ja, “de mensen”, eigenlijk alleen die bijna vijftig procent in Rotterdam die allochtoon zijn of nakomeling van allochtonen; als zij de taal niet leren, geen werk zoeken en zich anderszins isoleren, worden zij gekort op de uitkering. Daar is wat voor te zeggen, qua autosnelweg, mits de toegangswegen en invoegstroken deugen. Maar die zijn in handen van de andere, iets grotere helft van de Rotterdammers, en daarover zwijgt de nota. Wij horen niets  over de niet-willers, die al op de snelweg rijden en het nieuwe verkeer geen ruimte willen bieden. Toch komt dat voor.

Denk aan schoolbesturen die met allerlei richtlijnen, wachtlijsten en andere smoesjes allochtone kinderen weigeren, waardoor in heel wat gemengde wijken doodleuk vrijwel naast elkaar een witte school en een zwarte school staan. Geen toegang, dat helpt niet echt om de verkeersregels te doorgronden en om soepel in te voegen. Erger nog, dat werkt flink tegen. Want de allochtonen en hun nakomelingen zien in dit soort zaken een dubbele maat, die hun vertrouwen in de rechtstaat flink op de proef stelt.

Het wordt erger. De wethouder van dit grijze integratiebeleid zonder enig elan, laat staan aantrekkingskracht, weigert zelf de toegangswegen tot de snelweg eerlijk open te stellen. Als gemeente de inkooprelatie verbreekt met bedrijven die discrimineren? Nou, de wethouder gaat ze niet scannen hoor; mochten er signalen binnen komen, vooruit. Discriminatie een strafbaar misdrijf? Geen woord daarover. Actieve opsporing is kennelijk niet vereist, zelfs niet wanneer je als gemeente zelf zaken doet met zo’n bedrijf. Van werkgevers vragen elkaar aan te spreken, zoals we dat vragen van gewone burgers die geconfronteerd worden met misdrijven? De wethouder zwijgt.

Het ergste is dat deze wethouder weigert integratie toe te passen in de eigen gemeentelijke organisatie. Migrantenkinderen aannemen op ambtenarenposities die er toe doen? Gaat niet. Wij kiezen voor kwaliteit, zei de wethouder integratie ijskoud op het stadhuis tegen de raadsleden. ‘Maar’, opperde de oppositie, ‘als je bepaalde groeperingen extra motiveert tot solliciteren, kun je daar de kwaliteit juist vinden’. Het belandde in een dode hoek. En wég is je legitimiteit als wethouder. 

Mooi, die nota met niet-weters, niet-kunners, niet-mogers en niet-willers. Maar hier stond de vleesgeworden kampioen der niet-willer in levenden lijve voor de gemeenteraad. Hij is niet zwart, hij is niet bruin, hij is niet geel – hij oogt rozig.

Ik hoop maar dat onze Rotterdamse jongeren, de hoogopgeleide vluchtelingen, al die mensen die gepokt en gemazeld zijn in meerdere culturen, deze uitspraak van de wethouder niet gehoord hebben en dit niet lezen. Zodat ze zich niet laten ontmoedigen door deze deal breaker, de killer van de Hollandse droom, dat hier bij ons in Nederland iedereen van een dubbeltje een kwartje worden kan.

Geef een reactie

Laatste reacties (20)